Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Distelvlinder

Vanessa cardui
Aurelia’s

De distelvlinder is een trekvlinder die onze winters niet kan overleven.
Ieder jaar wordt West-Europa dan ook weer vanuit Zuid-Spanje
en Afrika opnieuw gekoloniseerd.
In goede trekjaren kan hij overal worden gezien.
In sommige jaren ontbreekt hij volledig.
Komt er Sahara-zand ons land in dan zijn er heel vaak ook veel distelvlinders.
Trekkende vlinders zijn gemakkelijk te herkennen
aan hun zeer snelle, doelgerichte vlucht dicht boven de grond.
Als ze een obstakel tegenkomen vliegen ze er niet omheen, maar er laag overheen.
Gemiddeld haalt de distelvlinder tijdens deze trektocht snelheden van 15 kilometer per uur.

Vanaf april tot begin september is de vlinder te zien op met name ruderale terreinen.
Maar ook in tuinen worden ze regelmatig opgemerkt.
De vlinders hebben een voorkeur voor een open leefomgeving:
van open parklandschap tot korte weiden.
Vooral in een landschap waar een afwisselende vegetatie voorkomt,
is de distelvlinder op zijn plek.

Profiterend van de zomerse warmte in onze regionen,
planten de distelvlinders zich ook in ons land voort.
De eitjes worden stuk voor stuk vaak op distels gelegd,
een gewoonte die de soort zijn naam heeft bezorgd.
Daarnaast leggen de vlinders eieren op bijvoorbeeld grote brandnetel,
kleine klis en kaasjeskruid.

De tot 35 mm lange rups heeft een fluweelzwart,
lichtgrijs of donker zwartgrijs lijf met gele, halve maan-vormige tekentjes
bij de stigma's op de laatste segmenten.
Er zijn ook lichte ruglijnen te zien.
Hij is bedekt met flinke getakte gele en zwarte doorntjes.
De rups leeft in de beschermende omgeving van losjes
aan elkaar gesponnen bladeren.
Na hierin een maand te hebben vertoeft verpopt hij zich.
De pop hangt aan de voedselplant of aan stenen.

Begin augustus kruipen hier de jonge distelvlinders uit hun pop.
Als het in het voorjaar onderweg goed weer is geweest
voor de volwassen vlinders, merken we dat aan de massale explosie
van jonge vlinders in augustus.

De in ons land opgroeiende en later ontpoppende eerste generatie
zorgt nog dezelfde zomer voor een serie kleinkinderen.
Deze tweede generatie krijgt al snel in de gaten dat de winter nadert
en vertrekt weer naar Zuid-Europa.
Hij is niet bestand tegen ons klimaat en moet dus
voor de koude van de herfst weer weg zijn.

De distelvlinders verschillen in kleur,
afhankelijk van de plek waar ze uit de pop zijn gekomen.
Nederlandse distelvlinders zijn roodbruin; de tropische variant is geelbruin.
Met een vleugellengte van bijna drie centimeter is het een groot beest.
Opvallend is de vlinder daarom nog niet altijd: op een paarse distel
steekt hij goed af, maar op een zanderige bodem is de distelvlinder nauwelijks te zien.

De distelvlinder lijkt wel een beetje op de grote vos,
maar heeft veel minder blauw in de ondervleugel.
De zwarte diehoekige vlek in de punt van de voorvleugel
onderscheidt de distelvlinders van de parelmoervlinders.
Daarnaast is hij te herkennen aan de witte vlekken
op de zwarte toppen van de voorvleugels.
Op de onderzijde van de achtervleugels bevinden zich vijf oogvlekken.
De vlinderstruik (hoe kan het ook anders) is naast de akkerdistel
en diverse soorten andere tuinbloemen een geliefde plek van deze vlinder.
Ze voeden zich met de nectar van deze planten.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen