
De bruine heide-uil vliegt in juni en juli waarbij er één generatie is.
Het is een ongewone en lokale soort van de zandgronden en van de duinen.
Een lichte concentratie bevindt zich op de Veluwe
en in de noordelijke duinen.
De vlinder lijkt op de gerande marmeruil maar is door kleur en tekening
echter goed daarvan te onderscheiden.
In de nacht worden er bloemen bezocht en tevens wordt hij aangetrokken door licht.
De spanwijdte varieert van 43 – 52 mm.
De overwinterende rupsen leven van juli tot in het volgende voorjaar.
Vooral na de overwintering zijn ze te vinden.
De rups wordt tot 50 mm lang, heeft een grijsachtig bruin lijf
met een dunne, vage dorsale lijn met grijs afgezet
en onduidelijke ruitvormige donkerder dorsale vlekjes.
De kop is bleek bruin en de stigma's oranje omgeven door zwart.
Hij voedt zich onder andere met heide en bosbes.
Terug naar: