Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Boswitje

Leptidea sinapis
Witjes

Het boswitje is een onregelmatige standvlinder die te vinden is vanaf begin mei
tot eind juni en de tweede generatie van eind juni tot eind augustus.
Soms is er ook nog een derde generatie.
Vanaf 1992 wordt hij weer in ons land waargenomen
op of bij de St.Pietersberg in Zuid-Limburg.
Momenteel zitten er bij Maastricht vier populaties.
Vanaf 2002 heeft het boswitje de status
van standvlinder (10 jaar achtereen waargenomen).
Hij verblijft in vochtige, warme graslanden en ruigten
bij bos en struweel en is een nogal honkvaste soort.

Het is een fragile vlinder met smalle, ovale vleugels
die aan de uiteinden sterk afgerond zijn.
Hij vliegt op een dansende manier (elfjes).
Het boswitje is ons kleinste witje en de spanwijdte kan oplopen tot 40 mm.
Hij heeft opvallende ronde vleugelpunten.
Bij het mannetje is de vlek op de voorvleugelpunt donkergrijs (eerste generatie)
tot zwart (tweede generatie), bij de vrouwtjes lichtgrijs tot wit.
In rust zijn de vleugels altijd samengeklapt.

De eitjes worden meestal afzonderlijk op de onderzijde van de bladeren
van vlinderbloemigen gedeponeerd, zoals veldlathyrus, rolklaver en wikke.
De groene rups wordt tot 20 mm lang en lijkt op die van het klein geaderd witje.
Hij heeft een heldere, gele streep over de stigma's en een donkerder groene ruglijn.
De hele rups is bedekt met kleine haartjes.
Hij groeit in de zomer maar wordt zelden gezien.
De gordelpop overwintert tegen stengels.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen