Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Beverneldwergspanner

Eupithecia pimpinellata
Spanners

De beverneldwergspanner vliegt van eind juni tot eind augustus in 1 generatie.
De vlinder is duidelijk te onderscheiden van een aantal gelijkende soorten
door een aantal kenmerken: de stigmavlek is groot en langgerekt,
de grondkleur is niet roodbruin, maar meer kaneelkleurig
(uitgezonderd de soms voorkomende melanistische zwarte vormen).
Wel heeft ze, net als de struikheidedwergspanner,
duidelijke fijne dwarslijntjes op de voorvleugels,
maar de beverneldwergspanner is duidelijk groter (en heeft een grotere stigmavlek).
Aan de voorrand van de voorvleugel zijn deze dwarslijntjes donker afgezet
zodat er een rijtje donkere vlekjes ontstaat.

Al met al is de vlinder dus goed herkenbaar maar relatieve zeldzaamheid
maakt deze soort toch moeilijk determineerbaar en verwarring
met andere soorten is zeker niet denkbeeldig.
Op groeiplaatsen van de waardplant komen de vlinders goed op licht.
Ze zijn schemerings- en nachtactief en bezoeken velerlei bloemen.

De eiafzetting vindt per stuk op de bloeiwijze van de waardplant plaats.
De rups leeft op kleine bevernel, ook wel op grote bevernel,
waar ze van de bloemen en vruchten vreet.
De voedselplanten zijn kalkminnend en daarom is de verspreiding
van de beverneldwergspanner ook tot kalkrijke gebieden beperkt.
Op de groeiplaatsen van bevernel kan de soort als rups vrij algemeen zijn,
maar de vlinder wordt slechts zelden gezien.

De rupsen zijn soms talrijk te vinden in de periode van half september
tot 20 oktober, maar zijn vaak geparasiteerd.
Er zijn groene en roodachtige vormen.
Overdag zijn de rupsen rustend met de kop naar onderen,
te vinden onder de schermbloemen.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen