Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

De publiciteit op deze site is noodzakelijk om deze webruimte gratis ter beschikking te kunnen stellen !

 

 
WITWASSEN VAN GELD EN HET BELGISCHE NOTARIAAT
WEBSITE FR  è Le blanchiment d'argent et le notariat belge
®   Léon  DOCHY  erenotaris te Pecq

 

Deze tekst wordt niet meer bijgewerkt vanaf    10 NOVEMBER 2007    . 
Gelieve te noteren dat er vroeg of laat -behalve als iemand voor de website zorgt - geen meer update zal zijn ...

  

Inhoudstafel : Click op het hoofdstuk dat U wenst te raadplegen !
 OPMERKING : Verschillende teksten zijn alleen in het Frans beschikbaar

 

NIEUW    

 

3 NOVEMBRE 2007 : L’obligation de dénonciation à la CTIF è http://www.taxtalk.be/fr/2007/11/03/

 

17 OKTOBER 2007 : Programmawet: 27 april 2007  è COMMISSIE VOOR DE JUSTICIE :  è HOODFSTUK 1.

 

3 JUNI 20007 ( B.S.13/06/2007 ). - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-06-13&numac=2007003311

Uittreksel: Art. 2. De in artikel 14quinquies van de wet bedoelde indicatoren zijn de volgende:…
2. het gebruik van vennootschappen waarin kort voor het uitvoeren van de verdachte financile verrichtingen verscheidene statutaire wijzigingen zijn opgetreden zoals het aanduiden van een nieuwe bestuurder, de wijziging van de maatschappelijke benaming, de uitbreiding of wijziging van het maatschappelijk doel of de verplaatsing van de maatschappelijke zetel;

è BLOG : http://witwassenblanchiment.blogspot.com/

 

B.S.19 OKTOBER 2007 : GRONDWETTLIJK HOF: Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 24 augustus 2007 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 27 augustus 2007, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, ingevoegd bij artikel 134 van de programmawet van 27 april 2007 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007, derde editie), wegens schending van de artikelen 10, 11, 12, 14 en 22 van de Grondwet, door de Orde van Vlaamse Balies, met zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 148, en de Nederlandse Orde van advocaten bij de Balie van Brussel, met zetel te 1000 Brussel, Poelaertplein 1.Die zaak is ingeschreven onder nummer 4279 van de rol van het Hof.

 

ZIE : 2 : COUR DE JUSTICE :  1 octobre 2007  : Arrêt de la Cour dans l'affaire C-117/06  Möllendorf et Möllendorf-Niehuus  : UNE VENTE IMMOBILIÈRE NE DOIT PAS ÊTRE EXÉCUTÉE SI LE DROIT COMMUNAUTAIRE A ENTRE-TEMPS IMPOSÉ LE GEL DES RESSOURCES ÉCONOMIQUES DE L'ACHETEUR : La transcription définitive du transfert de la propriété sur le registre foncier, condition nécessaire pour l’acquisition de la propriété d’un bien immobilier en Allemagne, est interdite si l’acquéreur figure sur la liste des personnes liées à Oussama ben Laden, au réseau Al-Qaida et aux Taliban http://curia.europa.eu/fr/actu/communiques/cp07/aff/cp070070fr.pdf                                                                                               A chercher sur le site de l'UE de recherches juridiques: http://eur-lex.europa.eu/fr/index.htm                                                  Avec le dernier en date étant  http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2007:250:0003:0005:FR:PDF

 

10 MEI 2007 ( B.S. 22/08/2007) Wet houdende diverse maatregelen inzake de heling en inbeslagneming

Uittreksel : " In artikel 505 van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :…5° tussen het tweede en derde lid worden volgende leden ingevoegd, luidende :
« Behalve ten aanzien van de dader, de mededader en de medeplichtige van het misdrijf dat de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, heeft opgeleverd, hebben op fiscaal vlak de misdrijven bedoeld in het eerste lid, 2° en 4°, uitsluitend betrekking op feiten gepleegd in het raam van ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend. De in de artikelen 2, 2bis en 2ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme beoogde instellingen en personen kunnen zich op het vorige lid beroepen voor zover zij zich, ten aanzien van de beoogde feiten, hebben geconformeerd aan de voorziene verplichting van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 die de wijze van informatieverstrekking aan de Cel voor financiële informatieverwerking regelt. »;TEKST
è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-08-22&numac=2007009689

29-06-2007 : Resultaten 2006 in de strijd tegen economische en financiële criminaliteit. Website : Belgische Federale Politie : http://www.polfed-fedpol.be/home_nl.php. Witwassen: nieuw samenwerkingsprotocol met Frankrijk werpt onmiddellijk resultaten af : In navolging van het in 2003 getekende protocol met Nederland is in maart 2006 in Parijs een samenwerkingsprotocol getekend in de strijd tegen het witwassen. Binnen de Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Georganiseerde Financiële en Economische Delinquentie (CDGEFID) moet een project liaisonofficier rechtstreeks contacten onderhouden met zijn collega in Parijs. Al in het eerste jaar is de samenwerking een succes: niet minder dan 30 dossiers zijn afgehandeld, waarvan 12 vragen van België aan Frankrijk. Witwassen: nauwe samenwerking tussen CFI en CDGEFID voorkomt dat criminelen door de mazen van het net glippen:  Steeds meer criminelen omzeilen het preventief anti-witwas dispositief van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). De goede verstandhouding tussen het CFI en het CDGEFID dat bij het CFI drie verbindingsambtenaren heeft, voorkomt dat criminelen dat criminelen door de mazen van het net glippen.  De cijfers bevestigen de tendens dat steeds meer dossiers witwassen opgestart worden door eigen detectie vanuit de politie (vooral Cash Watch), en minder door aanmeldingen van de CFI. In 2006 ging het zelfs om ongeveer 60 % van de dossiers. Cash Watch is waakzaam zijn voor het transport van cash geld, bijvoorbeeld met een koffer vol geld op een vliegtuig stappen. Witwassen: vragen om inlichtingen van de CFI stijgen met 17%.In 2006 zijn er 3.253 vragen om inlichtingen van de CFI door de Federal Unit against Swindling and for Ecofin-documentation (FUSE) verwerkt in de strijd tegen het witwassen. Dat is 17 % meer dan in 2005. 707 van deze vragen (ongeveer 22%) zijn doorgestuurd naar het bevoegde parket.

  

26 juni 2007 : Arrest van het Hof van Justitie è Hoofdstuk 1 : Rechtspraak

+  12 JUNI 2007. (B.S. 2/07/07)  - M.B. tot aanstelling van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken …." De ambtenaren van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in artikel 23 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme." + Juridische informatie financiële embargo's België  è  http://iefa.fgov.be/nl/Topics_Sanctions_Legal.htm

+ Procedure aanvraag afwijking financiële sancties IRAN è http://iefa.fgov.be/nl/Topics_Sanctions_Financial.htm

+ Institute of Forensic Auditors (IFA)

 

HOOFDSTUK 1  Actualiteit : EU  + Ministerraad   + COMMISSIE FINANCIËN + RECHTSLEER + RECHTSPRAAK 

Wetgeving è HOOFDSTUK 13 D.

HOOFDSTUK 2  Strijd tegen terrorisme: Bevriezing van de tegoeden van bepaalde personen en entiteiten +< Landen en gebieden die niet meewerken aan de witwasbestrijding >

HOOFDSTUK 3  CBFA: K.B.8/10/2004 :Goedkeuring van het reglement

HOOFDSTUK 4  IDENTITEIT VAN EEN BUITENLANDSE CLIËNT  

HOOFDSTUK 5  Betaling voorschot - Vermeldingen in de notariële akte - Vraag en antwoord CFI.

HOOFDSTUK 6  Geldovermakingen : informatie over de betaler

HOOFDSTUK 7  Wijziging van het Wetboek van de BTW en het WIB1992, teneinde in te gaan tegen de organisatie van onvermogen in het kader van bedrieglijke overdracht van een geheelheid van goederen.

HOOFDSTUK 8    NIEUW    De Richtlijn 2005/60/

HOOFDSTUK 9  CFI : WEBSITE +  3/11/05  VOORLICHTING VOOR DE NOTARISSEN +  ON LINE FORMULIEREN

HOOFDSTUK 10 ARBITRAGEHOF: arrest 11 mei 2005 (notariaat ) + arrest 13 juli 2005 (advocaten )

HOOFDSTUK 11 Uittreksel:antwoord van de CFI m.b.t. de problematiek van de gewijzigde wet.

HOOFDSTUK 12 DE KAMER + SENAAT : Vragen en antwoorden : 2006 +… 

+ Que faut-il entendre par les notions de « relation d’affaire » et de « client habituel » ?

HOOFDSTUK 13 JAARVERSLAGEN : CBFA 2006 – 2005 5 + CIF 2006 - 2005 - 2004 – 2003

+  WETGEVING  + WEBSITES

 

 

HOOFDSTUK 1  : ACTUALITEIT + BIBLIOGRAFIE  + RECHTSPRAAK + RECHTSLEER

 

 

ACTUALITEIT:

 

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007 !

3 JUNI 20007 ( B.S.13/06/2007 ). - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-06-13&numac=2007003311

Uittreksel:

Art. 2. De in artikel 14quinquies van de wet bedoelde indicatoren zijn de volgende:…
2. het gebruik van vennootschappen waarin kort voor het uitvoeren van de verdachte financile verrichtingen verscheidene statutaire wijzigingen zijn opgetreden zoals het aanduiden van een nieuwe bestuurder, de wijziging van de maatschappelijke benaming, de uitbreiding of wijziging van het maatschappelijk doel of de verplaatsing van de maatschappelijke zetel;

 

Programmawet: 27 april 2007 ( B.S  8/05/2007)  art.134 en v..Tekst  è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-05-08&numac=2007201505 (  Kamer:http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/3058/51K3058001.pdf  )

"è BLOG : http://witwassenblanchiment.blogspot.com/

 

COMMISSIE VOOR DE JUSTICIE : 17 OKTOBER 2007
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de witwascel en het koninklijk besluit van 3juni2007" (nr.107)
 Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de programmawet van 27 april 2007 heeft het toepassingsgebied van de witwaswet uitgebreid. Het nieuwe artikel 14quinquies van deze wet zegt expliciet dat de tussenpersonen bedoeld in deze wet “ertoe gehouden zijn onmiddellijk deze cel in te lichten van elk feit of elke verrichting waarvan zij weten of vermoeden dat het verband kan houden met het witwassen van geld afkomstig uit ernstige en georganiseerde fiscale fraude, waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale omgang worden aangewend, inclusief zodra zij minstens een van de indicatoren opsporen die de Koning bij koninklijk besluit vastlegt.”
Het koninklijk besluit van 3 juni 2007 geeft een lijst van die 13 indicatoren. Bij de overwegingen van dit KB staat vermeld dat “de aanwezigheid van een van de indicatoren in deze context de instellingen en personen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 ertoe verplicht een melding te verrichten aan de cel voor financiële informatieverwerking.”
Ik kom tot mijn vraag. Mevrouw de minister, bent u het met mij eens dat uit de wettekst en de toelichting bij het uitvoeringsbesluit blijkt dat een melding verplicht is zodra aan een van de indicatoren is voldaan?

02.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van der Maelen, om uw vraag te beantwoorden moet men volgens mij het KB over indicatoren samen lezen met artikel 14quinquies van de preventieve witwaswet en met het artikel 505 van het Strafwetboek heling en witwassen zoals dit gewijzigd werd door de wet van 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake de heling en inbeslagneming.
Indien men dit doet, kan er mijns inziens weinig twijfel over bestaan dat de aanwezigheid van een van de indicatoren, opgesomd in het KB van 27 april 2007, moeten worden beschouwd als een wettelijk vermoeden dat het een feit of een verrichting betreft die verband kan houden met witwassen van geld in de zin van de preventieve witwaswet en waarvoor men dus een melding moet doen aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking. Het tegenovergestelde beweren, zou immers tot gevolg hebben dat de instellingen die aan de CFI verplicht zijn een melding te doen, zich niet zouden kunnen beroepen op de beperking van de strafbaarstelling, vermeld in het nieuwe, derde lid van artikel 505 van het Strafwetboek. Met andere woorden, zij zouden nog steeds kunnen worden vervolgd voor gewone fiscale fraude. Dit zou mijns inziens in strijd zijn met de bedoeling van de wetgever en zou iedere zin ontnemen aan het nieuwe, vierde lid van artikel 505 van het Strafwetboek.

Dirk Van der Maelen : Mijnheer de voorzitter, ik hoor met genoegen dat mevrouw de minister inderdaad van oordeel is dat zodra aan een van de indicatoren is voldaan er een meldingsplicht is.

 

26/02/ 2007 : CIRCULAIRE PPB-2007-4-CPB aan de kredietinstellingen en de beursvennootschappen naar

aanleiding van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder  è

http://www.cbfa.be/nl/ki/circ/pdf/ppb_2007_4_cpb.pdf

 

24/11/2006 = Ministerraad : Voorkoming van witwaspraktijken èhttp://presscenter.org/repository/news/0e3/nl/0e3364af61b9b005f2629fb296333360-nl.pdf

 

17/11/2006 =   Cel voor financiële informatieverwerking : Vervanging van de bijdrage van de ondernemingen door een forfaitaire vergoeding è http://presscenter.org/repository/news/fb9/nl/fb9cfa3c9183795bf59dcbe46fc1f5dc-nl.pdf

 

14/12/2006 =  Advocaten ( Notarissen ? )  Geen witwasmelding bij juridisch advies.  Het ziet ernaar uit dat geen verklikking nodig is bij het verstrekken van juridisch advies, noch over informatie verkregen voor, tijdens of na een gerechtelijke procedure ( LEXPERT).  De argumentatie: N-B:  FR è http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/gettext.pl?where=&lang=fr&num=79938785C19050305&doc=T&ouvert=T&seance=CONCL

 

7 JULI 2006 :

La Commission européenne s’est félicitée de l’accord intervenu en première lecture du Parlement européen sur sa proposition de règlement visant à renforcer le contrôle des virements dans le but de priver les terroristes et les autres criminels de leurs sources de financement (voir IP/05/1008).

Le règlement proposé exigerait que les virements soient accompagnés d’informations sur l’identité du donneur d’ordre (nom, adresse et numéro de compte) afin d’aider les autorités répressives compétentes à détecter les terroristes et autres criminels, à enquêter sur eux et à déterminer l’origine de leurs actifs.

Cette proposition, qui s’inscrit dans le cadre du plan d’action de l’Union européenne contre le terrorisme, permettrait d’aligner la politique de l’UE sur les recommandations du groupe d’action financière (GAFI), l’organisme international qui fixe les normes en matière de lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme. Le Conseil des ministres devrait voter la proposition en temps utile.

FR è http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=IP/06/957&format=HTML&aged=0&language=FR&guiLanguage=en

EN è http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=IP/06/957&format=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en

 

5 december 2005 Les notaires  sont invités à donner leur point de vue au sujet des exigences en matière de lutte contre le blanchiment

 

9 augustus 2005  Version officieuse ( engels ) de la 3ème directive anti-blanchiment

 

CIRCULAIRE PPB 2005/5 van 12 juli 2005 van de CBFA over de wijziging van circulaire PPB 2004/8 en D. 250 van de CBFA van 22/11/ 2004 over de waakzaamheidsverplichtingen met betrekking tot het cliënteel en de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

 

Mededeling aan de hypotheekonderneming( 18/08/2005)

Met de verplichting om de cliënten te identificeren en te kennen, daaronder begrepen de personen voor wie hun cliënten in voorkomend geval handelen.

FR : du site http://www.euractiv.com/ è situation au 15 juillet 2005

 

Zie è Hoofdstuk 9  !

 

BIBLIOGRAFIE :

 

C. VANDERKERKEN, Fiscale strafvervolging en rechtsbescherming: wapengelijkheid, zwijgrecht en bewijslastverdeling, Brussel, Larcier, 2006, nr 119;

L. HUYBRECHTS, Fiscaal Strafrecht, A.P.R., Kluwer, Mechelen, 2002, nr 375;

J. SPREUTELS e.a. in: J. SPREUTELS en P. DE MÛELENAERE (dir.), La cellule de traitement des informations financières et la prévention du blanchiment de capitaux en Belgique, Brussel, Bruylant, 2003, 133;

A. DE NAUW "De verschillende luiken van het wettelijk systeem tot bestraffing en tot voorkoming van het witwassen van gelden en de fiscale fraude, in M. Rozie, (ed.), Fiscaal Strafrecht en Strafprocesrecht, Gent, Mys en Breesch, 1996, (219) 242-243;

G. STESSENS, Meldingsplicht inzake witwassen, in Comm. Strafr., Mechelen, Kluwer, losbl., 2000, 35;

A. VAN ROOSBROECK, Witwassen. Voorkoming en bestraffing van witwassen van geld en illegale vermogensvoordelen, Antwerpen, ETL, 1995, nr 390.

 

+  BOEKEN   è  http://www.ctif-cfi.be/menu.php?lang=nl&page=books

 + ARTIKELS è  http://www.ctif-cfi.be/menu.php?lang=nl&page=articles

 

RECHTSPRAAK :

 

26 juni 2007 : Arrest van het Hof van Justitie in zaak C-305/05  :Orde van Franstalige en Duitstalige balies, Franse Orde van advocaten bij de balie te Brussel, Orde van Vlaamse balies, Nederlandse Orde van advocaten bij de balie te Brussel/Ministerraad :DE OPLEGGING AAN ADVOCATEN VAN DE VERPLICHTING OM DE VOOR DE BESTRIJDING VAN HET WITWASSEN VAN GELD VERANTWOORDELIJKE AUTORITEITEN TE INFORMEREN EN MET HEN SAMEN TE WERKEN WANNEER ZIJ DEELNEMEN AAN BEPAALDE FINANCIËLE TRANSACTIES DIE GEEN VERBAND HOUDEN MET EEN GERECHTELIJKE PROCEDURE, IS NIET IN STRIJD MET HET RECHT OP EEN EERLIJK PROCES : Deze verplichtingen worden gerechtvaardigd door de noodzaak om het witwassen van geld doeltreffend te bestrijden è http://curia.europa.eu/nl/actu/communiques/cp07/aff/cp070043nl.pdf

 

Hof van Cassatie  20 juni 2006

Het gebruik van de inlichtingen die het openbaar ministerie verkrijgt van de Cel voor Financiële Informatieverwerking is niet beperkt tot het bestrijden van witwassen van geld.

De autoriteiten, bedoeld in de artikelen 1 en 6 van de Witwasrichtlijn, zijn de nationale autoriteiten die in het bijzonder met de bestrijding van het witwassen van geld zijn belast; d.i. in België de Cel voor Financiële Informatieverwerking

TEKST è http://www.juridat.be/jurispdf/R/C/06/6/RC066K4.pdf

Commentaren CIF  è   http://www.ctif-cfi.be/doc/nl/ann_rep/2006_chap5_nl.pdf

 

Hof van Cassatie 4 april 2006

De veroordeling van een beklaagde wegens het witwassen bepaald bij artikel 505, eerste lid, 3°, Strafwetboek impliceert niet noodzakelijk dat deze beklaagde zich zelf als dader, mededader of medeplichtige, schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf waaruit de vermogensvoordelen rechtstreeks zijn verkregen .-.

TEKST è http://www.juridat.be/jurispdf/R/C/06/4/RC06449.pdf

Commentaren CIF  è   http://www.ctif-cfi.be/doc/nl/ann_rep/2006_chap5_nl.pdf

 

Hof van Beroep te Brussel 12 december 2005 : " Il n'est pas requis lorsque le juge déclare établie une infraction de blanchiment qu'il identifie le crime ou le délit à l'aide duquel les avantages patrimoniaux ont été obtenus. La confiscation revêt un caractère obligatoire même si la propriété des objets sur lesquels elle porte n'appartient pas au condamné.. "

 

Hof van Cassatie 14 januari 2004

Het begrip straf impliceert een kwaad dat als sanctie wordt opgelegd voor een daad die bij wet verboden is; de verbeurdverklaring die beperkt is tot de gelden waarop het misdrijf witwassen betrekking heeft, tast het vermogen van de veroordeelde niet aan, als hij zich ertoe beperkt heeft ze te beheren voor rekening van een derde, alvorens ze hem terug te geven, zodat die verbeurdverklaring t.a.v. die veroordeelde niet de aard van een straf kan hebben. Krachtens art. 505, derde lid, Sw., zal het voorwerp van het misdrijf witwassen verbeurdverklaard worden, zelfs als het geen eigendom van de veroordeelde is; de bepaling volgens welke die verbeurdverklaring geen schade kan berokkenen aan de rechten van de derden, strekt uitsluitend ertoe voorbehoud te verlenen omtrent de rechten die dezen kunnen doen gelden op de zaak op grond van hun wettig bezit, maar verbiedt de rechter niet het voorwerp van het misdrijf verbeurd te verklaren daar waar het zich bevindt, tenzij die rechten worden uitgeoefend.TEKST è http://www.juridat.be/jurispdf/JR/C/04/1/RC041E1.pdf

 

RECHTSLEER:

 

André MICHIELSENS, Witwaswetgeving,kwijting van de prijs,en ambtshalve inschrijving,  NOTAMUS 2005,2 bl.19 –24 è www.e-notariaat.be è "Ik zoek" è Notamusè enz. !!!

 

Hilde LAGA, Partner +  Emmanuel LEROUX, Advocaat :  è http://www.mdseminarsnew.be/admin/article_pdf/FIHA-A-32.pdf =

Marktmisbruik: lijst van ingewijden en bekendmaking van transacties op financiële instrumenten als preventiemaatregelen – het K.B. van 5 maart 2006  ( Tekst KB : http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2006-03-10&numac=2006003179

 

HOOFDSTUK 2 :

Land die niet meewerkt aan de witwasbestrijding  :  NIHIL !

Strijd tegen terrorisme:  Procedure voor de bevriezing van de tegoeden van bepaalde personen en entiteiten

 

1.

TOELICHTINGSNOTA van 14 december 2006 ( …! ) bestemd voor de notarissen

http://www.ctif-cfi.be/doc/nl/toelicht/notaris/20061214_notaris.pdf

 

Ingevolge hiervan staat er geen enkel land meer op voornoemde lijst.

 

27/07/2006 : Nigeria No Longer Considered Non-cooperative in the Fight Against Money Laundering and Terrorist Financing è http://www.fatf-gafi.org/dataoecd/13/54/36995060.pdf -Le Nigeria n'est désormais plus considéré comme un Pays Non Coopératif dans la Lutte Contre le Blanchiment et le Financement du Terrorisme è http://www.fatf-gafi.org/dataoecd/13/52/36995080.pdf

 

2.

 

COUR DE JUSTICE :  1 octobre 2007  : Arrêt de la Cour dans l'affaire C-117/06  Möllendorf et Möllendorf-Niehuus  : UNE VENTE IMMOBILIÈRE NE DOIT PAS ÊTRE EXÉCUTÉE SI LE DROIT COMMUNAUTAIRE A ENTRE-TEMPS IMPOSÉ LE GEL DES RESSOURCES ÉCONOMIQUES DE L'ACHETEUR : La transcription définitive du transfert de la propriété sur le registre foncier, condition nécessaire pour l’acquisition de la propriété d’un bien immobilier en Allemagne, est interdite si l’acquéreur figure sur la liste des personnes liées à Oussama ben Laden, au réseau Al-Qaida et aux Taliban http://curia.europa.eu/fr/actu/communiques/cp07/aff/cp070070fr.pdf                                                                                               A chercher sur le site de l'UE de recherches juridiques: http://eur-lex.europa.eu/fr/index.htm                                                  Avec le dernier en date étant  http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2007:250:0003:0005:FR:PDF

 

14 SEPTEMBER 2006 (.B.S. 29/09/2006 ). Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 juni 2000 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 17 februari 2000 betreffende de beperkende maatregelen tegen de Taliban van Afghanistan è

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2006-09-29&numac=2006003455

 

8 SEPTEMBER 2006 : Ministerraad : Strijd tegen terrorisme:  Procedure voor de bevriezing van de tegoeden van bepaalde personen en entiteiten: Het Coördinatieorgaan voor de Analyse van de Dreiging (OCAD) maakt zijn evaluaties ambtshalve over aan de leden van het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid  zoals voorzien in de nieuwe wet op de analyse van de dreiging. Op basis daarvan stelt het Comité na overleg met de bevoegde gerechtelijke autoriteit een lijst op van personen en entiteiten die ze met de bevriezing viseert. De lijst wordt voorgelegd aan de Ministerraad en na goedkeuring gepubliceerd via koninklijk besluit.( hierover ? )

 

51S1611

Titel :

Wetsontwerp betreffende de analyse van de dreiging.

Auteur(s) :

Chambre/Kamer | Gouvernement/Regering

Stand van zaken :

AANGENOMEN (KAMER - SENAAT) ART.78

Datum :

Stemming Kamer : 09/03/2006   Stemming Senaat : 15/06/2006

 

HOOFDSTUK 3 :

 

CBFA

 

CBFA è 8 OKTOBER 2004. K.B. Goedkeuring  van het reglement van de  CBFA  betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

 

 

HOOFDSTUK 4 :

IDENTITEIT VAN EEN BUITENLANDSE CLIËNT , enz. …

 



1. Bulletins vragen en antwoorden ( 25/7/2005)

Antwoord van de vice-eerste minister en minister van Financiën van 28 juli 2005, op de vraag nr. 881 van de heer Stijn Bex van 12 juli 2005 (N.) :

De wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme houdt in dat de identiteit van de cliënten wordt gecontroleerd via een «relevant document». Ze bepaalt echter niet op precieze en gedetailleerde wijze welke documenten daartoe kunnen dienen maar belast de bevoegde overheid, waaronder het CBFA voor de ondernemingen die In deze context, werd het reglement van 27 juli 2004 van de CBFA tot voorkoming van het witwassen van kapitalen en de financiering van terrorisme dat goedgekeurd werd door het koninklijk besluit van 8 oktober 2004, opgesteld zodat niemand die wettelijk in Belgie verblijft kan uitgesloten worden van de mogelijkheid om er de financiële diensten te genieten.
Aldus, bij gebrek aan een buitenlands paspoort of van een identiteitskaart uitgereikt door de Belgische overheden of van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, laat artikel 8, § 1, lid 2, in het kader van de anti-wiswaswet toe, de identiteit van een buitenlandse cliënt te controleren aan de hand van een door de Belgische autoriteiten uitgereikt geldig document dat de wettelijkheid van hun verblijf in Belgie¨ attesteert. In de commentaar betreffende dit reglement zijn rondschrijven van 22 november 2004, preciseert CBFA (onder punt 4.3.1.2) dat het betrokken document kan verschillen naargelang het wettelijke statuut dat de buitenlander toelaat hetzij duurzaam of tijdelijk Belgisch grondgebied te verblijven Behoudens de kwestie van het identificeren van cliënten houdt het CBFA-reglement ook in (artikel 30) dat de financiële instellingen een aan hun activiteiten aangepast cliënt-acceptatiebeleid dienen uit te stippelen en ten uitvoer te leggen, dat hun in staat stelt hun volledige medewerking te verlenen aan de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme door op passende wijze kennis te nemen van en een onderzoek in te stellen naar de kenmerken van nieuwe cliënten die een beroep op hun doen, en of diensten of verrichtingen waarvoor die cliënten een beroep op hun doen. Dit onderzoek lijkt namelijk noodzakelijk zodat de financiële instellingen, in die mate van het mogelijke, de meest aangepaste houding zouden innemen tot voorkoming van witwassen van kapitalen en financiering van terrorisme. Dit acceptatiebeleid moet hun, inzonderheid, toelaten op adequate manier hun permanente toezichtverplichtingen uit te oefenen in verband met de operaties van hun cliënten en een bijzondere aandacht wijden aan operaties die niet coherent lijken met wat ze van hun cliënten afweten. Indien, desgevallend het onderzoek uitwijst dat er een vermoeden bestaat voor het witwassen van kapitalen of financiering van terrorisme dient de financiële instelling een verklaring in te dienen bij de CFI.Indien deze verplichtingen weliswaar bedoeld zijn tot het zo efficiënt mogelijk voorkomen van het gebruik van deze financiële instellingen voor het witwassen van kapitalen en de financiering van terrorisme is de bedoeling ervan echter niet het weigeren van de toegang tot de financiële diensten van personen die een aanvraag tot asielverlening hebben ingediend.

 

 

3 – 954

Nyssens Clotilde (C DH)

17/5/2004

 

Terrorisme - Witwassen van kapitaal - Aan de banken te bezorgen documenten - Vervalsing.

 

Minister van Financiën

           

è bulletin 3-18 (Antwoord) gepubliceerd op 15/6/2004, blz. 1137

 

2. Vragen en Antwoorden  :BELGISCHE SENAAT : Vice-eerste minister en minister van Financiën

Vraag nr. 3-2605 van mevrouw Van dermeersch d.d. 4 mei 2005 (N.) :

Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). — Witwaspraktijken. — Melding. — Gerechtelijke vervolging.

Banken moeten, in de strijd tegen de fiscale fraude en tegen witwaspraktijken, verdachte transacties melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI).

Verdachte transacties zijn operaties waarvan de bank kan vermoeden dat ze kunnen te maken hebben met terrorisme, illegale drugshandel, georganiseerde misdaad, mensenhandel en handel in clandestiene werkkrachten. Maar ook misbruik van vennootschapsgoederen en misdrijven die verband houden met de staat « faillissement » moeten gemeld worden.

Ten slotte vertrouwt de wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte (EBA) een nieuwe belangrijke taak toe aan de CFI. De CFI ontving een lijst met de identiteit van iedere aangever in het kader van de EBA.

Bovendien moesten de kredietinstellingen of de beursvennootschappen die bij de verrichting tussenkwamen en hierbij aanwijzingen van witwassen van geld (in de zin van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme) aantroffen de CFI daarvan in kennis stellen.

1. Hoeveel meldingen van vermeende witwaspraktijken en/of fiscale fraude gebeurden er door kredietinstellingen en/of beursvennootschappen naar aanleiding van hun tussenkomst bij een eenmalig bevrijdende aangifte ?

2. Hoeveel van deze meldingen leidden tot een daadwerkelijke controle ?

3. Hoeveel van deze controles leidden tot de overzending van het dossier aan het parket ?

4. Over welke vorm van fiscale fraude ging het in voormelde gevallen ? Graag een uitsplitsing volgens BTW-carrousel, gesofistikeerde fraudetechnieken, internationale structuren, enz.

5. Welke inspanningen levert de CFI om de financiële en niet-financiële beroepen bewust te maken van hun verantwoordelijkheden ?

Antwoord : Eerst en vooral dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de rol van de CFI die haar door de wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte werd toegewezen en haar normale functie die ze op grond van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme uitoefent. Krachtens artikel 6, § 6, van de wet van 31 december 2003 bezorgen immers de kredietinstellingen, de beursvennootschappen en de verzekeringsondernemingen aan de CFI een lijst met de identiteit van de natuurlijke personen aan wie een attest werd uitgereikt, het nummer van het attest en het bedrag van de sommen, kapitalen of roerende waarden en dit teneinde de authenticiteit van het attest te kunnen nagaan (1) . Zoals vermeld in de Memorie van Toelichting, « beperkt er zich de toezending aan de CFI toe om de authenticiteit van later voorgelegde attesten na te gaan. » Overeenkomstig artikel 8 van dezelfde wet en in afwijking van artikel 17, § 1, van de wet van 11 januari 1993 met betrekking tot het beroepsgeheim van de CFI is deze ertoe gehouden, wanneer ze daartoe schriftelijk verzocht wordt door de hoven en rechtbanken, de administratieve jurisdicties of enige openbare dienst of parastataal waaraan het attest is voorgelegd, om de authenticiteit van het bedoelde attest te bevestigen.

De toezending van boven vermelde lijst is in geen geval te verwarren met een vermoedensverklaring waarmee de CFI rechtsgeldig aangezocht kan worden en laat niet toe dat deze een nieuw dossier in het licht van de op deze wijze doorgestuurde inlichtingen aanlegt of aanvullende inlichtingen verzamelt ten overstaande van de personen die in deze lijst worden opgenomen.

Overigens raakt de toepassing van de wet van 31 december 2003 geenszins aan de toepassing van de wet van 11 januari 1993 en aan de verplichtingen van de kredietinstellingen, beursvennootschappen en verzekeringsondernemingen inzake cliëntenidentificatie en bewaring van gegevens om een schriftelijk verslag op te stellen over elke verrichting die op grond van haar aard of ongebruikelijke karakter gelet op de activiteiten van de cliënt, verband zou kunnen houden met witwassen van geld zoals bedoeld in de wet van 11 januari 1993 of met de financiering van terrorisme noch aan hun verplichtingen inzake de melding aan de CFI van dit vermoeden (2) . Door artikel 2, § 2, van de wet van 31 december 2003 hebben immers de aangiften met betrekking tot sommen, kapitalen of roerende waarden, die afkomstig zijn van het verrichten van een witwasoperatie of van een onderliggend misdrijf als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993, geen bevrijdende werking meer. Worden uit het toepassingsgebied van de wet ook de sommen, kapitalen of roerende waarden uitgesloten die voortkomen uit misdrijven die verband houden met ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend, zoals bijvoorbeeld BTW-carrousels.

De financiële instellingen worden er door de wet niet toe gehouden te bepalen of een aangifte in het kader van de EBA werd ingediend. Bijgevolg kan de CFI het aantal aangiften niet vermelden die in het kader van de EBA werden ingediend.

2. De ontvangen vermoedensverklaringen worden zoals elke andere vermoedensverklaring behandeld. Ze worden in de gegevensbank ingevoerd en aan een inspecteur van de CFI toevertrouwd die met het financieel onderzoek ervan en met de vergelijking van de terzake beschikbare inlichtingen wordt belast. Een onderzoeksverslag wordt aan de leden van de CFI doorgestuurd teneinde deze beslissen of het dossier al dan niet naar het parket wordt overgemaakt.

3. Niet beschikbare inlichting.

4. Niet beschikbare inlichting.

De CFI adviseert de financiële instellingen en de andere beroepen over de wijze waarop de aangiften dienen te worden opgesteld. Te dien einde heeft de CFI modelformulieren naargelang de categorie aangevers opgesteld. Overigens stelt de CFI regelmatig informatienota's op voor de instellingen en beroepen die door de schikking worden getroffen, om hen advies te geven over de wijze waarop ze hun verplichtingen terzake moeten naleven. Deze nota's worden naargelang de evolutie van de wet van 11 januari 1993 aangepast. Voor al deze instellingen en beroepen heeft de CFI ook witwasindicatoren opgesteld. Bovendien publiceert de CFI jaarlijks een activiteitenverslag waarin statistieken, typologie en inlichtingen over haar activiteiten worden opgenomen. Dit verslag kan op de website van de CFI ( http://www.ctif-cfi.be/  ) worden geraadpleegd. Ten slotte neemt de CFI regelmatig aan seminaries en conferenties deel om de verschillende beroepen bewust te maken van de vragen die met het witwassen en de financiering van terrorisme verband houden.


(1) Het model van het attest werd gepubliceerd als bijlage aan het koninklijk besluit tot vastlegging van de modellen van formulieren die moeten worden gebruikt ter uitvoering van de wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte, Belgisch Staatsblad van 14 januari 2004, blz. 2028.

(2) Stukken, Kamer, 2003-2004, nr. 0353/001, blz. 9.

 

Andere vragen en antwoorden  : zie Hoofdstuk 12

 

 

HOOFDSTUK 5:

Betaling van het voorschot - Vermeldingen in de notariële akte - Vraag & antwoord CFI

 

 

8 augustus 2005

Het lijkt mij interessant volgende informatie op te nemen in uw < site > betreffende de concrete toepassing van de wetswijziging van artikel 10bis sedert de wet van 12 januari 2004.

A. Betaling van het voorschot
.

De overgrote meerderheid van de onderhandse verkoopovereenkomsten opgesteld door de notariskantoren vermeldt correct de wijze van betaling van het voorschot.
Als de verkoopsovereenkomst niet de vereiste wettelijke vermeldingen bevat moet de notaris volgens mij nagaan op welke wijze het voorschot werd betaald. Het voorschot kan na de verkoopovereenkomst gestort. Vraag is dan hoe.
Telkens moet er nagegaan worden of de 10 % / 15.000 euro grens niet is overschreden, al was het maar om na te gaan of er alsnog bijbetalingen in liquide mogen gebeuren.
Bij het niet eerbiedigen van de wettelijke voorschriften omtrent de wijze van betaling van het voorschot in de verkoopovereenkomst heeft de notaris een "objectieve meldingsplicht" (bij afwezigheid van enig vermoeden) aan de Cel voor Financiële Informatie. Deze notie blijkt onvoldoende bekend te zijn.

B. Vermeldingen in de notariële akte.

De nota "De nachtmerrie van de notarissen" (Ref 1764) op het E-notariaat is formeel: "voortaan dient in iedere verkoopovereenkomst of in iedere akte, blijkbaar ongeacht wie ze heeft opgesteld, de oorsprong van de gelden te worden vermeld".

Ik stel vast dat vele collega's:
1/ zich helemaal niets aantrekken van de wijze van betalen van het voorschot bij de verkoopovereenkomst ("dat is het probleem van het agentschap")
2/ volgende clausule blijven gebruiken die dateert van voor de wetswijziging: "dat de betaling die de notaris persoonlijk heeft vastgesteld gebeurde met check getrokken op de rekening nummer ..."
3/ denken dat voldaan is aan de wet bij vermelding van de check (vaak getrokken op hun eigen bankrekening) waarmee de verkoper werd betaald.
4/ bij herbelegging van een verkoopprijs ingevolge verkoop van een goed gevolgd door een nieuwe aankoop of na erfenis zich beperken tot vermelding in de akte "betaald via de boekhouding van de notaris".

Omtrent deze problemen heb ik de Cel aangeschreven. Vraag en antwoord in bijlage zijn bijzonder duidelijk.Herwig Dufaux, notaris te Drogenbos.

2 Bijlagen:

 

1. Vraag om inlichtingen aan CFI van 14 december 2004


14 december 2004. Exp.: Notaris H.-J. DUFAUX, Drogenbossesteenweg 244, 1620 DROGENBOS
Cel voor Financiële Informatie Fax 02 533.72.00 Gulden Vlieslaan 55 bus 1
1060 SINT-GILLIS-BRUSSEL

Mijn ref.: not (directe lijn: 02 333.75.84)
Mijnheer de Voorzitter,
Betreft: Toepassing artikel 10 bis van de Wet n.a.v. notariële tussenkomsten.

Naar aanleiding van koopakten waarbij ik bij collega's tussenkom, stel ik vast dat er onduidelijkheid
is omtrent de juiste draagwijdte van artikel 10 bis.

Wat betreft de betaling van het voorschot:
• heb ik persoonlijk de gewoonte aangenomen om in mijn akten het rekeningnummer te
vermelden waarlangs het voorschot werd betaald. Ik geef ook aan wie het voorschot
heeft geïncasseerd (ikzelf, agentschap, verkopers zelf).
• wanneer ik evenwel tussenkom bij collega's (houder van de pen) negeren velen mijn
vraag evenzo te handelen om reden dat betalingen buiten de aanwezigheid van de
notaris niet dienen te worden nagegaan.
Nochtans, indien het voorschot van bvb. 15.000 i in liquide is betaald, mag er geen enkele
andere betaling meer gebeuren dan giraal.
Kan u mij dus zeggen welke van beide handelwijzen overeenkomt met de wet ?

Wat betreft het saldo van de prijs stel ik soms vast dat:
• collega zijn eigen bankrekeningnummer vermeldt (namelijk dit waarlangs zij de prijs
aan de verkoper uitbetalen) in plaats van in de akte in te schrijven op welke wijze de
koper "aan hem" betaalde. Soms bedraagt het totaal van de sommen die de koper aan de
notaris overhandigde inderdaad meer dan het saldo van de prijs dat hij nog aan de verkoper
schuldig is, doch als tussenkomende notaris heb ik daarop geen enkel zicht.
• collega's als betalingwijze vermelden "betaald via de boekhouding van de notaris", als
bvb de koper een wederbelegging doet na verkoop van een vastgoed, waarvan de prijs op
het kantoor in bewaring is gebleven.
Kan u mij zeggen of die praktijken met de wet overeenstemmen ?
Wil aanvaarden, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn gevoelens van ware hoogachting.

2. Antwoord CFI (Dhr. J.-Cl. Delepierre) van 31 januari 2005


CEL VOOR FINANCIELE INFORMATIEVERWERKING
DE VOORZITTER
De Heer Herwig‑Jose DUFAUX Notaris Drogenbossesteenweg 244 1620 DROGENBOS
FAX: 02/377.72.02
Brussel, 31 januari 2005 Tl 0102 ‑ A.2.3.19

Geachte Heer notaris,
Betreft: toepassing artikel 10bis van de wet n.a.v. notariële tussenkomsten.
Uw ref.: not.

Ik verwijs naar uw schrijven, van 14 december jl. met betrekking tot uw vraagstellingen wat betreft de betaling van het voorschot en het saldo van de prijs in uitvoering van artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993.

Wat de betaling van het voorschot betreft kan ik bevestigen, dat de gewoonte die u heeft aangenomen om in de notariële akte ook het te vermelden waarlangs het voorschot werd betaald, wel degelijk in overeenstemming is met de voorschriften van artikel, 10bis van de wet van 11 januari 1993. Artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 bepaalt uitdrukkelijk dat de verkoopsovereenkomst en akte het nummer van de financiële rekening vermelden waarlangs het bedrag werd of zal worden overgedragen.

Indien het voorschot werd, betaald via overschrijving of cheque is de verplichting van artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 ten volle van toepassing. Artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 laat enkel betaling in baar geld toe, voor een beperkt bedrag, doch bij elke girale betaling van de verkoopprijs, weze het als voorschot of als saldo, moet het rekeningnummer worden vermeld. Dit geldt zowel voor de onderhandse verkoopsovereenkomst als voor de notariële akte. De notaris is uiteraard bij het verlijden van de notariële akte verplicht ook na te gaan en tot welk bedrag het voorschot werd betaald, om artikel. 10bis van de wet van 11 januari 1993 correct toe te passen.

Met het nummer van de financiële rekening wordt uiteraard bedoeld het nummer van de rekening van de betalende cliënt, en niet de notarisrekening, ook indien de fondsen via de notarisrekening passeren. Indien de gelden rechtstreeks tussen partijen werden betaald door middel van een cheque, dan moet de akte het rekeningnummer waarop deze cheque werd getrokken vermelden.

Sommige van uw collega's vermelden ook als betalingswijze '"betaald via de boekhouding van de notaris", als bvb de verkoper een wederbelegging doet na de verkoop van een vastgoed, waarvan de prijs op het kantoor in bewaring is gebleven. Wat de eerste verkoopsakte betreft van het vastgoed is artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 ontegensprekelijk van toepassing. De notariële akte moet het nummer van de rekening vu de betalende cliënt vermelden, en niet de notarisrekening, ook indien de fondsen via de notarisrekening passeren. Wat de daaropvolgende wederbelegging betreft moet men nagaan of de wederbelegging gebeurt in vastgoed.

Gebeurt de wederbelegging door aankoop van een ander vastgoed dan voldoet de vermelding "betaald via de boekhouding van de notaris" niet aan artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993. Men moet de effectieve, oorsprong van de fondsen kunnen achterhalen indien er een gerechtelijk onderzoek, wordt gestart. Indien men "betaald via de boekhouding van de notaris"' vermeldt zal dit enkel en alleen maar het gerechtelijk onderzoek doen vertragen daar men uit de akte niet zal kunnen afleiden van welke rekening de fondsen afkomstig; zijn. Indien de wederbeleggingsakte andere verrichtingen vaststelt, dan de wederbelegging in vastgoed, dan speelt artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 niet Artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 slaat inderdaad, enkel op de verkoop van onroerende goederen.
Hoogachtend, Jean‑Claude DELEPIERE

 

 

HOOFDSTUK 6 :  Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler

 

 

HOOFDSTUK 6 : 15/11/2006 : Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler è

http://eur-lex.europa.eu/Notice.do?mode=dbl&lng1=fr,nl&lang=&lng2=cs,da,de,el,en,es,et,fi,fr,hu,it,lt,lv,mt,nl,pl,pt,sk,sl,sv,&val=437175:cs&page=1&hwords=

 

Regulation on information on the payer accompanying transfers of funds : The Commission proposes new measures to tighten controls on money transfers Press release (26.07.2005) Text of the proposal è Version française – non disponible en néerlandais - è    http://europa.eu/comm/internal_market/payments/docs/transfers/proposal_fr.pdf

TEXTE NON DISPONIBLE en néerlandais

La Commission propose de nouvelles mesures renforçant les contrôles sur les virements
Reference: IP/05/1008 Date: 26/07/2005 IP/05/1008 Bruxelles, le 26 juillet 2005
La Commission propose de nouvelles mesures renforçant les contrôles sur les virements
La Commission européenne vient de présenter une proposition de renforcement des contrôles sur les virements qui vise à couper les terroristes et autres criminels de leurs sources de financement.
En application du règlement proposé, les virements d’argent devraient obligatoirement être accompagnés de renseignements sur l’identité du donneur d’ordre, en particulier son nom, son adresse et son numéro de compte.
Grâce aux mesures proposées, l’accès immédiat des autorités répressives pertinentes à ces informations serait assuré, ce qui contribuerait à faciliter leur travail de détection, d’enquête et de poursuite des activités des terroristes et autres criminels, ainsi que le dépistage de leurs actifs. Cette proposition s’insère dans le cadre plus large du plan d’action de l’UE de lutte contre le terrorisme.
M. Charlie McCreevy, commissaire chargé du marché intérieur, a déclaré: «la lutte contre le terrorisme exige de déployer des efforts soutenus et ciblés sur de nombreux fronts, en particulier pour couper les terroristes de leurs sources de financement. Un mois à peine après l’adoption définitive d’une norme internationale sur les virements par le Groupe d’action financière[1], la Commission, par l’adoption de cette proposition, prouve sa détermination à participer pleinement à l’effort international de lutte contre le terrorisme».
Afin d’assurer la traçabilité des virements, la proposition institue des obligations qui s’imposeront aux banques et aux services de remise de fonds intervenant dans la chaîne de paiement. Ces obligations concernent les virements de fonds en toutes devises qui sont envoyés ou reçus par un prestataire de services de paiement de l’UE. Le nom, l’adresse et le numéro de compte de la personne ordonnant le virement devront toujours accompagner le virement. Ces renseignements ne seront fournis qu’aux autorités compétentes à des fins de prévention, d’enquête, de détection ou de poursuite du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme.
Une version simplifiée de ce régime est proposée pour les virements internes à l’UE, en cohérence avec les efforts visant à construire un marché unique des paiements.
Étant donné que même des sommes modestes peuvent être utilisées pour financer le terrorisme, les banques et les services de remise de fonds seront tenus de transmettre des informations sur le donneur d'ordre quel que soit le montant en jeu.
De même, quels que soient les montants qu'ils reçoivent, ils seront tenus de soumettre les fonds reçus à des vérifications spéciales et, le cas échéant, de rejeter tout virement non identifié, voire de cesser toute relation avec des contreparties qui s’abstiendraient systématiquement de fournir les informations requises sur le donneur d’ordre.
La Présidence britannique a indiqué qu’elle ferait de cette proposition une priorité et que des discussions techniques étaient sur le point de s’ouvrir. Pour plus d’information, veuillez consulter:
http://europa.eu/comm/internal_market/payments/transfers/index_en.htm

 

 

HOOFDSTUK 7 :

Wijziging van het Wetboek van de BTW en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, teneinde in te gaan tegen de organisatie van onvermogen in het kader van bedrieglijke overdracht van een geheelheid van goederen.

 

 
Ingevoegd bij art. 2, Wet 10 AUGUSTUS 2005 (B.S. 09/09/2005), met ingang van 19.09.2005.

 

Wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, teneinde in te gaan tegen de organisatie van onvermogen in het kader van bedrieglijke overdracht van een geheel van goederen.



Uittreksel:
«Art. 93 undecies B. — § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 93 ter tot 93 decies zijn de overdracht, in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen dat is samengesteld uit, onder meer, elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken en die worden aangewend voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post, dan wel voor een industrieel, handels- of landbouwbedrijf, noch de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, tegenstelbaar
aan de met de invordering belaste ambtenaar, tenzij na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte van overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de met de invordering belaste ambtenaar van de woonplaats of van
de maatschappelijke zetel van de overdrager.

 

TEKST è http://www.lachambre.be/FLWB/pdf/51/1878/51K1878001.pdf

 

 

HOOFDSTUK 8  :  De Richtlijn 2005/60/ …

 

 

A.

Richtlijn 2005/60/EG  van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Voor de EER relevante tekst

 

Artikel 46 : Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie
Publicatieblad Nr. L 309 van 25/11/2005 blz. 0015 - 0036


UITTREKSEL ( voor de notarissen ):

Artikel 2

1. Deze richtlijn is van toepassing op:…

3. de volgende natuurlijke of rechtspersonen handelend in het kader van de uitoefening van hun beroepsactiviteiten: …

b) notarissen en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen wanneer zij deelnemen, hetzij door op te treden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële of onroerendgoedtransactie, hetzij door het bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van transacties voor hun cliënt in verband met:

i) de aan- en verkoop van onroerend goed of bedrijven;

ii) het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;

iii) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;

iv) het organiseren van inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen;

v) de oprichting, de exploitatie of het beheer van trusts, vennootschappen of soortgelijke structuren

+ …

Artikel 44

Richtlijn 91/308/EEG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de in de bijlage opgenomen concordantietabel.

TEKST: Richtlijn 2005/60/EG  of  è

http://europa.eu/eur-lex/lex/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2005:309:0015:01:NL:HTML

 

EN: http://europa.eu/eur-lex/lex/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2005:309:0015:01:EN:HTML

 

 

B. Commentaires préalables …Texte publié uniquement à ce jour en FR, EN et DE ...

La création du Marché Unique et l'élimination des obstacles non seulement favorise les activités légitimes des entreprises, mais peut également fournir des opportunités accrues pour le blanchiment de capitaux et les délits financiers. La législation européenne a été adoptée pour protéger le système financier et d'autres professions et activités vulnérables contre des abus commis dans le but de blanchir des capitaux. A un niveau international plus large, la direction générale du Marché intérieur dirige la délégation de la Commission européenne au Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux, première instance mondiale active dans ce secteur.

07.06.2005 Ladoption de la directive anti-blanchiment portera un coup à la criminalité et au terrorisme

Bruxelles, le 26 mai 2005 : L’approbation de la nouvelle directive va renforcer la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme
La Commission européenne s’est félicitée de l’approbation par le Parlement européen de la proposition de troisième directive relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme. Cette directive s’applique au secteur financier et à d’autres secteurs clés des services et couvre aussi toutes les personnes négociant des biens et acceptant un règlement en espèces pour un montant supérieur à 15 000 euros. Les établissements et personnes relevant de la directive doivent coopérer à la lutte contre le blanchiment des capitaux en prenant diverses mesures pour établir l’identité des clients, déclarer leurs soupçons et mettre en place des systèmes de prévention en leur sein. L’adoption définitive de la directive est prévue pour le Conseil ECOFIN du 7 juin à Luxembourg.
Charlie McCreevy, commissaire européen chargé du marché intérieur et des services, a déclaré : “ La lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme est une priorité politique pour l’UE. Une coopération intense entre le Parlement européen, le Conseil et la Commission a permis l’adoption rapide de moyens modernes de défense contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme dans l’UE, ce qui renforcera également l’intégrité et la stabilité du système financier. L’UE est un exemple à suivre et à égaler.”
La troisième directive contre le blanchiment des capitaux développe la législation existante de l’UE (voir IP/04/832) et incorpore dans celle-ci la révision, intervenue en juin 2003, des quarante recommandations du groupe d’action financière (GAFI), l’organisme international de normalisation dans le secteur de la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme.
La directive est applicable au secteur financier ainsi qu’aux avocats, notaires, comptables, agents immobiliers, casinos, fiducies et prestataires de services aux sociétés. Son champ d’application s’étend aussi à toutes les personnes négociant des biens et acceptant un règlement en espèces pour un montant supérieur à 15 000 euros. Les établissements et personnes relevant de la directive doivent :identifier le client et l’ayant droit économique et vérifier son identité, et soumettre la relation d’affaires à une vigilance constante;
déclarer leurs soupçons de blanchiment ou de financement du terrorisme aux autorités publiques – généralement la cellule nationale de renseignement financier; et
mettre en place des mesures et des procédures de prévention adéquates, notamment en assurant une formation appropriée de leur personnel.
La directive introduit des obligations de vigilance renforcée lorsque le risque de blanchiment est particulièrement élevé (par exemple, transactions avec des correspondants bancaires situés en dehors de l’UE). Par souci de clarté, la directive de 1991, modifiée en 2001, sera abrogée et remplacée par la présente directive au moment de son entrée en vigueur effective. Pour de plus amples informations, voir:0
http://www.europa.eu/comm/internal_market/company/financial-crime/index_fr.htm

 

 

 

HOOFDSTUK 9 :

CFI: TOELICHTINGSNOTA bestemd voor de notarissen:

 

 

WEBSITE CFI è http://www.ctif-cfi.be/menu.php?lang=nl

 

Toelichtingsnota van 3 november 2005 +  Toelichtingsnota van 11 februari 1999

 

De online-melding is beschikbaar  è http://www.ctif-cfi.be/menu.php?lang=nl&page=decl_form

 

" De Cel beschikt vandaag over de nodige wettelijke basis om een meldingsformulier te gebruiken dat via elektronische weg wordt verstuurd. Een recente wijziging van het artikel 11 van de wet van 11 januari 1993 laat de Koning toe, op advies van de Cel, regels op te stellen inzake de melding van informatie aan de Cel".è http://www.ctif-cfi.be/menu.php?lang=nl&page=dclo

 

Meldingsformulier: http://www.ctif-cfi.be/menu.php?lang=nl&page=decl_form

Meldingsformulier in WORD en PDF.

 

17/11/2006 =   Cel voor financiële informatieverwerking : Vervanging van de bijdrage van de ondernemingen door een forfaitaire vergoeding è http://presscenter.org/repository/news/fb9/nl/fb9cfa3c9183795bf59dcbe46fc1f5dc-nl.pdf

 

 

HOOFDSTUK 10 :

ARBITRAGEHOF :  89/2005 ( Notariaat )  + 126/2005  ( Advocaten )

 

 

89/2005


11-05-2005

Beroep tot vernietiging

Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (art. 10bis, zoals vervangen bij de wet van 12 januari 2004)

Verwerping van het beroep ( NOTARIAAT )

Strijd tegen het witwassen van geld - Verkoop van onroerende goederen - Vereffening van de verkoopprijs - Modaliteiten.


De verzoekers <>vorderen de vernietiging van artikel 18 van de wet van 12 januari 2004 « tot
wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs », in zoverre dat artikel de betaling in contanten voor de vereffening van de prijs van de verkoop van een onroerend goed beperkt tot 10 pct. van de prijs van de verkoop, zodat het aldus een discriminatie in het leven roept tussen onroerende verrichtingen en andere verrichtingen, enerzijds, en een discriminatie tussen kleine en grote onroerende verrichtingen, anderzijds, die niet verantwoord zijn ten aanzien van het bij de wet nagestreefde doel - doel waarmee de verzoekers het volkomen eens zijn - en die bijgevolg strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

 

126/2005


13-07-2005

Beroepen tot vernietiging

Wet van 12 januari 2004 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs (art. 4, 5, 7, 25, 27, 30 en 31)

Stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

Strijd tegen het witwassen van geld - Advocaten - 1. Opheffing van het beroepsgeheim - 2. Omzetting van een Europese richtlijn. # Rechten en vrijheden - Jurisdictionele waarborgen - 1. Eerlijke en openbare behandeling van de zaak - 2. Recht van verdediging.

 

14/12/2006 Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen

Advocaten ( Notarissen ? )  Geen witwasmelding bij juridisch advies.  Het ziet ernaar uit dat geen verklikking nodig is bij het verstrekken van juridisch advies, noch over informatie verkregen voor, tijdens of na een gerechtelijke procedure ( LEXPERT).  De argumentatie: N-B:  FR è http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/gettext.pl?where=&lang=fr&num=79938785C19050305&doc=T&ouvert=T&seance=CONCL

 

FR : Lire  http://www.businessandlaw.be/article1017.html

Avertissement de ce site :http://www.businessandlaw.be/article1.html

 

 

HOOFDSTUK 11 :

 

Uittreksel uit het antwoord van de CFI m.b.t. de problematiek van de gewijzigde wet.

 

In bijlage (met toestemming van de CFI) een uittreksel uit het antwoord dat ik ontving van de CFI (Witwascel) m.b.t. de problematiek van de gewijzigde wet.
Ik vond het antwoord toch belangrijk genoeg om op de mailing-list te zetten.

De in het vet gedrukte passages zijn eigen aanstippingen.
Notaris I. Viaene

... Vooraleer de notariële akte te verlijden is de notaris verplicht de partijen stipt in te lichten over de wettelijke voorschriften die op de verrichting van toepassing zijn. In casu moet de notaris de partijen wijzen op het voorschrift van artikel 10bis, eerste lid, van de wet van 11 januari 1993. Indien de partijen niettemin betalingen willen doorvoeren in strijd met de voorschriften van 10bis, eerste lid, dan moet de notaris de partijen mededelen dat hij ingevolge dit artikel onmogelijk de akte kan verlijden. Dit werd reeds medegedeeld in het 9e Activiteitenverslag van de Cel voor financiële informatieverwerking.
Indien de partijen voor de notaris verschijnen met het oog op het verlijden van de notariële akte, doch echter reeds voordien en zonder dat de notaris daar heeft kunnen tussenkomen, een verkoopscompromis voorleggen waarin de bepalingen van artikel 10bis van de wet van 11 januari 1993 niet werden nageleefd dan zal de notaris toch de notariële akte kunnen verlijden, doch zal hij ook conform artikel 10bis, tweede lid, van de wet van 11 januari 1993 onmiddellijk de vastgestelde overtreding in het onderhands verkoopscompromis ter kennis moeten brengen van de Cel.
Hoewel op de notaris een plicht rust zijn ambt te verlenen, behoort het tot zijn opdracht de akten na te zien en zijn ambt te weigeren of er voorwaarden aan te verbinden wanneer hem gevraagd wordt een overeenkomst voor echt te verklaren wanneer hij de onregelmatigheid of het bedrieglijk karakter vermoedt. Ook indien de notaris beslist zijn ambt te weigeren moet hij van de zaak melding doen aan de Cel. Dit werd reeds bevestigd in de toelichtingnota van de Cel aan de notarissen van 11 februari 1999....
Hoogachtend, Boudewijn VERHELST, Plaatsvervangend voorzitter

 

 

 

HOOFDSTUK 12 :

DE KAMER + SENAAT : Vragen en antwoorden

Q. & R. : e- mail de Madame Nathalie LAUKENS, criminologue à la CTIF-CFI et en date du 28 avril 2004

 

NALEVING VAN DE WITWASWET : BELGISCHE KAMER:  COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN   17-05-2006  + 23-05-2006 + "VERDACHTE TRANSACTIES SNELLER MELDEN” < Teletekst VRT 13/03/2006 >  De Belgische banken werken aan een  systeem om verdachte geldtransacties  online te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI), de  antiwitwascel. Nu kunnen banken verdachte transacties van spaarders en beleggers alleen per   brief of per fax melden aan de CFI. Daardoor gaat veel tijd verloren. Sinds begin dit jaar loopt al een  proefproject bij de grote banken. Het  is de bedoeling dat het systeem dit jaar operationeel is bij alle banken. De CBFA   opent ook een kliklijn  voor verdachte beurstransacties.  

 

çè ?  17 /02/2007 :   Bank mag zwart geld van klant aanvaarden …Banken riskeren geen vervolging meer als ze zwart geld van hun klanten aannemen ( Voorbeeld : fiscale fraude met successierechten. Tenminste, zolang er geen sprake is van facturenzwendel of nog ergere vormen van fiscale fraude. Daarover bereikte de federale regering gisteren een principeakkoord. " De Tijd "   

 

Question no 1277 de M. Dirk Van der Maelen du 8 mai 2006 (N.) au vice-premier ministre et ministre des Finances : ( 18.09.2006)

Régularisation fiscale. — Loi sur le blanchiment. —Fraude fiscale «grave».

 

L’article « Tweede zit voor de fiscale amnestie-bis (Deuxième session pour l’amnistie fiscale bis) écrit par le prof. dr. Michel Maus, publié dans AFT 2006/ soulève une série de questions relatives à la régularisation fiscale annoncée dans la dernière loi-programme du 27 décembre 2005.

La référence à l’article 3 de la loi sur le blanchiment du 11 janvier 1993 a pour effet d’exclure de la régularisation fiscale des revenus tirés d’infractions liées «fraude fiscale grave et organisée qui met en oeuvre des mécanismes complexes ou qui use de procédés dimension internationale ».

La portée exacte de cette disposition n’est pas tout fait claire. D’après les travaux parlementaires de la du 7 avril 1995, qui a introduit cette disposition, celleci a pour seul objectif de préciser les critères auxquels l’infraction fiscale pénalement punissable doit répondre pour entrer dans le champ d’application de la sur le blanchiment du 11 janvier 1993. En tant telle, cette disposition introduite par la loi du 7 1995 n’a pas pour objet de modifier la loi sur le blanchiment du 11 janvier 1993, mais seulement de préciser la législation actuelle. Il apparaıˆt ainsi que les obligations de la loi sur le blanchiment du 11 janvier 1993 s’appliquent que s’il peut être constaté que la fraude fiscale est «grave» et qu’elle est en outre «organisée Les travaux parlementaires de la loi du 7 avril 1995 ont par ailleurs fixé certains critères pour pouvoir déterminer quand la fraude fiscale peut être qualifiée de grave et d’organisée. Il a été affirmé que « la gravité de la fraude » peut résulter notamment non seulement de la confection et de l’usage de faux documents ou recours à la corruption de fonctionnaires publics, mais surtout de l’importance du préjudice au Trésor public et de l’atteinte portée à l’ordre socio-économique.  ressort que dans l’état actuel de la législation, la fraude fiscale «ordinaire » n’entre pas dans le champ d’application de la loi sur le blanchiment du 11 janvier 1993.  En ce qui concerne l’aspect de « l’organisation de fraude», selon les travaux parlementaires, la loi notamment l’utilisation de sociétés-écrans, d’hommes de paille, de constructions juridiques complexes et comptes bancaires multiples utilisés pour des transferts internationaux de capitaux. Ces éléments précisent également la dimension internationale de fraude. Les carrousels en matière de TVA ont ailleurs été cités comme exemple type de fraude fiscale grave et organisée au sens de la loi du 7 avril 1995.  Il est permis de se demander si ces précisions vraiment fait la clarté nécessaire sur les obligations matière de blanchiment de fonds issus de la fraude fiscale. Si le législateur peut se targuer du qu’aujourd’hui, le système de la régularisation fiscale s’applique également aux sociétés, l’on peut se demander quelle société osera faire le pas dans ce cadre juridique incertain.

1.  A partir de quel montant doit-on qualifier une fraude fiscale de «grave» au sens de la loi sur le blanchiment du 11 janvier 1993 ?

2.  Une fraude fiscale commise par une société active sur le plan international doit-elle par définition être qualifiée de fraude fiscale organisée au sens de la loi sur le blanchiment du 11 janvier 1993 ?

 

Réponse du vice-premier ministre et ministre des Finances du 12 septembre 2006, à la question no 1277 de M. Dirk Van der Maelen du 8 mai 2006 (N.) :

L’honorable membre voudra bien trouver ci-après les réponses à ses questions.

1.  Toutes les circonstances de fait doivent être prises en considération pour pouvoir apprécier caractère «grave» de la fraude fiscale. Il n’est dès lors pas possible d’établir un montant fixe.

2.  Pour ce point aussi, les circonstances de fait seront à chaque fois prises en considération.

Uitbreiding meldingsplicht / jaarverslag van de CFI

 " Dinsdag 27 juni 2006 had in de commissie Financiën een hoorzitting plaats met meneer Delepière, voorzitter van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) en staatssecretaris Jamar. Deze hoorzitting kaderde in de bespreking van het wetsvoorstel (51K1499) van Dirk Van der Maelen tot uitbreiding van de meldingsplicht in de anti-witwaswet. "

è http://www.fiscaalwonderland.be/index.php?page=cfi

 

Witwassen van geld en Vastgoedmakelaars :

 

 Belgische Senaat :Gewone Zitting 2005-2006 : Plenaire vergaderingen :Donderdag 22 juni 2006  Namiddagvergadering :Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid en aan de minister van Middenstand en Landbouw over het beroep op niet-financiële tussenpersonen bij het witwassen (nr. 3-1723)

De voorzitter. De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

De heer Hugo Vandenberghe . De antiwitwascel waarschuwt dat witwassers steeds vaker een beroep doen op niet-financile tussenpersonen. Ze investeren vooral in onroerend goed, maar de makelaars melden niets aan de cel.

De antiwitwascel of Cel voor financiële informatieverwerking merkt in haar jaarverslag 2005 op dat het antiwitwasbeleid van de financiële sector ertoe leidt dat witwassers hun terrein verleggen. Hoewel ze nog altijd vooral werken met bankverrichtingen (internationale betalingen en stortingen op rekeningen), doen ze steeds vaker een beroep op niet-financiële beroepen. Dat is vooral het geval met investeringen in onroerende goederen, meldt de CFI. Opvallend genoeg kreeg de CFI de voorbije vijf jaar maar drie meldingen van vastgoedmakelaars over verdachte transacties. In 2005 waren er zelfs geen meldingen uit de sector. We moeten sommige sectoren inderdaad nog sensibiliseren, zegt Jean-Claude Delepire, voorzitter van de CFI. Maar het is niet omdat de sectoren zelf niets melden, dat we over hen niets vernemen via meldingen uit andere sectoren, zoals de banken.

In slechts 33 van de 4.057 dossiers die de CFI sinds 2001 aan het gerecht gaf, is sprake van witwassen via onroerende goederen.

Ook de diamantsector is en blijft een blinde vlek voor de CFI. In 2005 ontving de cel slechts een melding uit de sector.

Welke maatregelingen overwegen de ministers teneinde in te spelen op nieuwe trends bij het witwassen van geld, waaronder het beroep op niet-financiële groepen? Achten ze het raadzaam meer financiële en personele middelen vrij te maken ter bestrijding van het witwassen? Op welke wijze zullen de vastgoedmakelaars en de diamantsector worden gesensibiliseerd ?

 

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister.

 

 De lidstaten zijn verplicht de Europese richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, aangenomen op 26 oktober 2005, voor 15 december 2007 om te zetten in hun nationale wetgeving.

Vermelde derde antiwitwasrichtlijn voert in de artikelen 34 en 37 een hele reeks aanpassingen in om het preventieve stelsel in het algemeen te verbeteren en doeltreffender te maken door onder meer een ver doorgedreven responsabilisering van de overheden belast met het toezicht op de concrete naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit de wet van 11 januari 1993. Vermelde richtlijn dringt aan op een daadwerkelijk toezicht op de naleving van de voorschriften, het uitvoeren van inspecties ter plaatse en het ter beschikking stellen van nodige middelen om deze taken uit te voeren. Zo zijn alle ondernemingen en beroepen verplicht om adequate en passende beleidslijnen en procedures in te voeren op het gebied van klantenonderzoek, de melding van verdachte transacties, het bewaren van bewijsstukken, de interne controle, de risicobeheersing, het nalevingbeheer compliance en de communicatie om verrichtingen die met witwassen van geld of met financiering van terrorisme verband houden, te voorkomen of te verhinderen. De beoogde controle- of toezichthoudende overheden of tuchtoverheden moeten ook ten minste effectief controleren of de in deze richtlijn gestelde eisen door alle betrokken instellingen en personen worden nageleefd en zij moeten de nodige maatregelen nemen om die naleving te waarborgen.

Bij de omzetting van de derde antiwitwasrichtlijn zal de wet van 11 januari 1993 dan ook uitdrukkelijk verwijzen naar de verantwoordelijkheid van de beoogde overheden inzake controle.

Deze maatregelen houden onder meer in dat de beoogde overheden of zelfregulerende instanties ambtshalve elke informatie kunnen afdwingen die van belang is voor het toezicht op de naleving en voor het uitvoeren van controles, zonder dat daartoe een optreden nodig is van de Cel voor financile informatieverwerking of van enige andere derde. Ze moeten daartoe over de adequate middelen beschikken, zowel op technisch en operationeel vlak als inzake personeel, om hun taken op een efficinte manier te vervullen, rekening houdend met de risicogevoeligheid van de sector. Ze moeten die efficiëntie ook met statistische gegevens kunnen aantonen. Ze moeten, ten slotte, ook bij de vaststelling van inbreuken bestraffend kunnen optreden, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 11 januari 1993.

De Cel voor financiële informatieverwerking heeft reeds contacten gehad met het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars (BIV) en met de FOD Economie.

In 2005 zorgde het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars voor een bewustmaking in de sector van de vastgoedmakelaars. De bepalingen van de antiwitwaswetgeving werden nader verklaard in een toelichtingsnota die in de sector werd verspreid via een brochure uitgegeven door het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.

Er werden in Antwerpen en in Brussel reeds verschillende vergaderingen georganiseerd met de Hoge Raad voor Diamant, met vertegenwoordigers van de FOD Economie en van de beleidscel van de staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude. De Cel voor financiële informatieverwerking stelde een vragenlijst op en stuurde die in 2006 via de Hoge Raad voor Diamant naar alle geregistreerde diamantairs om de huidige kennis van de sector inzake de toepassing van de wet te beoordelen. De problematiek wordt eveneens opgevolgd in het kader van de task force Diamant georganiseerd door de FOD Buitenlandse Zaken. De FOD Economie en de Hoge Raad voor Diamant zijn bezig met het uitwerken van bindende toepassingsmaatregelen.

De Cel voor financiële informatieverwerking heeft op 3 november 2005 een toelichtingsnota gericht aan alle aan de wet onderworpen financiële en niet-financiële beroepen waarin ze de modaliteiten van de meldingsverplichtingen van verdachte verrichtingen en feiten verduidelijkt. Deze nota is ook beschikbaar op  haar website.

 

  De controle van de inbreuken op de witwaswetgeving via cash

BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS : VERSLAG COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING

 

23 MEI 2006

Vraag van de heer Carl Devlies aan de staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën.

 

Carl Devlies : De procedure voor het bestraffen van inbreuken op de witwaswetgeving via cashtransacties staat niet op punt. Uit verklaringen van het kabinet Economie blijkt dat de Economische Inspectie terzake nog geen vaststellingen deed. De federale politie stelde wel inbreuken vast in het kader van lopende onderzoeken.

Minister Reynders verklaarde onlangs dat er over die procedure onderhandelingen aan de gang zijn tussen staatssecretaris Jamar en minister Verwilghen.

Wanneer startten die onderhandelingen? Hoeveel  vergaderingen vonden plaats en wanneer? Wat zijn

de voorlopige resultaten en wanneer zullen de onderhandelingen worden afgerond? Hoe zal de

procedure eruit zien? Kwam het in gebreke blijven van de Economische Inspectie ter sprake? Nam het kabinet Justitie hieraan deel? Ontving de minister in de voorbije twee jaar een verzoek vanwege het kabinet Justitie om werk te maken van de uitvoering van de controle op deze wetgeving?

 

Staatssecretaris Hervé Jamar:

Er werden reeds meermaals onderhandelingen gevoerd tussen de cellen voor Financiële Informatieverwerking, het departement Economie en mijn beleidscel inzake het verbod op contante betalingen. Een aantal interpretatieproblemen in verband met de boeteprocedure zal op de vergadering van 31 mei verder worden uitgeklaard zodat een adequaat wetgevend initiatief kan worden genomen. In eerste instantie worden geen vertegenwoordigers van Justitie uitgenodigd.

 

Carl Devlies : De vraag was wanneer de werkgroep was beginnen werken aan de controle op de inbreuken bij cashbetalingen en daarop kwam geen antwoord. Het is ook onduidelijk hoeveel vergaderingen er aan dit onderwerp werden gewijd. Op 31 mei 2006 zal er gepraat worden, maar wat is er dan de vorige twee jaar gebeurd? Het is ook verwonderlijk dat het departement Justitie hierbij geen enkele rol speelt en daar blijkbaar ook niet naar vraagt. Meer dan twee jaar na datum is er dus een wet die in de praktijk niet toegepast wordt en zijn er inbreuken die niet gesanctioneerd kunnen worden.  De Economische Inspectie heeft ook nog geen instructies gekregen om werk te maken van het opsporen van deze inbreuken. De overheid blijft totaal in gebreke. Het is onduidelijk of het hier om nalatigheid of om een politieke keuze gaat.

 

Staatssecretaris Hervé Jamar:  Ik weet niet meer hoeveel vergaderingen hebben plaatsgevonden noch waar ze werden gehouden.  Er zijn interpretatiemoeilijkheden omdat de praktische uitvoering van die tekst niet van een leien dakje loopt: het vaststellen van de inbreuk, uiteenlopende interpretaties naargelang van de sectoren, adviezen van de Raad van State, adviezen van de juridische adviseurs die stukje bij beetje bij het departement binnenkomen, vaststelling van het nader te bepalen beroepsorgaan, verschillende adviezen die ons ertoe nopen voor één advies te kiezen.  twee jaar niets hebben gedaan. Op het gebied van de bestrijding van witwaspraktijken is België waarschijnlijk het Europees land dat het verst gevorderd is. Het is altijd gemakkelijk om de aandacht te vestigen op de paragraaf van één of ander wetsartikel waar wij nog een kleine achterstand hebben.

Een vergadering is gepland op 31 mei. Ik hoop u nog in de maand juni de oplossing te kunnen toelichten zodat wij eindelijk een wet kunnen goedkeuren. Laten wij niet vergeten dat bepaalde elementen juridisch moeilijk te omschrijven zijn zoals de vaststelling van de inbreuk of de bepaling van de beroepsorganen. Dit gezegd zijnde, wordt alles in het werk gesteld om de situatie zo spoedig mogelijk te regulariseren.

 

Carl Devlies : De banken hebben een positieve rol gespeeld, maar de overheid is in gebreke gebleven. Het wettelijk kader om sancties toe te passen ontbreekt en de Economische Inspectie houdt zich niet bezig met controle op de wetgeving.

 

 

DE NALEVING VAN DE WITWASWET

 

17 MEI 2006 

Carl Devlies : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, er zijn blijkbaar problemen gerezen bij de uitvoering van de witwaswet, meer bepaald met betrekking tot de controle op de naleving.

 

Ik heb daarover een artikel gelezen in de krant De Tijd, die blijkbaar contact had opgenomen met het kabinet van minister Verwilghen, waar de problemen werden bevestigd, maar waar ze werden gelinkt aan een lacune in de wet, meer bepaald met betrekking tot het ontbreken van een boeteprocedure. In hetzelfde artikel heb ik vernomen dat de federale politie ook zou wijzen op de omvang van deze problematiek. Ik citeer letterlijk: “Wij hebben in een dossier al vastgesteld dat één persoon in ons land met kleine coupures meer dan honderd bedrijven kon kopen.” Ik zou graag van u vernemen of deze informatie juist is. Is er inderdaad een probleem met de controle op de naleving van de witwaswet? Welke maatregelen worden eventueel overwogen? 

Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Devlies, het doel van artikel 10ter is te vermijden dat buitensporig gebruik van betalingen in contanten door natuurlijke of rechtspersonen wordt gebruikt om te verhullen dat opbrengsten van een misdrijf worden omgezet in waardevolle voorwerpen. Zo’n maatregel is eveneens van toepassing op alle handelaars, bijvoorbeeld ook op handelaars in edele metalen en edelstenen, alsook op antiquairs, kunstgalerieën of auto- en botenhandelaars.  De effectiviteit van het verbod op betalingen in contanten wordt gewaarborgd door de controle van de banksector.

Vanuit dat oogpunt eist de rondzendbrief van de CBFA van 22 november 2004, gecoördineerd op 12 juli 2005, bijzondere aandacht te besteden aan de eventuele storting van grote sommen contanten door handelaren in goederen van grote waarde, op wie artikel 10ter van de wet van toepassing is. Dat artikel verbiedt de verkoop van een goed waarvan de totale waarde 15.000 euro of meer bedraagt in contanten te vereffenen.

Er gebeurt een controle van de banksector door de CBFA met toepassing van de wet. Artikel 23 van de witwaswet voorziet inderdaad in een administratieve boete voor wie de bepaling van artikel 10ter, verbod op cashtransacties boven 15.000 euro, overtreedt.

Wanneer men spreekt van een administratieve boete, moet ook in een procedure worden voorzien die de mogelijkheid biedt aan degene die de boete kreeg, om zich in rechte te verdedigen.  Momenteel is er inderdaad geen duidelijke procedure, maar er zijn onderhandelingen aan de gang tussen staatssecretaris Jamar en de minister van Economie om zo vlug mogelijk tot een volledig aangepaste procedure te komen.  Er is dus een controle door de banken, er is de mogelijkheid om een boete op te leggen, maar er is inderdaad vooralsnog geen procedure voor de verdediging van de verschillende handelaars in dergelijke gevallen.

Carl Devlies : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik kan alleen maar vaststellen dat mijn informatie correct is en dat de concrete mogelijkheid tot sanctioneren momenteel ontbreekt. Daardoor blijft de wetgeving dode letter.  Er is wel de controle door de CBFA, die de informatie doorspeelt, maar in de praktijk wordt daaraan blijkbaar geen verder gevolg gegeven.  Dat gaat dus ver. Mijnheer de minister, u hebt het immers niet gehad over het onderzoek door de federale politie naar aanleiding van een concreet dossier waarbij blijkbaar meer dan 100 bedrijven werden aangekocht met kleine coupures U hebt daarop niet geantwoord. Ik veronderstel dat ook die informatie juist is en dat zich wel degelijk een ernstig probleem voordoet.

De kabinetten van Financiën en Economische Zaken zijn in gebreke gebleven om binnen de kortst mogelijke tijd na de goedkeuring van de witwaswet door het Parlement te zorgen voor de nodige concrete uitvoering. Daarvan draagt men nu de gevolgen.

 

17/01/2006

Vraag nr. 1092 van de heer Carl Devlies van 17 januari 2006 (N.) aan de vice-eerste minister en minister van Financiën:

Valutering. — Storting in contanten versus bankcheque.

 

In de strijd tegen het witwassen van geld, hebben onder andere de financie¨le instellingen de verplichting om verdachte transacties te melden aan de Cel voor Financie¨le Informatieverwerking. Contante stortingen zijn uit hun aard reeds meer verdacht doordat de oorsprong van de gelden moeilijker achterhaalbaar is, vergeleken met girale verrichtingen. De maatschappelijke kosten verbonden aan girale transacties zijn bovendien lager dan die van chartale transacties.  Evenwel dienen wij vast te stellen dat banken een minder gunstige valutering hanteren voor stortingen via bankcheque (Dag + 2) dan voor contante stortingen (Dag + 1).

 

1.  Bent u van mening dat in de strijd tegen het witwassen van geld, chartale verrichtingen zo weinig mogelijk dienen te worden aangemoedigd?

2.  Is het niet contradictorisch dat banken enerzijds een ongunstige valutering hanteren ten aanzien van bankcheques en anderzijds de hoge kostprijs van chartaal geld aanklagen ?

3.  Wat zijn de richtlijnen vanwege de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) ten aanzien van de valuteringsregels, in het licht van de witwaswetgeving?

 

Antwoord van de vice-eerste minister en minister van Financiën van 17 maart 2006, op de vraag nr. 1092 van de heer Carl Devlies van 17 januari 2006 (N.) :

 

Ik heb de eer aan het geachte lid te antwoorden hetgeen volgt:

1.  In het kader van de bestrijding van het witwassen en de financiering van terrorisme is het inderdaad aangewezen dat betalingen en geldtransfers in het algemeen zoveel mogelijk via girale weg verlopen. Dit vergemakkelijkt het opsporen en reconstrueren van de financiële verrichtingen aanzienlijk. Met dit doel voor ogen werd bij wet van 12 januari 2004 een 10ter in de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ingelast. Dit artikel 10ter vormt een aanvulling op het artikel 10bis van dezelfde wet en heeft tot doel betalingen in contanten te beperken. Artikel 10bis slaat op de verkoop van onroerende goederen en bepaalt dat de verkoopsom van dergelijke goederen in beginsel enkel mag worden vereffend door middel van overschrijving of cheque.  Notarissen en vastgoedmakelaars dienen onder meer toe te zien op de nakoming van deze bepaling. Van zijn kant verbiedt artikel 10ter alle handelaren van goederen ter waarde van 15 000 euro of meer de verkoopprijs in contanten te aanvaarden. In beide gevallen legt de wet van 11 januari 1993 passende sancties op.  Inzonderheid wat de toepassing betreft van artikel 10bis, dient te worden opgemerkt dat notarissen en vastgoedmakelaars de Cel voor financiële informatieverwerking dienen in te lichten wanneer zij vaststellen dat dit voorschrift niet werd nageleefd. Ondanks enige moeilijkheden bij het in voege treden van deze bepalingen, blijkt uit informatie van de Cel dat deze bepalingen stilaan goed ingeburgerd geraken.

2.  Dit neemt niet weg dat er ook gevaar voor witwassen bestaat bij het gebruik van bankcheques, ook al kunnen daarvan gemakkelijker sporen worden teruggevonden dan van een betaling met cashgeld. In het document dat de Cel in februari 2004 publiceerde (zie haar website www.ctif-cfi.be: «Witwasindicatoren ») wordt erop gewezen dat stortingen in contanten of in de vorm van cheques, eventueel gevolgd door opnames in contanten of door middel van een cheque, het mogelijk maken om geld van criminele oorsprong wit te wassen.

De banken willen het gebruik van cashgeld en van cheques niet aanmoedigen. Zij beschouwen cheques ook als een duur en weinig efficiënt betaalmiddel dat manueel moet worden verwerkt en bovendien voorbijgestreefd is. De banken wensen het gebruik van cheques nog sterk te doen inkrimpen en zo mogelijk af schaffen. Zij krijgen daarbij de steun van de Europese Commissie zelf: cheques vallen uitdrukkelijk (artikel 3, punt f) buiten het toepassingsgebied van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en van de Raad van 1 december 2005 betreffende de betaaldiensten in de interne markt (New Legal Framework for Payments — SEC(2005) 1535), vermits de Commissie de elektronische betalingen wil stimuleren (zie punt 1 memorie van toelichting bij dit voorstel van richtlijn). Dat is ook een streefdoel dat de banken willen bereiken in het kader van de totstandkoming van een Europese Ruimte voor Betalingen (SEPA).  Volgens de banken zijn vooral elektronische betalingen of betalingen via een bankoverschrijving een efficiënter alternatief voor betalingen met cashgeld of door middel van een cheque. Het is volgens hen gemakkelijker om sporen van dergelijke betalingen terug te vinden en dus blijken ze meer doeltreffend zijn in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

De eventuele toepassing van verschillende valutadata voor cashdeposito’s of deposito’s in de vorm van een cheque is niet ingegeven door aspecten die te maken hebben met de strijd tegen het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. De wet van 10 juli 1997 betreffende de valutadata voorziet niet in een regeling voor die verrichtingen. Die wet heeft betrekking op elektronische verrichtingen en overschrijvingen.  De eventueel langere termijnen voor de inning van cheques zijn het gevolg van de verplichting tot interbancaire, manuele of elektronische uitwisseling van cheques bij de Verrekenkamer, opdat de bank van degene die de cheque uitschrijft, de nodige controles inzake de geldigheid van de cheque kan uitvoeren.  Dat heeft tot gevolg dat de bank in het kader van de inning van een cheque niet altijd rechtstreeks en definitief over het geld beschikt.

3.  De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen heeft sinds 1993 aanbevelingen gestuurd aan de kredietinstellingen in haar opeenvolgende circulaires en omzendbrieven over de witwaspreventie.  De Commissie heeft eveneens, in uitvoering van artikel 21bis van de wet van 11 januari 1993, bij reglement vastgesteld hoe de instellingen bepaalde van hun wettelijke verplichtingen moeten uitvoeren (reglement van de CBFA van 27 juli 2004 goedgekeurd bij koninklijk besluit van 8 oktober 2004).  Voornoemde teksten bevatten geen specifieke richtlijnen ten aanzien van de valuteringregels. Wel wordt onder meer aandacht besteed aan de waakzaamheidplicht die de instellingen aan de dag dienen te leggen.  Dit houdt onder meer in dat de instellingen hun aangestelden in kennis moeten stellen van passende criteria die het hen mogelijk moeten maken om atypische verrichtingen op te sporen, hetgeen aanleiding kan geven tot een melding bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

 

In dit verband moet worden gekeken naar de kennelijke economische grondslag en legitimiteit van de verrichtingen. Het spreekt hierbij vanzelf dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de stortingen van (grote) sommen in contanten, al dan niet opgesplitst in verschillende verrichtingen. We verwijzen in dit verband onder meer naar punt 9.2.1. van de gecoördineerde versie van 12 juli 2005 van de  circulaire van de CBFA over de  waakzaamheidverplichtingen met betrekking tot de cliënteel en de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (stortingen van sommen contanten door handelaren in goederen van grote waarde op wie artikel 10ter van de wet van 11 januari 1993 van toepassing

 

E-Notariaat


In het kader van de bestrijding van het witwassen van geld is het aangewezen, aldus de minister van financiën, dat zoveel mogelijk betalingen via overschrijving gebeuren en aldus de betalingen in contanten te beperken.
Ook betalingen door middel van cheques moeten vermeden worden.
Bovendien willen de banken ook het gebruik van cheques niet aanmoedigen, zij beschouwen dit als een duur en weinig efficiënt betaalmiddel.

Mr. O bevestigt de wens van de banken niet meer per cheque te betalen. Zij verwijst in dit kader onder meer naar de vergaderingen van de commissie kredietinstellingen en naar het protocolakkoord waarin onder meer verzocht wordt om bij het verlijden van de kredietakte het systeem van de overhandiging van een cheque te vervangen door een elektronische overschrijving. Tevens worden bepalingen voorzien dat bij niet verlijden van de akte, de notaris het overgemaakt bedrag moet terugstorten met valutadatum van de dag van het crediteren van de rekening van de notaris.

 

 

 

10/01/2006

 

 Vraag van de heer Tony Van Parys aan de vice-eerste minister en minister van Justitie               BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS : Commissie voor de Justitie   

 

Tony Van Parys : De plaatsvervangende voorzitter van de antiwitwascel en de Belgische Vereniging van Banken menen dat de antiwitwaswet naast het doel schiet. De antiwitwascel wil meer informatie krijgen van de politie en veiligheidsdiensten.

Van de 1 089 meldingen die de financiële instellingen deden over mogelijk verdachte geldtransacties, bleken er maar twee terecht.  Bevestigt de minister die cijfers? Zal zij de antiwitwascel efficiënter maken? Welke middelen worden uitgetrokken voor het proactief detecteren van terrorismefinanciering? Zal de antiwitwascel meer informatie krijgen van de politie en de veiligheidsdiensten?

 

Minister Laurette Onkelinx :

De cijfers van de heer Van Parys zijn niet de cijfers van de meldingen van de financiële sector aan de antiwitwascel. Het zijn de cijfers van de mededelingen aan de administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën op basis van de informatieplicht van EG-verordening 881/2002.  Die mededelingen hebben de bedoeling de rekeningen van personen en entiteiten die voorkomen op de internationale lijsten van mogelijke terroristen te laten blokkeren. De Staatsveiligheid controleert deze rekeningen en laat ze al dan niet blokkeren.

De meldingsplicht aan de antiwitwascel is niet verbonden aan deze lijsten, maar is gebaseerd op vermoedens van witwaspraktijken of terrorismefinanciering. De cijfers hiervan staan in de jaarverslagen van de antiwitwascel.  De diensten staan uiteraard wel in nauw contact met elkaar en plegen overleg met de politie en de veiligheidsdiensten. De bestrijding van terrorismefinanciering vereist immers goed werkende structurele relaties tussen de betrokken diensten.

Bij recente evaluaties door de financiële actiegroep werd overigens geen enkele negatieve opmerking gemaakt, de kwaliteit van de meldingsmechanismen werd zelfs erkend. 

 

Tony Van Parys : De plaatsvervangende voorzitter van de antiwitwascel zegt dat de wetgeving niet de verwachte resultaten oplevert en dat de cel meer informatie moet krijgen.  Ik hoop dat de minister rekening houdt met die uitspraak.

 

Q. & R. Mme Nathalie LAUKENS, criminologue CTIF-CFI ,en date du 28 avril 2004

 

Que faut-il entendre par les notions de « relation d’affaire » et de « client habituel » ?

 

La loi du 11 janvier 1993 a pour objectif d’éviter que les blanchisseurs utilisent la société, de manière anonyme, pour blanchir leurs capitaux. Pour ce faire, outre les clients habituels et occasionnels, il faut que les organismes et personnes visés par la loi identifient également les clients suspects. En ce qui concerne les institutions financières, la distinction entre clients habituels et occasionnels se base sur le caractère durable de la relation d’affaire. Le client d’une institution financière est considéré comme entretenant une relation d’affaire durable s’il est, par exemple, titulaire d’un compte à vue ou d’un compte d’épargne ou s’il loue un coffre auprès de cette institution financière. Le cas échéant, l’identification est obligatoire. Par contre, un client est occasionnel s’il n’entretient pas de relation d’affaire durable mais qu’il effectue sporadiquement une opération pour un montant de 10.000 EUR ou plus, pour laquelle l’identification est requise. L’identification sera toujours requise pour tout client suspect, même si le montant de l’opération effectuée est inférieur à 10.000 EUR dès qu’il y a soupçon de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme.
La distinction entre client habituel et occasionnel peut, en réalité, difficilement être transposée du cas des institutions financières au cas des notaires. Le notaire est, de toutes les façons, obligé, conformément à l’article 11 de la loi Ventôse, d’identifier les parties à un acte notarié et ce, quel que soit le montant de l’acte. Par ailleurs, il doit identifier le client chaque fois que ce dernier souhaite effectuer une opération de 10.000 EUR ou plus, ce qui sera la plupart du temps le cas.
Un client sera considéré comme occasionnel lorsqu’il se rend chez le notaire uniquement pour demander un conseil isolé pour lequel le notaire ne devra pas, par la suite, prêter son ministère. Dans la mesure où une relation prend fin après une consultation isolée, il ne peut être question de relation d’affaire.
Le client doit être identifié chaque fois que le notaire doit passer un acte notarié ou qu’il assiste son client, à l’instar de la situation de l’avocat, lors de la préparation ou de la réalisation de transactions pour lesquelles des consultations ont lieu (par exemple dans le cas de conseils pour la constitution d’une structure financière, une transaction immobilière, la gestion de patrimoine, l’organisation d’apports, l’administration de société, etc.) et pour lesquelles le notaire prête effectivement son ministère après la première consultation. Tel est également le cas lorsque le notaire reçoit un mandat de représentation par exemple en tant que tuteur de mineurs. Dans tous ces cas une relation durable est établie avec, pour conséquence, que les parties doivent être identifiées.

2. L’identification des personnes morales concerne le nom et le siège de la personne morale et de ses administrateurs. Lors de l’identification des personnes morales, doit-on considérer tous les administrateurs de la personne morale ou uniquement ceux qui sont présents lors de l’acte notarié ?
Lors de l’identification de personnes morales, on vise tous les administrateurs ainsi que la connaissance de dispositions concernant leur faculté à engager la personne morale. Les administrateurs de la personne morale seront identifiés et leur identité sera contrôlée sur la base d’une publication récente dans Moniteur belge des personnes et sociétés administrateurs de cette société. Il en va de même des dispositions concernant leur faculté à engager la personne morale. Ce seront uniquement les administrateurs, personnes physiques, qui sont présents devant le notaire et pour lesquels il a été contrôlé s’ils peuvent lier la société, qui devront être identifiés sur la base de leur carte d’identité.

3. Que recouvre la notion de client ? Comprend-t-elle toutes les parties à l’acte notarié ou uniquement le client qui paye ?
Du fait que l’opération prend place entre les parties à l’acte, l’identification porte sur toutes les parties présentes ou représentées lors de la passation de l’acte.

4. Lorsque le client est une personne morale, les mesures doivent-elles comprendre l’identification de la personne physique ou des personnes physiques qui possèdent ou contrôlent le client en dernière instance ? Que doit-on comprendre par cela ? Cela signifie-t-il que le notaire doit d’abord vérifier, pour chaque personne morale, à qui appartient la majorité des actions ? Comment ce contrôle doit-il être effectué dans le cas d’une société de capital ayant des actions au porteur ?
Il s’agit des personnes physiques qui sont les propriétaires en dernier ressort de la personne morale, ou du moins toutes les personnes physiques qui exercent le contrôle effectif sur la personne morale. La notion de « contrôle » doit être entendue dans le sens de l’article 5 du Code des sociétés.
Les données d’identification relevantes pour des personnes morales, tant belges qu’étrangères, doivent permettre de voir clair dans la propriété ou la structure de contrôle du client. Dès lors, si les actionnaires d’une personne morale cliente sont tous des personnes physiques, il faut tous les identifier et prendre toutes les mesures raisonnables pour ce contrôle.
Si les actionnaires de la personne morale cliente ne sont pas des personnes physiques mais des personnes morales, alors il faut encore aller une étape plus loin afin de trouver la personne physique qui est le véritable bénéficiaire économique final. Ainsi, si vous savez qui sont les personnes morales qui exercent le contrôle, il faut également savoir quelles sont les personnes physiques qui exercent le contrôle sur ces personnes morales et prendre toutes les mesures raisonnables pour ce contrôle.
Les mesures raisonnables qui doivent être prises pour ce contrôle sont pour le moment étudiées par la Commission Bancaire et Financière et des Assurances, en concertation avec l’Association Belge des Banques. Une forme possible de contrôle pourrait consister à prendre une copie du registre des actionnaires pour les actions nominatives ou, pour les actions au porteur, à demander aux administrateurs quels administrateurs ils représentent ou à prendre une copie de la liste des présences de la réunion des actionnaires conformément à l’article 539 du Code des sociétés. Mais comme déjà mentionné, ceci est encore à l’étude

 

 

HOOFDSTUK 13 :

 

A.è C :  JAARVERSLAGEN CBFA + CFI ( 2006 + …)

 

D. WETGEVING 

 

CBFA :

 

Verslag 2006 CBFA è  http://www.cbfa.be/nl/publications/ver/pdf/cbfa_2006.pdf

 

Verslag 2005 CBFA è   http://www.cbfa.be/nl/publications/ver/pdf/cbfa_2005.pdf zie bl.20 + 80

 

CFI :

 

A. 13de jaarverslag 2006   ( Notaris : Zie è bl. 62 + 63 + 69 )

 

Download het 13de jaarverslag

 

Inhoudsopgave
Voorwoord
I.Samenstelling van de Cel
II.Toepassing van de wet
III.Statistieken
IV.Typologieën
V.Rechtspaak
VI.Internationade samenwerking
VII.Andere activiteiten
VIII.Werkingskosten en ontvangsten voor 2006
Bijlagen: 1 - 2 - 3
I :

 

B. 12de jaarverslag 2005

Tussenkomst van niet-financiële beroepen.......Notaris : zie bl. 60,62 en 65

==================================================================================

 

 

 

Download het 12de jaarverslag


Inhoudsopgave
Voorwoord
I.Samenstelling van de Cel
II.Toepassing van de wet
III.Statistieken
IV.Typologieën
V.Internationade samenwerking
VI.Andere activiteiten
VII.Werkingskosten en ontvangsten voor 2005
Bijlagen:
1 - 2 - 3

 

C. 11de jaarverslag 2004

 

è http://www.ctif-cfi.be/doc/nl/ann_rep/2004.pdf

 

D. 10de jaarverslag 2002 - 2003

 

è http://www.ctif-cfi.be/doc/nl/ann_rep/2002-2003.pdf

E. WETGEVING :  via :  http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/?page=chrono

11 JANUARI 1993. - [Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme].

http://www.juridat.be/cgi_loi/loi_N.pl?cn=1993011141   CHRONO

 

 

12 JUNI 2007. (B.S. 2/07/07)  - M.B. tot aanstelling van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken …." De ambtenaren van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in artikel 23 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme."

 

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007.

3 JUNI 2007 ( B.S.13/06/2007 ). - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-06-13&numac=2007003311

Uittreksel:

Art. 2. De in artikel 14quinquies van de wet bedoelde indicatoren zijn de volgende:…
2. het gebruik van vennootschappen waarin kort voor het uitvoeren van de verdachte financile verrichtingen verscheidene statutaire wijzigingen zijn opgetreden zoals het aanduiden van een nieuwe bestuurder, de wijziging van de maatschappelijke benaming, de uitbreiding of wijziging van het maatschappelijk doel of de verplaatsing van de maatschappelijke zetel;

 

Programmawet: 27 april 2007 ( B.S  8/05/2007)  art.134 en v..Tekst  è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-05-08&numac=2007201505 (  Kamer:http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/3058/51K3058001.pdf  )

"è BLOG : http://witwassenblanchiment.blogspot.com/

 

Koninklijk besluit van 1 mei 2006 tot aanpassing van de lijst van ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme en tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de cel voor financiële informatieverwerking  B.S. 10+05+2006 bl.24011

 

Wet van 7 juli 2005 houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied, gedaan te Brussel op 26 juli 1995; 2° Akkoord betreffende de voorlopige toepassing tussen een aantal lidstaten van de Europese Unie van de op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie opgestelde Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, gedaan te Brussel op 26 juli 1995; 3° Protocol opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996; 4° Protocol opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten in de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, alsmede betreffende de opneming van het registratienummer van het vervoermiddel in de Overeenkomst, en Verklaringen, gedaan te Brussel op 12 maart 1999 B.S.14/10/2005 bl.44118

 

Koninlijk besluit van 16 maart 2005 tot opheffing van artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 tot uitvoering van artikel 14ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelstel voor het witwassen van geld en tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 1994 betreffende de wisselkantoren en de valutahandel, gewijzigd door het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 tot uitvoering van artikel 14ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en tot wijziging van het koninlijk besluit van 27 december 1994 betreffende de wisselkantoren en de valutahandel B.S. 19/04/2005 bl.17717

Koninklijk besluit van 8 oktober 2004 tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme B.S. 22/11/2004 bl.77023

Koninklijk besluit van 21 september 2004 tot aanpassing van de lijst van ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme en tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de cel voor financiële informatieverwerking B.S.06/10/2004 bl.70388

Wet van 12 januari 2004 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs B.S.23/01/2004 bl. 4352
 

Koninklijk besluit van 10 juni 2002 tot uitvoering van artikel 14ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 1994 betreffende de wisselkantoren en de valutahandel B.S.  29/06/2002 bl.29458

Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs B.S.29/06/2002 bl.29453

Koninklijk besluit van 28 december 1999 tot aanpassing van de lijst van financiële ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de cel voor financiële informatieverwerking B.S.31/12/1999 BL.50501

Koninklijk besluit van 6 mei 1999 tot uitvoering van artikel 14bis, 2, tweede lid, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S. 01/06/1999 bl.19567

Wet van 10 augustus 1998 tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S.15/10/1998 bl.34266


Wet van 10 augustus 1998 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs B.S.15/10/1998 bl.34267

Wet van 8 augustus 1997 houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 B.S. 04/06/1998 bl.18173

Wet van 7 april 1995 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S. 10/05/1995 bl.12378

Koninklijk besluit van 24 maart 1995 tot aanpassing van de lijst van financiële ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S.13/04/1995 bl.9393

Koninklijk besluit van 22 april 1994 tot aanpassing van de lijst van financiële ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S.04/06/1994 bl.15428

Koninklijk besluit van 29 november 1993 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen van de de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S.01/12/1993 bl.25740

Koninklijk besluit van 28 februari 1993 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 11 januari 1963 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S.10/03/1993 bl. 5080

NIEUW OPSCHRIFT [Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme] Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld B.S.09/02/1993 bl. 2828

Institute of Forensic Auditors (IFA) en

+ Léon Dochy erenotais te Pecq  è FR : http://leondochy.blogspot.com/

è leon.dochy@skynet.be  of marienoel.dochy@skynet.be

Zie ook :   SNELLE  HYPERTEXT-VERBINDINGEN   è

 

Click + Even geduld…

NOTARIAAT

FEDERALE STAAT

WETBOEKEN + RECHT IN HET ALGEMEEN

OPRICHTING VENNOOTSCHAPPEN + VZW + B.S.

FISCALITEIT ( Federale Staat :WIBBTW)

VLAAMS GEWEST Registratie- en Successierechten

VLAAMS GEWEST : DORO + MILIEU + VEN + BOS

DE WETGEVING ZOEKEN !

ZOEKEN + INDEXATIE

Bondige antwoorden op vele vragen

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 

WAALS GEWEST + Deutschsprachige Gemeinschaft

BUITENLANDS RECHT + EUROPA

RECHTSPRAAK EN RECHTSLEER + BALIES

BEROEPSORGANISATIES

BANKEN

KAMERS VAN KOOPHANDEL + POM

REFERENTIEDATABANK

NIS : STATISTIEK

COMMUNICATIE TELEFOONGIDSEN

INFORMATICA

VERKEER + onmiddellijke dienstregeling NMBS
INTELLECTUELE EIGENDOM ex Merken.

NOTARIËLE WETGEVING  ADOPTIE 2005  3 JUNI 2007 ( B.S.13/06/2007 ). - Koninklijk besluit è http://witwassenblanchiment.blogspot.com/

Niet-beslagbaarheid woning zelfstandige è http://nietbeslagbaarheid.blogspot.com/

+ Verblijvingsbeding en keuzebeding onder last Fiscale handeling

 

 


Meter : ( 2005 = 780 
+ 2006 = 1.900 ) = 2.680 +  ( 900  : I-2007 tot 29/08/2007 ),  en nu è

 

 

 un compteur pour votre site

 

De publiciteit op deze site is noodzakelijk om deze webruimte gratis ter beschikking te kunnen stellen.