Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Hoofdstuk 1

 

Andromeda, 5 augustus 2130, de wereld is, zoals in de meeste films over de toekomst, ten onder gegaan aan het overmatige auto-gebruik. Mensen wonen onder glazen koepels in steden waar auto’s nu ineens wel op schone energie gaan rijden. Buiten de koepels is het een grote ravage, bedrijven als UPC en KPN zijn failliet gegaan en door de slechte technologie moeten mensen leven van Happy meals uit de plaatselijke Mc Donalds.

Ik ben Dark, zoon van 2 metal muziek fans die hun kind een passende naam wilden geven. Ik ben niet kwaad op mijn ouders vanwege de naam, integendeel, het is alleen mijn achternaam waar ik een hekel aan heb, Snoepie. (Mijn volledige naam is dus Dark Snoepie).

Ik woon… nou ja, woonde al zo’n 20 jaar in Andromeda, maar ben nog wel een welgewaardeerde gitaarist in de band “Dooier”. Onze laatste single kwam op nr2 in de Top 40, we zijn dus best succesvol.

De reden dat ik “woonde” zei begon zo’n 2 weken geleden…

 

Het was een mooie zaterdagmorgen. De kunstmatige zon scheen een “prachtig” licht door de koepel en de robotische vogels zongen eens een keer wat anders dan Bach. Dark zat op een bankje in het park te luisteren naar het geritsel van de papieren bomen. Na het succes van de single “Een ei is altijd dooier dan een kip” was hij er even tussenuit geknepen en had een aantal dagen vakantie genomen. Over 3 weken zou hij met de band op tournee gaan.Klinkt allemaal best wel leuk, maar de koepel besloeg maar 2000 vierkante kilometer, echt ver reizen was er dus niet bij.

Net toen Dark zo ongeveer in slaap gevallen was kwam Snake aanlopen met een zeer bedrukt gezicht.

“Sowee kerel”, zei Dark verrast,”Wat doe jij hier? Heeft je huisbaas je er weer uitgegooid?”

Snake antwoordde niet en keek Dark met een blik vol van hulpeloosheid, doch met enige woede, aan. Darks gezicht vertrok. Snake was er wel degelijk uitgegooid.

“O help, Snake, wat heb je nu weer uitgespookt?”

“Mijn waterbed was lek en toen gingen de onderburen klagen.”

Dark moest even lachen, “Het is ook altijd wat met jou. Kom op, we gaan eerst ff de boel onveilig maken op de schietbaan en dan mag je bij mij wel op het logeerbed maffen.”

 

Snake was de zanger uit de band. Hij leed aan de ziekte GR-03-N. Hij had er zelf niet zo’n last van, de ziekte zorgde voor een verbeterde stem, maar het kon van het ene op het andere moment met je gedaan zijn. Snake was altijd het haasje, buiten zijn schuld om, maar daar kon hij niks aan doen. Zijn grote probleem was dat, hoewel hij een goede zanger was, geen enkel goed meisje kon scoren, in tegenstelling tot Dark. Dark had weleenswaar ooit een vriendin gehad, maar die werd vermist op een dag dat ze samen aan de rand van de koepel geweest waren. Dark was er een heel jaar kapot van, maar kwam wel bij.

 

Na een lekker potje schieten kwamen Dark en Snake aan bij het appertementje van Dark.

“Het is groen en heeft twee poten”, klonk er door een speaker in de woonkamer.

Ter veiligheid was het verplicht om een speaker in de kamer te hebben die vertelde of het nodig was te vluchten voor een of andere catastrofe, maar het netwerk van de speakers was al enige weken overgenomen door hackers. Er was ook maar 1 manier om van die flauwe hacker-humor af te komen.

PANG! Klonk het in de woonkamer. De speaker viel in stukken op de grond

“Verdorie, Dark, dat is al de 3e speaker deze week.”

“Wist ik veel dat dit mijn geweer nog geladen was. Nou ja, wat maakt het ook uit, ik koop morgen wel een nieuwe. Ik haal ff een kratje bier uit de koelkast.”

Zoals ze wel vaker deden zopen de 2 zich helemaal klem onder wat wilde muziek en vielen zo ergens in slaap in het flatje.

 

 

 

 

Aan de hemel kwam een helder lichtpuntje te staan dat als maar groter en groter werd. In de straat vluchtte mensen naar hun auto’s en reden weg naar de rand van de koepel. Na een kwartier was de stad stil, op het gesnurk van 2 zuiplappen na.


Hoofdstuk 2

 

Het was 11 uur toen Dark wakker werd hij wilde opstaan, maar stootte zijn hoofd tegen de onderkant van zijn bureau.

“AU!, verdorie, dit is de laatste keer dat ik mij klem zuip en onder een bureau in slaap val.”

Dark liep naar het raam van zijn studeerkamer en keek met een half slaperig hoofd naar buiten. Het was nogal stil op straat, maar dat was normaal als iedereen naar zijn of haar werk was. Dark ging op zoek naar Snake, hij was op de keukentafel in slaap gevallen.

“Hey, kerel, wakker worden. De meiden vallen niet op slapende kerels, wel erover als je voor hun deur gaat liggen, maar dat is iets anders.”

Snake werd wakker en keek Dark met een niets begrijpende blik aan, als het ochtend was was Snake nooit echt helder geweest. De twee hadden allebei last van een enorme kater en namen meteen maar een stuk of 5 asperines, die dingen hadden toch een lekkere pepermunt smaak.

“Ik ben even een nieuwe speaker kopen, Snake. Let jij ff op mijn flatje, doe alsof je thuis bent.”

“OK, later!”

 

Toen Dark in het winkelcentrum aankwam bleek het daar ook nogal behoorlijk stil te zijn. Normaal wemelde het van de huismutsen en jankende kinderen, maar nu was er helemaal niemand. Alles was dicht, alleen een informatiebord stond nog tekst te tonen. Dark liep er naartoe om het te lezen, hij had toch niks beters te doen.

“Hamlapjes, 55 cent bij slager Besmetmetbse, blech ik hou niet van die troep…Krijg nu korting op beha’s met airco bij Tsitstrak, tuurlijk, dat had ik nou echt nodig. Hey, wats dit? Inslag van de komeet Ragnegnurf in 72 uur…”

“72 UUR?!!!”, schoot het door Dark z’n hoofd, “Oh, 72 uur.”

Rustig liep dark terug naar z’n auto en reed terug naar zijn huis op een slakkegangetje.

 

Terug bij de flat bleek dat Snake het erg naar zijn huis had gemaakt. Overal hingen posters van half ontblote meisjes van lichte zeden.

“Snaaaaake! Wat heb je nou weer geflikt? Posters met halfontblote meisjes van lichte zeden, OK, maar waarom hangt Ariane de Vries er niet tussen?”

“Die hangt er wel, hier in de woonkamer, ook een in de WC, als je wilt weten.”

“Oh, dan is het goed. Helaas moet je de boel weer inpakken”

“Hoezo? Weet je hoeveel werk dit was?”

“Luister kerel, toen wij hier een zuipfeestje hadden is omgeroepen over de speaker dat er over 3 dagen een komeet deze hele koepel zal vernietigen. We moeten hieruit opzouten, met posters, als dat zou kunnen.”

“3 dagen ??!! We zijn verdoemd, verdoemd zeg ik je!”

Snake werd helemaal hysterisch. Dark pakte hem in zijn kraag en gaf hem een fikse klap voor zijn smoel. BAF!

“Rustig kerel, de rand van de koepel is maar een halve dag rijden, ik heb familie in Andromeda zitten en ik heb de auto gisteren na ons uitje bij de schietbaan bijgetankt. We kunnen dus rustig weg en desnoods wat terug halen, als we willen.”

“Oh, OK”

Snake en Dark pakten van alles in, 2 geweren, want je weet maar nooit wat je tegenkomt, 2 dozen posters, 50 stripboeken voor in de late uurtjes, 20 kratten bier en natuurlijk schone kleding. Binnen een uur waren ze al op weg.

 

In de auto hadden de twee ineens behoefte aan een in principe onnodige conversatie.

“Zeg Snake, misschien een beetje foute vraag, maar hoe staat het met dat GR-03-N virus van jou?”

“Niet goed, de dokter zei dat het in deze maand met mij gebeurd kan zijn.”

“DEZE MAAND??!!” Dark stopte de auto.

“Hey kerel, ga nou niet sentimenteel doen. Ik heb mijn laatste wensen op een briefje geschreven dat in mijn achterzak zit en 1 daarvan is dat ik mijn laatste dagen vol lol wil beleven. Rij gewoon verder en doe net alsof er niks gebeurt is, OK? Het is niks ernstigs en ik ga toch een keer dood.”

Dark had ff moeite met omslaan van emotie, maar werd alsnog een beetje vrolijk. Hij wist nog een paranomraal begaafde (dit was sinds 2 jaar erkend als daadwerkelijk werkende remedie en dus gedekt door alle verzekeringen) voor het geval hij Snake nog een keertje zou moeten spreken.

“Laat ik wat aan jou vragen”, zei Snake,”wat is er met Anna gebeurt?”

Dark had bijna zin om nog een keer de auto te stoppen.

“Zij is gewoon verdwenen, zomaar, zonder dat ik maar iets kon doen. Ik was gewoon even op zoek naar de ketchup en toen ineens was ze weg.”

“Zij is dus niet dood.”

“Dat weet ik dus niet en dat knaagt eigenlijk altijd al aan me.”

“Zal ik jou eens wat vertellen, jij vindt haar zeker weer. Dat weet ik zeker.”

“Hoezo?”

“Deze koepel is niet zo groot, iemand komt niet zo ver als die verdwenen is.”

 

En de twee reden verder, maar ergens in de motor had een onderdeeltje zijn beste tijd gehad. Het onderdeeltje had er geen zin meer in en brak. Onder de motorkap kwam witte rook vandaan. En de snelheid verminderde.

 


Hoofdstuk 3

 

Snake keek naar de witte rook die plagerig onder de motorkap vandaan kwam. Dark vloekte,  stapte uit de nog half rijdende auto en viel op zijn smoel.

“AU! Verdorie!”, Dark krabbelde overeind,”eens ff zien wat er misgegaan is onder dat ding”

Snake stapte ook de auto uit en keek mee.

“Ah, kijk, je V-snaar is gebroken en tussen je motor gekomen”,zei Snake,” Die snaar is er wel tussenuit te halen en we stoppen er gewoon een nieuwe in. Heb je een veter bij je? Dan gebruiken we die als tijdelijke vervanging.”

Beiden keken naar beneden. Hun schoenen hadden allebei een gesp-klittenband combinatie. De twee keken elkaar aan.

“Goed, hoeveel uur hebben we nog, schat je?”, vroeg Snake.

“Een stuk of 60, denk ik. Hier, neem het geweer. We hebben in elk nog een stuk of 6 kogels, 12 totaal. We moeten hier uitkijken.”

“Hoezo? Er is toch niemand?”

“Juist niet, we zitten hier in een van de buitenwijken. Er kunnen hier chaos-plunderaars, zwervers en/of clans zitten. Hele groepen wachten hier wel eens om mensen te beroven en nu die komeet er aan komt is iedereen in paniek en kunnen zij hun slag slaan.”

“Oké, ik snap het, maar wat doen we nu?”

“Ik denk dat we gaan lopen, totdat we iets tegenkomen dat ons kan vervoeren.”

En zo begonnen ze maar te lopen. Niet al te blij, natuurlijk, want wie is er nou blij als er een komeet op je knar gaat vallen en je bent niet op tijd weg?

 

Op 1 van de daken van 1 van de flatgebouwen (lekker vaag) zat een clanlid naar beneden te loeren en zag 2 figuren lopen. 1 compleet in het zwart en 1 in nogal vrolijke kleding. Hij riep wat om over zijn walkie talkie. En binnen no-time waren Snake en Dark omsingeld en werden ze onder schot gehouden. De 2 grepen naar hun geweer en probeerden de clanleden onder schot te houden, hoewel ze sterk in de minderheid waren.

“Wat moeten jullie hier?”, schreeuwde een clanlid.

“Ga nou niet moeilijk doen, man! We willen gewoon uit Andromeda!”, zei Dark.

“Doe dat geweer weg, we willen je niet neerschieten!”

“Ik jou ook niet.”

“In dat geval nodig ik jullie uit om bij ons te komen eten!”, zei het clanslid.

Darks gezicht versprong eerst om naar een lichte verbazing. Toen schoot hij in de lach.

“Sjonge jonge, we zijn rechtstreeks bij de hippies terecht gekomen. Tuurlijk, wil ik bij jullie komen eten, ik heb altijd al wat hippie voedsel willen proeven.”

Iedereen deed zijn wapens weg en liep in noordelijke richting naar een groot industrie gebouw waar een heel complex van geïmproviseerde bedden, keukens, zithoeken en gastkamers was. Dit was de thuisbasis van de hippie-clan, een zeer vreedzame clan die bekend stond om hun heerlijke eten. De reden dat dit nergens te verkrijgen was was dat de hippies hun recepten het liefst geheim hielden en niet om te kopen waren met geld. Die avond werden Snake en Dark als eregasten ontvangen aan tafel.

 

“Vertel eens, vreemde, wat bracht jou nou precies hier”, vroeg een oude hippie met grijze baard.

“Er zal een komeet op Andromeda neerstorten. We wilden weg, maar onze auto ging stuk”, zei Dark.

“Een komeet?! Dan moeten wij hier ook weg! Hoe lang nog?”

Dark had niet veel aandacht meer voor het gesprek. Hij zag Snake naast een behoorlijk mooi meisje zitten. Snake zat nogal (zeg maar behoorlijk) met het meisje te flirten en het meisje flirte nog terug ook!

“Ehm, over zo’n 2 dagen”, antwoordde Dark de grijze hippie.

“Kerel, ik ben blij dat je het ons komt vertellen. Morgenochtend vertrekken we naar een vliegveld. We hebben wel een piloot die dan een passagiers vliegtuig kan besturen en dan zijn we hier op tijd weg.”

Normaal zou Dark er enthousiast op hebben gereageerd, hij was immers dol op vliegen, maar hij was geïnteresserder in wat Snake nou weer aan het doen was. Het leek er daadwerkelijk op dat Snake eindelijk eens een meisje zou krijgen. Snake stond samen met het meisje op en liep gearmd met haar in de richting van Dark en de grijze hippie.

“Vreemde, we zullen je zodadelijk je kamer laten zien, dan kun je hier overnachten en morgen met ons mee.”

Snake was samen met het meisje bij Dark en de grijze hippie aangekomen.

“Opa, mag deze schattige jongen bij mij komen slapen”, vroeg het meisje.

“Is goed, Jennifer, maar geen gekke dingen doen, oké?”

“Nee hoor, opa, ik zou niet durven.”

Snake en Jennifer liepen naar buiten. Dark zag dat Snake duidelijk een glaasje te veel op had (alweer).

“Succes, Snake”, dacht Dark bij zichzelf.

 

De volgende ochtend was het zo ver. De hele clan hippies was bepakt en bezakt en de stoet begon te lopen. Voorop gingen de grijze en een jonge, sterk gebouwde hippie. Daarachter kwamen Snake en Dark. De rest volgde mee naar het vliegveld. Het zou zo’n 4 uur lopen zijn.

 


Hoofdstuk 4

 

De stoet hippies was op weg. Met vooraan de grijsaard, Dark, Snake en nog een hippie. Dark was, hoewel hij een beheerst persoon was, ontzettend nieuwsgierig naar wat Snake gister uitgespookt had met Jennifer en kon het na een uur niet meer uithouden.

“Snake, wat heb jij gisteravond uitgespookt met die meid?”

Snake keek terug naar Dark,”Hoezo?”

“Nou gewoon, hebben jullie ge…ehm…jeweetwel”, Dark zwaaide een beetje met zijn handen.

“Oh, ja hoor, echt wel!”, zei Snake met een glimlach.

Dark zette groten ogen op. Snake vertrok zijn gezicht en sloeg zijn hand erop.

“Neehee! Niet dat! Wat denk jij nou? Dat doe je zo’n lief meisje toch niet aan?!”

“Nee, OK, ik dacht heel even… Maar goed, laat ik het anders vragen, wordt het wat?”

Snake keek over zijn schouder en keek naar Jennifer die meehielp wat kleine dingen te sjouwen voor haar moeder.

“Oh ja, zeker.”, Snake glimlachte.

Dark keek mee.”Ga haar maar helpen”, zei hij.

“Moet ik niet vooraan blijven?”

“Ga nu maar.”

“OK!”

Snake liep terug in de stoet en pakte de spullen over van Jennifer. Dark keek naar de hemel. Een onbehoorlijk groot lichtpuntje trok zijn aandacht. Het kon geen ochtendster zijn, het was immers half twaalf. Dark kon niet bedenken wat het zou kunnen zijn, alhoewel…de komeet? Nah, die zou pas over 40 uur inslaan. Dan zouden ze hier al lang en breed weg zijn. Maar…stel nou dat dat niet zo was? Dark schudde zijn hoofd, hij had even geen trek in zo’n gedachte. Ineens kwamen Jennifer en Snake naast hem lopen.

“Ha die Dark! Jennifer wilde even dat ik je aan haar voorstel. Jennie, dit is Dark.”

“Hoi Dark”, zei Jennifer.

“Prettig kennis te maken”, zei Dark.

“Weet je al wie de piloot word?”, zei Snake

“Nou je het zegt, nee. Je gaat me toch niet vertellen dat..”

Snake wees naar Jennifer en knikte hevig. Jennifer gooide haar armen in de lucht als zo’n danseres die je wel eens vaker bij TV shows ziet en zette een overwinnende glimlach op. Dark glimlachte.

 

Aangezien flatgebouwen een goede schuilplaats zijn zat er een clanlid van een compleet andere clan op een flatgebouw. Deze was helaas wat minder vredelievend dan de hippies en had nog een behoorlijk grote troep bij zich. Na wat gebaren maakte een groot aantal mensen zich klaar en sprongen naar beneden. De hele stoet was omsingeld.

“Verdorie, dat is nou al de tweede keer binnen 24 uur dat ik omsingeld wordt!”, riep Snake.

Uit de groep clansleden kwam een knappe, jonge vrouw met lang blond haar naar voren.

“Waar is de leider van jullie groep?”, vroeg ze.

De grijsaard liep naar de vrouw toe. Dark, die de stem van de vrouw bekend voorkwam, wilde meegaan, maar de grijsaard hield hem tegen.

“Wat wilt u van ons?”, vroeg de grijsaard aan de vrouw.

“Jullie zijn zojuist overvallen door de Raiders, oudje. Wij komen hier wat spullen van jullie jatten. En waag het niet tegen te stribbelen!”

Toen ineens flitste het door Darks hoofd wie de vrouw was. Hij gooide zijn geweer neer en rende naar haar toe. Hij doorbrak de kring mensen om de vrouw en de grijsaard heen en bleef op zo’n 2 meter afstand van haar staan. Het was haar! Het was haar echt!

“Anna!”, riep Dark.

De vrouw keek om naar Dark. Ze keek eerst verbaasd. Toen schoten de tranen in haar ogen en liep ze op Dark af.

“Snoepie!”, riep ze terwijl ze in zijn armen vloog.

Niemand wist meer wat ze moesten doen. Snake was de eerste die begreep wat er aan de hand was.

“Ik zei het toch! Je hebt Anna alsnog gevonden!”, zei hij met een brede grijns. De grijns verdween weer toen hij merkte in welke houding hij stond. In de angst van de aanval had Snake Jennifer dicht tegen zich aangedrukt en al die tijd niet losgelaten. Jennifer vond het niet zo erg, integendeel, ze had haar hoofd op zijn borst gelegd, haar ogen dichtgedaan en ademde rustig (alsgelijk een poesje, voor mensen die wat literairs willen lezen).

 

“Anna, hoe ben jij hier ooit gekomen?”, vroeg Dark met blijdschap.

Met tranen in haar ogen en een brok in haar keel antwoordde Anna:”Het ging allemaal zo snel! Jij was alleen de ketchup aan het zoeken en toen viel ik in een of ander gat en toen heb ik daar dagen gelegen totdat deze mensen mij vonden en toen kon ik niet meer terug, want er was geen voertuig en toen…en toen…toen…”. Anna barstte in snikken uit.

“Och och, meid, wat een verdriet. Ik ben blij dat ik je weer heb gevonden.”, zei hij zachtjes in haar oor.

 

Zo stond de hele stoet voor zo’n kwartier stil tot iedereen door had wat er aan de hand was. Na een tijdje stapte er een jongen van ongeveer 14 jaar oud naar voren.

“Wordt het niet eens tijd dat we doorlopen? Over een tijdje valt er een komeet op ons dak ja?”

Dark en Anna keken op. De hele stoet begon te lopen toen Dark aan Anna had uitgelegd wat er aan de hand was. De achtergebleven Raiders hadden niet erg veel keus en liepen mee. Anna was de leider van het aanvalsgroepje en die hoor je nu eenmaal te volgen.

 

Na zo’n 2 uur kwamen ze in de buurt van het vliegveld. Er was iets mis. Het was er nogal stil, behoorlijk, zeg maar. Een van de Raiders pakte een verrekijker tevoorschijn en bekeek het terein.

“Leider Anna, ik geloof dat we een probleem hebben.”

“Wat voor?”, vroeg Anna

Het hele vliegveld krioelde met biochemisch experimentele gemuteerde wezens . (ik weet het, het is afgezaagd)  (maar wel leuk) Ze bleken te komen uit een laadruim van een van de vliegtuigen.

“Hallo? Wat voor probleem hebben we?”, vroeg Anna ongeduldig aan de Raider.

De Raider slikte even, maar bleef sprakeloos. Hij zag hoe een van de wezens hongerig aan een half verteerde hand met machette snuffelde. De hand zat helaas niet vast aan een arm, die lag namelijk 2 meter verderop.
Hoofdstuk 5

 

Anna maakte zichzelf los uit de armen van Dark en rukte de verrekijker uit de handen van de Raider.

“Kun je niet gewoon vertellen wat er aan de hand is?”, zei ze tegen de Raider.

Ze wierp een blik door de verrekijker en zag vol afschuw de hongerige mutanten over het vliegveld scharrelen.

“Oké, dus zo groot is het probleem. ’s Even zien, er staan er 5 rond dat ene vliegtuig, 4 zijn er in de toren, maar dat is niet erg, verder hebben we nog een aantal die over het veld zelf heen scharrelen.”

Ze deed de verrekijker weg en keek de groep rond.”wie heeft er hier een wapen bij zich?”

Van de hippies staken er maar een stuk of 10 de hand op, de Raiders hadden natuurlijk allemaal een wapen bij zich, maar ze waren niet in zo’n groot aantal.

“Oké, dat wordt een sluipaanval. Ik ga met mijn ploeg de boel infiltreren totaan dat gebouwtje zo’n 10 meter van dat vliegtuig. Ik schiet dan van een afstand die 5 rond dat vliegtuig neer. De gewapende hippies vormen dan een menselijke gang waar de mensen door kunnen lopen en schieten elk aankomend beest neer.”

De groep keek een beetje glazig, maar had het wel begrepen. Al gauw volgden ze Anna naar het gebouwtje. Totaan daar waren geen mutanten. Dark merkte op dat Anna geen geweer bij zich had.

“Zeg Anna, je kan mijn geweer wel hebben als je die daar neer wilt schieten.”

Anna keek om en glimlachte.”Dank je, Snoepie, maar dat is niet nodig.”

Ze liep naar hem toe, legde haar armen om hem heen en gaf hem een kusje op zijn neus.

“Ik ben niet meer dat schattige meisje van 2 jaar geleden, ik ben veel venijniger geworden.”

Ze zette een zachte grijns op haar gezicht, grabbelde wat in haar achterzak en haalde er een geval uit dat ze uitklapte tot een boog van ongeveer anderhalve meter groot. Achter uit haar leren Raider harnas kwam een opbergvakje zetten waar de staarten van een aantal pijlen uitstaken.

“Ik ben niet voor niets leider van dit groepje geworden.”

Anna klom behendig op het gebouwtje en schoot de eerste pijl. TJAK! Dwars door 1 van de mutanten. De anderen waren helaas niet zo stom als gehoopt. Ze hadden meteen door waar de pijl vandaan kwam en kwamen in de richting van de groep. Dark greep meteen naar zijn geweer. Snake ging voor Jennifer staan en mikte op 1 van de mutanten KABAM! Dood. (sjonge, wat een droge special effects) De raiders grepen naar hun machinegeweren en openden het vuur op de overgebleven 3. De regen van kogels sloeg neer op de beesten die ook meteen het loodje legden. Helaas hoorden een aantal mutanten in de terminals van het vliegveld het geluid en kwamen tevoorschijn. De Raiders vormden samen met Snake nu een cirkel rond de groep wapenlozen, zodat die niet geraakt zouden worden, en openden het vuur. Anna had door dat ze op een behoorlijk kwetsbare plaats stond op het gebouwtje. Ze gebaarde naar 1 van de Raiders dat ie moest stoppen met schieten, sprong van het gebouwtje af en tijgerde naar de groep toe. In de groep ging ze bij Dark staan.

“Waarom schiet jij niet mee?”, schreeuwde ze terwijl het ratelen van de machinegeweren op een maximum was.

“Ik heb maar 6 kogels in mijn geweer”, schreeuwde Dark terug,”Ik kan ze beter sparen voor een tijd als er onverwachte beesten aankomen.”

 

Na een kwartier was het ratelen afgezwakt en lag het hele vliegveld vol met groene vloeistof en levenloze lichamen van groene beesten. De hippies begonnen de gang te maken naar het vliegtuig toe. De stoet begon te lopen met Dark, Anna, Snake en Jennifer voorop.

 

Bij het vliegtuig aangekomen hield Anna het groepje tegen.

“Wacht even, mensen, er kan nog een beest in dat vliegtuig zitten. Ik denk dat het het beste is dat als we hier het vliegtuig ingaan ik het achtergedeelte onderzoek en jij het voorgedeelte samen met Snake en Jennifer.” Ze keek Dark aan.

“Hoho, wacht even, Anna. Ik laat je niet nog een keer alleen. Als je zo’n beest tegenkomt en het vermoord je, vergeef ik me dat nooit. Ik kan niet zonder jou!”

“Rustig, Dark, ik kan het wel, je hebt me net toch zien schieten?”

Dark zuchtte. “Je hebt gelijk”, zei hij en ze gingen het vliegtuig in.

 

In het vliegtuig ging Anna naar de achterkant en Dark naar de voorkant met Jennifer en Snake, zoals afgesproken.

Snake hield Jennifer dicht tegen zich aan, meerendeel omdat hij zelf nogal bang was. Jennifer merkte op dat hij nogal trilde.

“Hey Snake, je bent toch niet bang hè?”, zei ze.

“Ik? Nee hoor.” Snake bibberde even, legde snel zijn hoofd op Jennifers schouder en begon te huilen.”Ik had het alleen doodsbenauwd toen die beesten uit de terminals kwamen”, snotterde hij.

Jennifer wist niet helemaal wat ze hiermee aanmoest. Ze had hem “vurig” zien schieten tot de laatste kogel. Was het dan toch angst die in zijn ogen stond toen zijn geweer leeg was?

Ze waren bij de cockpit aangekomen. Zo stil mogelijk gingen Snake en Dark voor de deur staan. Snake trapte de deur in. In de cockpit was er een mutant bezig de laatste restjes van de piloot op te eten. Snake en Dark richtten gelijk hun geweer op het beest en haalden de trekker over. Snakes geweer had geen kogels meer en die van Dark haperde. De mutant kreeg hen door en liep dreigend op hen af. Snake, Dark en Jennifer hadden geen keus dan toe te kijken wat er zou gebeuren. Het beest ging door zijn knieen en sprong op Dark af. Bijna tegelijkertijd schoot er een pijl tussen de 3 door en raakte het beest in zijn oog. Het zware, levenloze lichaam viel boven op Dark en sloeg hem tegen de grond. Daar stond Anna.

“Je hebt gelijk, Snoepie, je kunt niet zonder mij”, Anna had een victorieuze (sowee, wat een woord) grijns op haar gezicht. Ze hielp Dark overeind en gaf hem een dikke knuffel.

 

In de cockpit keek Jennifer naar de brandstofmeter.

“We moeten dit ding nog bijtanken, willen we Andromeda uitkomen”, zei ze.

“Geen probleem”, zei Dark,”we hebben nog zat tijd.”

Er klonk een “ding-dong” over het vliegveld en een computerstem begon te spreken:”Extra waarschuwing voor achterblijvers: door een rekenfout vernietigd de komeet Andromeda niet over 35 uur, bij de volgende toon is dat slechts 35 minuten. Iedereen die nu nog hier is, uw ziel worde vergeven. Bliiiieeep!”

 


Hoofdstuk 6

 

Jennifer luisterde naar de boodschap die de robotstem had verteld en keek met grote, angstige ogen naar Snake. Snake wist niet wat hij moest doen en zette daarom een hopeloze blik op Dark. Dark wist gelukkig wel wat er moest gebeuren en keek naar Anna of zij hem wou helpen Anna wou dat wel, maar maakte zich zorgen om Jennifers psychische toestand en keek even onderzoekend naar haar. Zo keek iedereen naar elkaar en kregen ze het gevoel dat dit stompzinnige tafereel snel aan een einde moest komen.

“Anna, waar kunnen we hier een tankwagen vinden?”, vroeg Dark

“Jep, tien meter hiervandaan staat er een onder de toren.”

“Mooi. Jennifer, weet jij hoe dit ding getankt moet worden?”

Jennifer moest even bij zinnen komen. “Uh, ja. De slang moet je aan de romp van het vliegtuig bevestigen. Het is een soort ventiel, als er eenmaal brandstof in zit gaat het er niet meer uit, dus we kunnen tijdens het tanken opstijgen.”

“OK, Anna, laten we die tankwagen opsnorren!”

 

Dark en Anna renden terug via de passagiersstoelen naar de deur en sprongen naar buiten. Anna gebaarde de hippies dat ze alvast naar binnen moesten gaan. Dark sprong op een bagagekarretje dat toevallig nog bij het vliegtuig stond. Hij wachtte tot Anna er ook op gesprongen was en gaf toen vol gas. Het karretje had kennelijk wat meer pk dan verwacht en schoot er vandoor. Er waren nog wat mutanten in de terminals over die nog niet neergemaaid waren. Deze beesten waren net zo bloeddorstig als de anderen en kwamen er dus ook aan.

“Anna, neem het stuur over!”, riep Dark,”Ik maai die beesten even neer.”

Anna klom op Dark zijn plek en nam het stuur over. Dark klom op de achterkant en begon te schieten. Hij loste eerst 2 schoten , de derde was pas raak.

“Sjonge, Snoepie, jij kan ook niet schieten! Laat mij maar.”

Anna greep Dark in zijn kraag en smeet hem voor het stuur. Dark pakte het stuur maar over, anders zou het ding crashen. Anna pakte een paar pijlen van haar rug en schoot behendig de mutanten 1 voor 1 neer. Ze waren aangekomen bij de tankwagen.

“Dark, hoe vol zit dat ding?”, vroeg Anna

Dark keek naar de meter,”Dit ding zit helemaal vol, we kunnen hem zo aan het vliegtuig koppelen.”

 

Hij had dat nog niet gezegd of er braken een paar ruiten boven hun hoofd. Een paar mutanten waren uit de toren gesprongen en hadden het op hun belust. Dark zag de hongerige blik in hun ogen en wilde ze neerschieten, maar Anna hield hem tegen.

“Laat ze maar, Snoepie, doe liever een stap achteruit.”

“Huh? Hoezo? Dat zijn gevaarlijke beesten, weetjewel!”

Het volgende moment hoorde Dark een doffe “FLATS!” en zat hij onder het groene spul. Anna, die wel een stap naar achteren had gedaan, keek hem met een grijns aan. Dark keek terug met een blik van “hahaha, wat leuk, maarnietheus”. Bij die blik kreeg Anna een beetje meelij met hem en haalde het groene spul uit zijn haar.

“Ach, zielepoot, ik had het natuurlijk wat eerder moeten zeggen.” Anna wreef wat groen spul van zijn wang en gaf hem daar een kus. De rode lipstick stak mooi af tegen het groen. De twee stapten in de tankwagen, reden richting het vliegtuig en koppelden de slang aan de romp.

 

Toen de brandstof eenmaal olijk naar binnen stroomde keek Dark nog een keertje naar de hemel. Het lichtpuntje wat hij ’s ochtends gezien had was deze keer echt groot geworden, het was dus echt de komeet! Hij leek zelfs nog sneller aan te komen dan voorspeld.

“Anna, spring het vliegtuig in, nu!”

“Snoepie, we hebben minsten nog twintig minuten! Er valt niks te vrezen. We zijn binnen 10 minuten al ver buiten Andromeda.”

“Spring naar binnen, nu!”

Anna deed maar wat Dark zei en liep achter hem aan het vliegtuig in. Dark rende door het gangpad tussen de hippies en raiders door naar de cockpit. In de cockpit zaten Jennifer en Snake. Snake was de uitverkorene om co-piloot te spelen. Toen Dark binnnen kwam zette Snake een brede grijns op zijn smoel.

“Sowee, Dark, wat heb je nou weer uitgevreten? Mooi groen, trouwens.”

Dark reageerde maar niet en richtte zich meteen tot Jennifer.

“Jennifer, hebben we genoeg brandstof om het te halen naar Delta-B?”

“Uh, ja, ruim zelfs.”

Dark keek of ze op een landingsstrook stonden. Dit was gelukkig het geval.

“Jennifer, opstijgen!”

 “Ja, maar…”

“Doen, nu!”

Jennifer deed dit maar. Ze duwde de gashendel helemaal naar voren en liet het vliegtuig opstijgen. De slang die nog aan de romp vast zat schoot los en de brandstof gulpte eruit. Door een vonk van 1 van de achterassen van het vliegtuig vatte de boel vlam en 7 meter achter het vliegtuig ontplofte de tankwagen. Jennifer wist nog maar net het vliegtuig in bedwang te houden.

“Is de deur dicht?”, vroeg ze.
Dark zette grote ogen op en wilde meteen naar achter lopen en de deur dicht doen toen Anna binnen kwam.

“De deur is dicht, Snoepie, heeft je moeder je nooit geleerd de deur achter je kont te sluiten?”

Dark ontspande voor een seconde. Toen vloog hij naar een raampje van het vliegtuig en keek naar buiten. Het lichtpuntje werd nogal snel steeds groter.

“Hoe lang nog tot de koepel-sluis?”, vroeg Dark.

“Daar gaan we nu doorheen”, antwoordde Snake.

 

Het vliegtuig naderde een metalen stellage in de glazen wand van de koepel. Snake drukt op een grote rode knop aan de zijkant van de cockpit en de stellage ging open. Met een zeer flexibele zwaai aan de stuurknuppel stuurde Jennifer het vliegtuig door de stellage heen. Eindelijk waren ze buiten Andromeda. Iedereen in het vliegtuig begon te juigen. Dark ging op een van de twee vrije stoelen zitten die vooraan stonden, slaakte een diepe zucht en begon voor zich uit te staren. Anna kwam op zijn schoot zitten.

“Vertel eens, Snoepie, waar was al dat tumult nou over?”


Dark zei niks en wees naar buiten. Anna keek door het raampje en zag hoe een brandend stuk steen ter grootte van een kleine vrachtwagen dwars door de koepel sloeg. Door de inslag vielen er een aantal gebouwen om en brak de koepel aan de onderkant. Zo kwam het dak van Andromeda naar beneden. Het sloeg stuk op de daken van wolkenkrabbers en de scherven kwamen met een enorme snelheid neer op de begane grond. Na 30 seconden was Andromeda ongeveer met de grond gelijk gemaakt. Iedereen die daarin was overgebleven zou of verpletterd zijn door gebouwen of omgekomen zijn in de glasregen. Anna keek ernaar en werd een beetje bleek. Ze kroop dicht tegen Dark aan die de knuffel eigenlijk het hardst nodig had van hun twee.

 


Na een half uur, toen iedereen een beetje bedaard was, kwam Snake uit de cockpit rennen en dook de WC in.

“Buwark!”, klonk het vanuit het hokje.

Dark trok een van zijn wenkbrouwen op,”Snake! Gaat het een beetje?”

“Ja, hoor. Ik denk dat ik me niet zo lam moest zuipen 2 avonden achter elkaar.”

“Het is een beetje laat voor een plotselinge kater, vind je niet?”

“Klopt, maar het moet er toch een keertje uit”, lachte Snake. Hij liep weer terug de cockpit in.

 

Na een dik uur was Delta-B in zicht en Jennifer vloog het vliegtuig daar naar binnen. Ze landden ergens op een vliegtuig middenin het centrum waar ze opgevangen werden door enkele mensen van de Andromeda ambassade. Dark stond met Anna in zijn armen en keek het vliegveld over. Ze hadden het gehaald en hij had Anna teruggevonden, de leegte in zijn leven was gevuld (bla bla bla, beetje sentimenteel, vind je niet?). Snake stond met Jennifer in zijn armen een paar meter achter Dark en Anna. Hij voelde zich niet helemaal lekker en de kotsbui had hem ook niet erg veel verlichting gegeven. Ineens begon hij ontzettend te hoesten en zakte hij door zijn knieen. Jennifer schrok.

“Snake, wat is er met je?!”, riep ze.

Dark merkte ook op dat zijn vriend niet in orde was en rende in zijn richting. Hij keek naar de armen van Snake en zag dat er allemaal groene vlekken op zaten. Het GR-03-N virus was bezig.

“Snel! bel een ambulance!”, riep Dark, wetende dat het niet erg veel zou helpen.

“Dark, kom eens”, zei Snake tussen het hoesten door,”Ik denk dat dit een goed moment is om je het briefje te geven. Ik heb niet lang meer.”

Snake pakte een briefje uit zijn achterzak en gaf het aan Dark.”Pas open maken als je weet dat je mij niet meer zult zien. Als straks die ambulance komt wil ik dat je niet mee gaat, je mag mij niet zien sterven, jij ook Jennifer!”

“Nee! Ik had je gisteravond nog beloofd voor altijd bij je te blijven!”, schreeuwde Jennifer.

“Jennifer, alsjeblieft!”

“Hou je mond!”, zei Jennifer terwijl ze Snake een innige kus op de mond gaf. Snake hield zijn mond maar.

 

De ambulance kwam eraan en twee mensen droegen Snake naar binnen, Jennifer ging mee in de ambulance. De wagen reed met loeiende sirene weg. Dark en Anna staarden ernaar tot het uit het zicht was. Dit leek Dark het goede moment om het briefje van Snake te lezen. Op het briefje stonden een aantal wensen van Snake met de datum erbij van wanneer die wens in vervulling was gegaan.

“Was het niet veel handiger geweest als we Snake achter hadden gelaten in Andromeda?”, zei Anna,” Die arme jongen sterft nu een langzame en pijnlijke dood.”

Dark bekeek het briefje. “Een goede zanger zijn -> vin ik van wel, Nummer 1 hit halen -> gelukt, vriendin krijgen -> Zeker gelukt ^_^, de held uithangen en ook zijn -> dat vliegveld was de goede plaats”. De data erbij waren of van vandaag, of gisteren. Op de achterkant stonden nog wat aanwijzingen hoe Snake zijn uitvaart geregeld zou willen hebben.

Dark glimlachte, de tocht uit Andromeda had Snake’s laatste wensen vervult.

“Kom, Anna, laten we een wat rustiger plekje opzoeken.”

 

Dark en Anna brachten de laatste uren van de dag door op de steiger van 1 van de havens van Delta-B. Ze keken naar de zon toen die langzaam onderging. Snake zouden ze niet meer terugzien. Hoewel Dark en Anna elkaar 2 jaar niet hadden gezien voelde een knuffel nog steeds hetzelfde. Dark voelde zich aan de ene kant gelukkig, maar rouwde aan de andere kant nog om zijn vriend. Gelukkig was Snake niet als een ongelukkig man gestorven.


De zon ging onder en het werd nacht…

 

 

 


En dat is dus wat er is gebeurd met Andromeda. Na een week zijn we teruggegaan om te kijken wat er tussen de ravage overgebleven was. Zo hier en daar kon je lijken zien liggen van mensen die de boodschap niet hadden gehoord, er waren soms zelfs kinderen bij. Snake werd begraven net buiten Andromeda, net zoals hij had geschreven in zijn briefje. De uitvaart was een zeer speciale en hem zeker waardig. Anna en ik hebben een mooi huis gekocht in Delta-B. We zijn samen bij de plaatselijke FBI gaan werken en hebben al met succes menig schurk in de kraag gevat. Ik heb de rest van mijn band nog niet teruggevonden, maar dat zal niet lang meer duren, zodra ik weet waar iedereen uit Andromeda naartoe is gevlucht. De komeet heeft mijn leven veranderd, maar ik kan niet zeggen dat het erg is.

 

Einde