Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Ton en Pieter's Homepage

Reisverslag van Costa Rica en Panama

Vervolg reisverslag: Costa Rica en Panama 1999

Zondag 7 november 1999

Om negen uur opgestaan, ontbeten en op pad naar de markt van de indianen waar ze al hun ambachtelijke werken proberen te verkopen. De indianenvrouwen lopen rond in hun originele kledij. Ze verkopen hoedjes, kleedjes, prachtig geverfd houtsnijwerk, beeldjes, planten en schilderijen. We willen van een indianenvrouwtje een foto maken, doch ze vraagt hiervoor 2 dollar. Dus wordt er geen foto gemaakt. Ik koop ergens wel een ansichtkaart van deze indianen. We kunnen helaas niets kopen, dus ook geen Panamahoed voor Marij, mijn buurvrouw. Dat komt omdat we nog zeker twee weken alles overal mee naar toe moeten sjouwen. Daarna lopen we verder, we willen eerst naar de heetwaterbronnen. We lopen daarnaar toe en moeten op de onverharde weg de nodige regenplassen ontwijken. Eenmaal bij de entree van de heetwaterbronnen aangekomen, blijkt men een entree te heffen van anderhalve dollar. We lopen dan een stukje terug over dezelfde weg en slaan dan een andere straat in, met een toepasselijke naam, om zo weer terug te komen in het centrum van El Valle. Deze straat heet dus heel toepasselijk de Calle des Millionares, oftewel de Straat van de Miljonairs. El Valle ligt op een uurtje rijden van Panama City, en menig miljonair heeft hier een buitenhuis en kan zodoende elk moment de hitte van Panama City ontvluchten om zo te genieten van de koelte van El Valle. Aan deze straat staan alleen maar grote landhuizen, met mooie tuinen gelegen op enorme percelen eromheen. Zelfs de zwembaden en de tennisbanen ontbreken niet. We lopen daarna terug naar

De vulkanische omgeving van El Valle, dat is gelegen op een hoogvlakte van de afgeblazen krater

ons pension en gaan dan op weg naar een dierentuin. We lopen wederom over een onverharde weg, doch nu duurt het een stuk langer voor we op onze eindbestemming, de dierentuin, aankomen. Het is een kleine dierentuin, met als voornaamste item de gouden kikker. Verder hebben ze nog verschillen dieren zoals everzwijnen, vele soorten kippen, duiven en fazanten. Ook de tapirs ontbreken niet, doch ze liggen alle drie apart in hun kooi te pitten. Verder zijn er nog enkele roofkatten zoals ocelotten, roofvogels, reuze hamsters, emoes, papegaaien en nog vele andere vogels. We moeten in de dierentuin de aangegeven route volgen, al is het onderweg soms wel erg drassig. Tegen half een lopen we weer terug naar ons pension, waar we lunchen. Het begint dan te regenen, en we zoeken onze toevlucht tot de veranda voor onze kamer. Het zal de rest van de dag blijven regenen, dus ons middagje naar de watervallen om daar te gaan zwemmen valt letterlijk en figuurlijk in het water. Het onweert af en toe flinke en er valt een flinke hoeveelheid regen naar beneden. We brengen de middag lezend en kaartend door, en op de kamer naast ons komt een Italiaans stelletje te liggen. Ze hebben echter een probleem, want hij wil graag de bergen in en zij houdt veel liever van het strand. Dus zijn ze van plan om binnenkort weer terug te reizen naar Panama City en daar een vliegtuig te nemen naar de San Blas eilanden. Tegen 18.00 uur gaan we dineren en even na zevenen lopen we naar het poolcentrum voor de biljart interland tussen Noord Oost Brabant en Midden Panama. Maar onze tegenstanders komen niet opdagen, maar al snel hebben we twee Panamezen gestrikt om een spelletje tegen ons te poolen. Het eindigt in een dikke winst voor Brabant, dat in de schrijver van het verslag de grote winnaar kende met maar liefst 6 overwinningen. Maar gelukkig was het maar voor de lol, en gedurende de partij legen we de nodige flesjes bier. Toch gaat het fout aan een van de andere pooltafels, en Yvette zit op uitkijk om te voorkomen dat het uit de hand loopt. Het blijft gelukkig verbaal en er verschijnen veel dollarbiljetten op de tafel. Debet aan dit verschijnsel is de flinke hoeveelheid alcohol die menig Panamees hier nuttigt. Gelukkig loopt het met een sisser af en we hebben ons vanavond weer prima vermaakt. We lopen dan weer terug naar ons pension en tegen elf uur gaan we naar bed.

Maandag 8 november 1999

Om acht uur gaat onze wekker, en Pieter loopt nog snel even naar de watervallen. Tegen halfelf ontbijten we en checken we uit. We nemen nu een minibusje vanuit El Valle, rechtstreeks naar Panama City, een dik uur rijden voor 3 dollar per persoon. Het busje zit propvol, en Pieter zit boven het rechterachterwiel. En plots een knal, een klapband bij een van de rechterachterwielen. Maar het busje is achter voorzien van vier banden dus kan de chauffeur nog even doorrijden. Vanaf het moment dat we in het busje stapten is het weer gaan regenen. We maken dan een stop bij het eerste benzinestation wat we tegenkomen en wordt de kapotte band vervangen. We maken meteen van de gelegenheid gebruik om even een kippenboutje en een hamburger te eten. We rijden dan het laatste stuk over de Interamericana naar Panama City en aan de rechterzijde moet zich achter de weelderige groene begroeiing de oceaan liggen. Hier bevinden zich de meest fameuze stranden van Panama, en aan de linkerzijde bevindt zich het regenwoud. Men is overal bezig met het vernieuwen c.q. verbreden van de verharding van de snelweg. We moeten onderweg zelfs een stukje van de weg af omdat men met twee mobiele kranen een enorme betonnen balk aan het plaatsen is op twee pijlers annex trappenhuizen. Hierdoor kunnen de mensen uit de omgeving deze drukke snelweg veilig oversteken. We zitten al vlakbij Panama City en het is gelukkig weer droog geworden. Onderwijl is het al een stuk drukker op de weg, en plots zien we de enorme boogbrug ten behoeve van het Panamakanaal voor ons opduiken. En daarna zien we de stad zelf, die pal naast dat Panamakanaal ligt. Tegen halfdrie arriveren we bij het busstation, na eerst een tijdje in de file te hebben gestaan. We nemen nu een taxi voor anderhalve dollar naar het pension Turistica Volcan. We zijn binnen korte tijd ter plaatse en checken in. We bevinden ons nu in het stadsdeel Bella Vista, dat tussen Casa Viejo (de oude koloniale stadswijk) en het financiële district. We betalen 48 dollar voor een verblijf van drie nachten en lozen onze spullen op de kamer. We gaan nu op pad om de wijk Casa Viejo te bezichtigen. We lopen naar de boulevard langs het water, en dan willen we een straat inslaan. We worden tegengehouden door twee politiemannen op een mountainbike. Zij vertellen ons dat het verstandiger is om via de hoofdstraat door de wijk te lopen en zo alles te bezichtigen. We zien onderweg desondanks toch nog veel arme

Links in de verte de brug, het Panama Kanaal en daarnaast Palacio Municipal, in Casa Viejo te Panama City

mensen die allemaal, op de stoep of tegen de huizen aan liggen te slapen. We hebben gelukkig een goede plattegrond bij ons en maken enkele foto's van de koloniale huizen, de ruines en de verschillende kathedralen. Op het uitzichtspunt maken we een foto van de enorme boogbrug en ook van het zakendistrict. Als we dan het uitzichtspunt verlaten, komen we langs de Franse ambassade. Verder zit er ook nog het Nationaal Theater en het ministerie van Justitie. Het begint alweer licht te regenen en we krijgen op een ander plein wederom advies van twee politiemannen op de mountainbike. Ze raden ons nu aan om het plein via een zijstraatje te verlaten en in de hoofdstraat een taxi aan te houden om de wijk te verlaten. We nemen dan een taxi naar het financiële district. We laten ons hier vlakbij afzetten bij het hotel Miramar International, een van de duurste hotels van de stad. Een kamer kost hier zeker 250 harde Amerikaanse dollars. We praten wat met een werknemer die de auto's van de gasten op de parkeerplaats moet zetten. We laten hem wat Hollands papiergeld zien en geven hem als souvenir een dubbeltje. In het zakendistrict is niet veel te zien omdat alles dicht is vanwege weer een nationale feestdag en we besluiten om bij een Grieks restaurant te gaan eten. Als we dan terug willen naar ons hotel, houden we een taxi aan. Op het moment dat we in willen stappen, zie ik het Italiaanse stelletje dat we kennen vanuit El Valle in een voorbij rijdende bus zitten. We treffen ze later die avond opnieuw, en wel voor ons hotel. Ze blijken in hetzelfde hotel te zitten en ze vliegen morgen naar het strand van Bocas del Toro. We gaan dan zwemmen, boven op het dak van hotel Covadonga. De eigenaresse van dit hotel is de dochter van de eigenaar van Residencial Turistica Volcan. Heerlijk, een verkoelende duik in het water en een prachtig uitzicht op de koop toe. Na een tijdje gaan we weer naar beneden, om een biertje te drinken in het restaurant annex bar van het hotel. We kijken voetbal op de tv, en ook het Italiaanse stelletje komt aanschuiven. Tegen elf uur nemen ze afscheid van ons. Er blijkt tevens een groep Nederlanders in het hotel te zitten. Ze hebben er net een trip opzitten van 31 dagen door Midden Amerika. Ze reizen met de reisorganisatie Baobap. Een Groninger komt aan het einde van de avond bij ons zitten, en vertelt nog wat verhalen over de reis die hij achter de rug heeft. Maar voor ons is het zo klaar als een klontje, we gaan straks in Afrika in ieder geval niet met Djoser of Baobap op stap.

Dinsdag 9 november 1999

Vandaag hebben we een beetje uitgeslapen, tegen 10 uur gestart met een ontbijtje bestaande uit biefstuk met ui en een gebakken eitje met kaas. En ze serveren hier volgens Pieter echt hele goede koffie. Dan op pad, eerst gaan we naar het kantoor van Panamline voor de bus naar San Jose. Het kantoor bevindt zich in de lobby van Hotel Soloy, aan de Via Espana. Een busticket kost 22 dollar per persoon, heel wat goedkoper dan het vliegticket dat 173 dollar moest opbrengen. We lopen in de richting van het zakendistrict, en het begint al goed warm te worden. Op een van de hoofdwegen zien we een bus stilstaan midden op de weg. Met enkele meters voor de achterkant van de bus de verloren achteras. We nemen na dit voorval een taxi naar Hotel Continental, want hier vlakbij bevindt zich een prima reisbureau had het Italiaanse stelletje ons verteld. Het is vandaag weer eens een werkdag, na al die feestdagen, en daardoor erg druk in de hele stad. Het schiet niet op, maar onze taxichauffeur kruipt door het verkeer heen. Hij besluit dan om enkele sluipwegen te nemen om ons zodoende was sneller op de plaats van bestemming te krijgen.

Een stadsbus met zijn verloren achteras en een overzicht over de hoofdstraat van Panama City

Bij het hotel aangekomen, hebben we het desbetreffende reisbureau snel gevonden en ze vertellen ons dat hun prijs voor een vliegticket naar San Jose ook 173 dollar is, exclusief de luchthavenbelasting. Veel te duur voor ons, we zullen een nachtbus nemen om naar San Jose te kunnen reizen. Hierna gaan we een uurtje internetten, want tegenover Hotel Continental bevindt zich een internetcafé met redelijke prijzen. We nemen dan de bus naar Panama Vieja. We stappen in op een bus, en deze rijdt de verkeerde richting op. We hebben toch aan de chauffeur gevraagd of deze bus naar Vieja ging. We hebben nu een gratis excursie door de stadswijken van Panama City. We komen dan terecht in Chorillo, een van de arme wijken van de stad. Hier gebaart de chauffeur dat we uit moeten stappen want we zijn aan het einde van de rit. We krijgen ons geld terug omdat we niet op de goede plek zijn aangekomen. We lopen de busterminal over, op zoek naar de bus die ons wel naar Panama Vieja zal brengen. Het is een arme wijk, met een drukte van jewelste op het busstation. We lopen ieder een kant op, op zoek naar de goede bus. Vlakbij een agent staat juist een bus op het punt van vertrekken. Ik geef Pieter een seintje en we stappen weer in. We rijden dan via Casa Viejo, langs de boulevard met de beukende oceaan, naar het oudste stadsdeel van Panama. Onderweg blijkt een van de boten te zijn losgeschoten van zijn anker, en de golven van de oceaan zorgen ervoor dat het schip keer op keer op de rotsen beukt. Men is nu bezig met een ander schip om het gestrande jacht weer op open water te krijgen. Dit spektakel zorgt voor veel bekijks en hindert het autoverkeer. Zo zien we toch nog grote delen van Panama City met zijn merendeel arme wijken. We rijden dan weer langs de kust, naar de Via Israël waar men bezig is met de aanleg van een nieuwe autoweg naar Colon. Deze stad bevindt zich bij de andere ingang van het Panamakanaal aan de Caribische kust. We stappen uit de bus, als we zijn aanbelandt bij de ruines van Panama Vieja en nemen op ons gemak een kijkje. Het is een groot complex, en vlakbij koop ik bij een standje enkele ansichtkaarten en Pieter een T-shirt van Panama Vieja. We kijken dan nog even naar de nieuwe snelweg over het water, en maken een foto van de ruines met op de achtergrond het financiële district. Als we dan weer terug willen gaan naar de stad met de bus,

Spelende kinderen op een vuilnishoop in de wijk Chorillo en de ruines van Panama Vieja

stuurt het vrouwtje een politieagent op de mountainbike met ons mee. Neen, deze wijk blijkt ook al niet pluis al is er op het eerste gezicht niets aan te merken. De agent blijft bij ons staan, en blijft net zo lang wachten totdat we op de goede bus stappen die naar het centrum van de stad gaat. Zo zijn we al snel weer in het centrum, waar we eerst naar het postkantoor gaan om daar een briefkaart te posten voor Ton Vlemmix. We gaan dan naar een grote supermarkt, en kopen daar een paar biertjes en chips. We gaan weer lekker naar het dak van Hotel Covadonga voor een verfrissende duik in het zwembad. Maar eerst brengen we een bezoek aan een echte stadskroeg, Cantina Su Casa, waar ze alle soorten bier van Panama verkopen en nog wel in enorme halve liter flessen. Na een tijdje gaan we naar het zwembad, hier vertelt een Duitser ons dat hij voor tien dagen vakantie houdt en in Casa Viejo al beroofd is van zijn kleine rugzak met de Lonely Planet van Panama en zijn horloge. Geen goed begin, al op de eerste dag van zijn vakantie. We lopen ’s avonds naar restaurant Rincon aan de boulevard, maar deze blijkt weer gesloten te zijn en hier zullen we ons dan ook niet meer laten zien. Onderweg zijn we door enkele Panamezen wederom gewaarschuwd om bepaalde straten niet in te lopen. We gaan dan eten bij het restaurant Benidorm en genieten o.a. van een lekkere Griekse salade met fetakaas, gebakken vis en garnaaltjes. Hierna gaan we wederom naar Cantina Su Casa, waar we blijven genieten van halve liters bier uit de fles totdat het bedtijd is voor ons. Hier weet Pieter met een Panamees te regelen dat we de busrit naar San Jose kunnen maken voor de helft van de prijs!

Woensdag 10 november 1999

Tegen acht uur staan we en nemen de nodige spullen mee. Het zal vandaag een drukke dag worden want we zijn heel wat van plan. Het programma voor vandaag is, eerst naar de Miraflores Locks, een van de drie sluiscomplexen van het Panamakanaal en het enige complex dat de nodige faciliteiten heeft voor toeristen. Daarna zullen we naar Gamboa reizen om daar de enorme kranen aan de haven te bezichtigen. Vervolgens willen we een trial lopen in het regenwoud en tenslotte Summit nog bezoeken. Dat is een botanische tuin met een kleine dierentuin erbij. We lopen dan via de Via Espana naar Avenida Central en proberen daar een bus te nemen naar Plaza 5 de Mayo. Vandaar uit vertrekken de bussen naar de sluizen en straks naar Gamboa. De bus naar de Plaza lukt niet, dus besluiten we om het stukje maar te lopen. Een behulpzame agent vertelt ons, dat het niet zo ver lopen is. We willen dan een busticket boeken naar San Jose, maar volgens de receptioniste bevindt het verkoopkantoor zich in Hotel Soloy. Hier waren we gistermorgen al geweest, en vandaag zijn ze gesloten vanwege alweer een nationale feestdag. We pinnen dan nog even wat dollars uit een geldautomaat en lopen dan naar het busstation waar we de bus nemen richting Paraiso. Bij de sluizen aangekomen, stappen we uit en is het nog een klein kwartiertje lopen. We komen dan bij de enorme sluizen aan, en het te bezichtigen gedeelte bestaat uit twee trappen waarin de schepen worden geschut. De derde trap ligt een stuk verder landinwaarts. Ik kan alleen met mijn verrekijker zien dat er in de verte een schip wordt geschut. Het complex bestaat uit drie trappen met elk twee sluizen. Plots horen we in de verte een enorme bombastische scheepshoorn, en het geluid galmt werkelijk langs ons heen. Het is een Noors schip dat nu zal worden geschut. De loods van het Panama Kanaal is al op de boot gestapt, en met behulp van sleepboten zorgt de loods dat het schip goed in de sluispanden belandt. Hier wordt het schip met staaldraden vastgekoppeld aan enkele locomotieven die het schip verder in de sluismond trekken. Als het schip dan de sluizen is gepasseerd, blijft de loods aan het roer en de kapitein van het schip mag pas het stuur overnemen als hij in de oceaan van bestemming is gearriveerd. Twee duw- en trekboten zorgen ervoor dat het schip goed voor de sluis komt te liggen en de locomotieven nemen het werk over.

Het Panamakanaal bij Balboa, the Miraflores Locks waar dit Noorse schip het tweede pand verlaat

De deuren van het sluispand gaan dicht en het schutten kan beginnen. Met het water van de vorige schutting wordt het schip hier omhoog getransporteerd en vaart het met behulp van de locomotieven in het volgende pand. We kunnen het geheel prima bekijken vanaf onze hoog gelegen tribune. Hierna kiest het schip weer het ruime sop, op weg naar de volgende sluis die een eindje verder ligt. We bekijken dan nog een videovoorstelling omtrent de aanleg en hoe het hele Panamakanaal is opgebouwd. Er zit een mooie maquette bij, waarbij de gedeelten worden verlicht die op dat moment met de videofilm worden uitgelegd. We lopen dan weer terug naar de bushalte waar we toch wel even moeten wachten op de bus naar Gamboa. Dan komt de bus eraan, en een van de haltes waar we onderweg stoppen blijkt een politieacademie waar men volop aan het marcheren en aan het trainen is. Mooi gezicht, het is net een stuk uit een film. Een stukje verderop stappen de meeste mensen uit voor een bezoek aan de botanische tuin annex dierentuin, maar wij rijden nog een stukje door. We kunnen dan nog mooi een stuk van het Panamakanaal bekijken, en een gedeelte van de vele glinsterende meren omringd door het groene mysterieuze regenwoud. We gaan dan langs de trail en de Canopy Tower op weg naar Gamboa. Na een tijdje rijden moeten we wachten voor een stoplicht, want er mag maar een rijrichting met verkeer over de houten brug met zijn stalen rijplaten. We rijden daarna dan door Gamboa, en kunnen zo van afstand de enorme kranen bekijken. De kranen dienen voor het lossen van de schepen, en ze zijn afkomstig van het nazi-regime uit de Tweede Wereldoorlog. Het zijn de grootste geklonken kranen van de wereld, een heeft een zwarte kleur en de andere kraan heeft een rood, wit en blauwe kleur. Dan eindigt het busritje bij het Gamboa Rainforest Resort. We vertellen dat we bij de trail afgezet willen worden, maar dat is nog een stukje terug. Dit wordt ons vertelt door een Ranger van de INERARE, de stichting van de nationale parken in Panama. We hebben nu geen zin om in Gamboa uit te stappen want er is echt niets te beleven. Na een tijdje stopt de bus voor de ingang van de trail en deze ligt ongeveer drie kilometer voor de ingang van de botanische tuin waar we onze dag zullen afsluiten. El Rinco Charco heet deze trail, en volgens de reisboeken is het geen moeilijke trail. Het bijzondere is echter wel dat dit regenwoud op nog geen 25 kilometer afstand van de metropool Panama City afligt. We drinken wat en nemen een stuk fruit voor we beginnen aan de wandeling door het Panamese regenwoud. Het is warm weer vandaag, en de luchtvochtigheid is weer erg hoog. Dat zal wel zweten worden, maar we willen vandaag nog wel wat zien.

Trail El Rinco Charco, een trail op nog geen 25 kilometer van Panama City en aan het einde van de trail de veel gebruikte waterval

Binnen de kortste keren is mijn T-shirt kletsnat, en mijn schoenen zijn net baggerschuiten. We klimmen en dalen af, steken behoedzaam snelstromende riviertjes over met behulp van aanliggende stenen of gammele houten bruggetjes. Plots houdt de trail op, en we volgen nu enkele lintjes. Maar al snel blijkt dat het geen echt pad meer is en na een tijdje besluiten we om een kleine pauze te houden. We kunnen maar beter weer terug lopen via de heenroute om zo weer bij het beginpunt te kunnen eindigen. Doch Pieter raakt een beetje de weg kwijt, want ik weet zeker dat we hier niet zijn afgedaald. Dus loop ik terug, en gelukkig herken ik enkele plekjes en al spoedig zitten we weer op de goede weg. Het zou erger kunnen, verdwaald in een regenwoud. We gaan dan nog even naar de waterval kijken, en hier kan ook gezwommen worden. We toveren hier onze baggerschuiten weer om in schoenen door ze schoon te maken met het water uit de rivier. Als we het laatste stukje naar de verharde weg terug lopen, komt er echt een buslading vol met mensen die ook allemaal daar willen gaan picknicken of zwemmen bij de waterval. Dat zal wel een gezellige boel worden, maar vermoedelijk is de picknickplek niet geschikt voor zoveel mensen. Hopelijk gaan ze niet allemaal tegelijk zwemmen want dan is het riviertje zo leeg. We lopen dan verder naar de dierentuin, maar het duurt nog wel even voor we er zijn. Het is een fikse wandeling door een bergachtig gebied, en telkens als we verkeer aan horen komen, vervolgen we in de berm onze weg. Gelukkig krijgen we van een pick-up een lift naar de botanische tuin. Dar aangekomen betalen we een entree van 5 dollar per persoon, en tegen twee uur in de middag lopen we naar een eettentje toe. We hebben nu wel honger en het is nu de tijd om te ontbijten dus bestellen we twee hamburgers en ga ik koel drinken halen uit de blikjesautomaten. We lopen dan wat rond door de heuvelachtige en groene gedeelten, met af en toe enkele kooien met dieren erin. Ze hebben o.a. puma’s, veel papegaaien maar het doel van ons bezoek is de beresterke Grey Harpy Eagle, oftewel de kroonarend. We bekijken eerst een expositie zodat we wat meer te weten komen over deze roofvogels, en daarna zien we twee van deze arenden in het echt. Het dier heeft geen grote vleugelspanwijdte, doch is een enorm sterk dier en zijn klauwen zijn bijna even groot als een echte berenklauw. De kroonarend jaagt o.a. op aapjes, papegaaien, andere vogels en ook de luiaard lust hij wel. Deze arend eet alles met huid en haar op, en wat hij niet kan veteren wordt gewoon geloosd. We zien hoe deze arenden worden gevoederd, en als voedsel een stuk van een aapje krijgt. Dan lopen we langzaam weer naar de uitgang van de tuin en wachten we aan de overzijde van de weg bij een bushalte. Hier stappen we weer op de bus in de richting van Panama

De met uitsterven bedreigde Grey Harpy Eagle, oftewel de kroonarend

City en het wordt nu een stuk drukker in de bus dan op de heenweg. Vele forenzen blijken met de bus te reizen en binnen een half uurtje zijn we weer op de busterminal in Panama City. We wandelen dan te voet terug naar ons pension, want onderweg is er voldoende te beleven. Het verkeer in de stad is erg druk, en de grote wegen hebben allemaal eenrichtingsverkeer. Alle winkels zijn open en de vele kraampjes op het trottoir zorgen ervoor dat je je niet hoeft te vervelen want er is genoeg te zien. We pakken dan snel onze zwemspullen en gaan wederom lekker afkoelen in het zwembad van hotel Covadonga. We gaan daarna weer eten bij restaurant Benidorm. Ik heb een reuze trek, want zoveel hebben we vandaag niet gegeten. Ik bestel een T-bonesteak en Pieter een vleesfilet Benidorm. We hebben een jonge serveerster, die in haar haast nogal eens enkele dingen vergeet. Alle serveersters hebben het hier razend druk, want de klandizie is erg groot. Doch ze is de uiensoep, de salade en het brood vergeten. We vragen alleen maar om de salade en rekenen daarna af. We gaan dan nog even naar de bar van Hotel Covadonga want Cantina Su Casa is vanwege de nationale feestdag gesloten. We besluiten om vandaag maar weer eens op tijd in bed te duiken.

Donderdag 11 november 1999

Bijtijds wakker, want om 8 uur willen we in Hotel Soloy een busticket kopen. Helaas, we kunnen vandaag niet meer mee dus kopen we een ticket voor morgen. We pakken dan snel onze zwemspullen uit het residencial en we nemen een taxi naar pier 18 in Balboa. Even voor halfnegen komen we aan, net op tijd om een ticket te kopen voor de boot naar Taboga Island. Er komen dan twee mannen op ons af, die ieder hun eigen boot proberen aan te prijzen. We nemen gewoon de boot, waarvan de reis het langste duurt en we een uur op de boot kunnen zitten, volgens onze reisgids. Om halfnegen vetrekken beide boten vanuit een haven, om via het Panamakanaal het ruime sop te kiezen.

Op weg naar Taboga Island met een mooi uitzichtspunt over Taboga Island en het enige dorp dat het eiland rijk is

We gaan nu onder de grote brug door, en varen eerst langs een weg die naar het schiereiland leidt, waar de Amerikanen vroeger in een fort zaten. We zien onderweg verschillende grote tankers op wacht liggen, wachtend op hun beurt om door een loods door de sluizen en het Panamakanaal te worden gemanoeuvreerd. Het is erg rustig op de boot, er zijn enkele Panamezen aan boord inclusief de bemanning en vier buitenlanders, onszelf meegerekend. Het is een mooie tocht over het water, met praktisch onbewolkt weer, dus zal het vandaag wel weer een warm dagje worden. Tegen half 10 meren we af aan de kade, en lopen we over het betonnen fietspad annex autopad in de richting van het centrum van het dorpje. Het is een klein eiland dat voor de helft beschermd gebied is, door zijn status van nationaal park ten behoeven van de bruine pelikaan. We eten wat bij hotel/restaurant Chu, en gaan tegen 11 uur aan de wandel. Op weg naar de bunkers en de top van het eiland. Doch de zon doet te goed zijn best, en tegen half 1 laat ik Pieter alleen naar de top toegaan. Hij bereikt de top en maakt er mooie foto’s van het uitzicht over de baaien aan weerszijden van het eiland, en in de verte zien we Panama City nog steeds liggen. Ik loop dezelfde route terug naar beneden, mijn T-shirt is kleddernat van het zweet. We hebben afgesproken bij het hotel aan de andere kant van de pier, waar we vanmiddag wat zullen gaan zwemmen. Na een klein half uurtje lopen kom ik bij het parkje aan het strand, waar ik mijn T-shirt te drogen hang in de zon en de verkoelende wind vanaf de oceaan. Ik zit op een bankje in de schaduw en schrijf wat in mijn reisverslag. Na een uurtje rusten, basketbal ik een half uurtje mee, op het pleintje naast het park, met een van de jongens uit het dorp en wederom parelt het zweet uit mijn body. Ik loop gedeeltelijk over het strand, en gedeeltelijk over het fietspad naar het hotel. Op het strand kom ik Pieter weer tegen in zijn zwembroek. Hij was een half uurtje later op de top aangekomen, en via een andere weg weer bij de afgesproken plek belandt. We zoeken dan een plekje om nog even te zwemmen en Pieter zijn kleren wat te laten drogen. Deze waren nat geworden omdat hij ze had neergelegd in het natte zand toen hij een duik ging maken in het zilte sop. Het is een mooi, fijn geelwit zandstrand bedekt met soms prachtige schelpen. In het water komen de tropische vissen na een tijdje vanzelf om je heen zwemmen, ik zie zelfs een barracuda zwemmen. Plots duikt er vanuit de pier een marlijn uit het water, deze enorme vis is op jacht naar zijn prooi en ze springen tijdens de jacht af en toe over het water. Bij een ultieme poging om te ontsnappen, keert de prooi 180 graden en gaat weer op de pier af. Het is een magnifiek gezicht om deze jacht gedeeltelijk boven water te kunnen aanschouwen. Net voor de prooi de pier bereikt, heeft de marlijn hem of haar al te pakken. Erg jammer dat ik dit moment niet voor mezelf heb kunnen vastleggen. De rust keert weer terug in het water. Tegen 15 uur lopen we richting de pier, maar we nemen eerst nog een lekker Chinees kippensoepje. Stipt om 16 uur vaart onze boot weg, terug naar Panama City. We staan alle twee naast de stuurhut van

De terugtocht van Taboga Island naar Panama City, waarbij we nog twee enorme tankers passeren

de boot om zo niets van de indrukken van Panama City en omgeving te missen. Aan de linkerzijde van de monding van het Panama kanaal zien we een van de laatste gedeelten van het regenwoud in Panama. De mooie boottocht kost me tevens een flinke loopneus, maar goed. Voor de laatste maal varen we nu onder de boogbrug door, en we passeren nog twee grote tankers. We meren om vijf uur weer aan op de kade, en lopen naar de uitgang van het complex. Bij de pier wachten een aantal taxichauffeurs ons op, maar we kennen de weg hier al en lopen in de richting van de stad. Een stukje verder stoppen we bij een bushalte, en hoeven maar even te wachten voor we met de bus verder kunnen rijzen naar Plaza 5 de Mayo. Het laatste stukje naar residencial Vulcan is maar een klein stukje lopen, zoals we vanmorgen hebben ondervonden. Onderweg halen wat drinken in de supermarkt voor het stukje ontspanning in het zwembad. Om zes uur zwemmen we zes hoog in Panama City. Het zwemmen is maar van korte duur, want de lucht betrekt razendsnel en wordt pikzwart. In de verte, achter de skyline van Panama City, is een flink onweer gaande. Het begint dan lichtjes te regenen, en we schuilen even bij de bar die al een tijdje niet meer wordt bemand. Hier kan ik mooi mijn verslag weer eens even bijwerken. Na het buitje snel weer even zwemmen en dan is het tijd voor een laatste diner in restaurant Benidorm. We gaan dan voor de laatste keer naar Cantina Su Casa, maar het is er zo druk niet meer dan de voorgaande dagen toen we daar waren. Morgen zit er voor ons weer een flinke reisdag in het vat, dus is het zaak om er goed uitgerust aan te beginnen. Bedtijd.

Vrijdag 12 november 1999

Na het opstaan, het gebruikelijke ritueel. De laatste spullen nog inpakken, de kamer checken en daarna weer even ontbijten. We lopen dan nog even wat rond in de buurt van het residencial en enkele inkopen in de supermarkt. We halen dan onze rugzakken op, en nemen afscheid van de twee medewerksters van het pension. Panama City is in bepaalde gedeelte van de stad niet meer zo veilig. Dit komt voornamelijk door de armoede die er in sommige wijken c.q. gedeelten van de stad heerst. Onze toegangsdeur is dan ook van een stevig formaat met een zware vergrendeling. De portier laat iedereen pas binnen als hij zeker weet wie het is. Het geeft toch een bepaald gevoel, dat je afhankelijk bent van anderen en men zoveel moet doen om je veiligheid te waarborgen. Tegen halftwaalf gaan we naar hotel Soloy, het vertrekpunt van de bussen van Panamline. Deze maatschappij onderhoudt lijndiensten van Panama City via San José naar Managua, de hoofdstad van Nicaragua. De bus vertrekt om 12.30 uur, en tot die tijd verblijven we in de receptie van Hotel Soloy en nemen af en toe een kijkje in Casino Fiesta. De bus is helemaal uitverkocht, alleen duurt het nog wel even voor hij vertrekt. In tussentijd wordt het flink warm in de bus en de rampjes worden open gezet. Het helpt niet veel, want er komen dan alleen maar warme licht vervuild met uitlaatgassen bij. Om een uur gaan we nog even tanken bij het tankstation (had de chauffeur beter van tevoren kunnen doen) en het blijkt weer erg druk te zijn in de stad. Het schiet niet op met al dat verkeer, en zeker met een bus duurt het een flinke tijd voor je wat opschiet. De buschauffeur besluit dan om maar via sluipwegen naar de toegangsweg c.q. de Interamericana te rijden. We rijden dan voor de laatste maal over het Panamakanaal heen, op weg naar de hoofdstad van Costa Rica, en het begint……ja, hoor….. alweer te regenen. Vermoedelijk doet de airconditioning het niet, want onder de koplampen van onze bus ligt de hele voorkant eraf. Alle rampjes staan nu dus wagenwijd open, en je zit er dus enorm op de tocht. Was ik tijdens de boottocht van en naar Tabago Island niet verkouden geworden, dan zou ik het nu wel verkouden geworden zijn. De wind en de regen gieren door de bus heen, al en toe lijkt het wel een kleine veldslag

Onze terugreis van Panama City naar San José

door al die klapperende raamgordijntjes. Dan begint toch zowat iedereen zijn raampjes dicht te doen want het begint nu echt pijpenstelen te regenen, en door al het opspattende modderwater valt er zelfs niets meer te zien door de ruiten van de bus. Na een tijdje stoppen we, en krijgen we als verfrissing een glaasje cola van de reisbegeleider, die enkele 2 liter flessen in de bus uitdeelt. De tijd doden we met het lezen van onze meegebrachte boeken, en af en toe proberen we een gesprek aan te knopen met onze buren in de bus. We hebben geluk, een van hen kan wat Engels en kan dan mooi als tolk dienst doen. We stoppen na een uurtje of zes rijden voor een echte pauze, en we zijn toch wel wat verrast. We staan weer voor hetzelfde restaurant als waar we bij de heenweg richting El Valle voor zijn gestopt. Nog een kleine twee uur rijden en we staan weer voor de grens met Costa Rica. Ditmaal gaat het aan de grens in het plaatsje Paso Canoas een stuk langzamer, nu moeten we met een hele bus door de douane en de vorige keer waren we maar met zijn tweeën. Onze bagage wordt door de douaniers van beide landen nauwelijks in gekeken, en we kunnen vlot doorlopen. Doch de overige bagage van de lokale reizigers worden aan een minutieus onderzoek onderworpen. Eerst gaan we langs de douane van Panama, om de uitreisformaliteiten te regelen. We stappen de bus in en rijden een stuk verder. Na het uitstappen, meldden we ons bij de Costa Ricaanse douane. Dit gaat minder vlot, we moeten een flinke tijd blijven wachten en het duurt wel even voor we allemaal weer in de bus zitten. Na het passeren van de grens rijden we in ongeveer twee uur tijd naar de hoofdstad San Jose. Ik kan de hele nacht redelijk slapen, met mijn oordoppen in, en tegen halfdrie in de nacht wordt ik even wakker. De bus is even gestopt bij een benzinestation, en een hoop mensen maken van de gelegenheid gebruik om enkele inkopen te doen in de aanpalende supermarkt. We arriveren om vijf uur in de ochtend bij de terminal van Panamline, in het noordoosten van San Jose.

Zaterdag 13 november 1999

We bekijken het kaartje van de busterminals, om te zien waar we ons ongeveer bevinden in San Jose. We zien dat we ons vlakbij een busterminal bevinden, waarvan de bussen o.a. naar San Carlos en La Fortuna zullen vertrekken. Een taxichauffeur vertelt ons waar we moeten zijn. Een grote groep Australiërs gaan ook mee, ze zien er smerig uit op een enkeling na. We vermoeden dat ze hun verblijf hier al kamperend doorbrengen, en als het echt niet anders kan in goedkopere pensions. Het is een grote kluit modder, als je ze zo bij elkaar ziet zitten. Helaas zijn de toiletten op het busstation gesloten op deze vroege morgen, dus ik moet wat anders verzinnen. Ik probeer de bewaker van het busstation duidelijk te maken dat ik in hoge nood zit, en vraag aan hem of ik het toilet van de chauffeurs mag benutten. Dat bevindt zich boven in het busstation, waar ook enkele bedden zijn voor toeristen. Ik krijg zijn goedkeuring en tegen zes uur gaat de kassa van het busstation open. Als eersten kopen we twee tickets voor de bus naar La Fortuna, en de kaarten kosten ongeveer 750 Colones. We vertrekken een halfuurtje later, en onderweg pikken we steeds meer mensen op en wordt de bus voller en voller. Ook moet er nu flink geklommen worden door het voertuig, en de weg wordt ook steeds smaller. We moeten enkele malen stoppen om de tegenliggers te laten passeren. Het is een prachtig bergachtig gebied, vol met groene weiden en helaas minder met begroeiing. Men leeft hier o.a. ook van de veeteelt en verder is het toerisme hier een belangrijke pijler om een bestaan op te bouwen. Tevens wil er hier in dit bergachtige landschap nog wel eens een flink stuk grond afschuiven op de weg, of juist een stuk van die weg meenemen. Dit is dan dus het gevolg van die verdwenen begroeiing, en zijn er geen wortels meer die de grond bijeenhouden als hij doorweekt is na lange regenbuien. Nu we weer in de buurt van een stad komen, stappen er steeds meer mensen uit die hier hun werk hebben of naar school toe gaan. Even na 8 uur komen we aan in San Carlos, waar we stoppen in een straatje vlakbij het busstation. Hier gaan de buschauffeur en zijn begeleider ontbijten in een restaurantje, en wij blijven allemaal een beetje rond de bus rondhangen. Na het ontbijt rijden we naar het busstation en kan de lokale bevolking hier instappen voor het vervolg van de reis naar het dorpje La Fortuna. Het busstation bruist al van het leven op deze vroege morgen, het is een georganiseerde chaos omringd door de sodas (restaurantjes), winkeltjes en verkopers die allerlei snuisterijen aan de man/vrouw proberen te brengen. Als de mensen instappen, maken de Australiërs van de gelegenheid gebruik om snel nog wat inkopen voor het ontbijt te doen. Dan rijdt de bus op de goede vertrektijd weg, en gelukkig weet de Australische reisleidster snel nog de bus in te springen via de achteruitgang. Dat scheelde echter maar een haartje, maar de buschauffeur had ze al zien aankomen in zijn buitenspiegels. We gaan dan weer op pad voor een busrit van dik anderhalf uur, en af en toe

Een blik op Vulkaan Arenal vanuit het dorp en in de namiddag op avondexcursie naar de lavaspuwende vulkaan Arenal

moeten we nog wat klimmen, maar voor het merendeel dalen we af en bereiken even voor elf uur ons einddoel, La Fortuna. We hebben vanuit het dorpje een prachtig uitzicht op de enorme vulkaan Arenal, die ontstaan is in 1968 en nog steeds actief is. Hier weten we een kamer te bemachtigen in het midden van het dorp. Het zag er wel netjes uit, maar de bedden zijn erg slecht. Ik weet het probleem op te lossen door twee matrassen op elkaar te leggen. We gaan daarna even lunchen bij een restaurantje net buiten het dorp, erg chique restaurant, en we lopen dan even rond het dorp. We gaan dan snel even internetten, vanwege het hoge uurtarief zitten we maar een kwartiertje op internet voor de prijs van f 6,00. Dan naar de toeristeninformatie, waar we een excursie boeken naar de Vulkaan Arenal en kopen hier tevens een ticket voor een taxibus van Best Western Hotels. Dit ticket kost 19 dollar p.p. en zal ons rechtstreeks naar Playa Tamarindo brengen, aan de prachtige kust van Costa Rica. De excursie kost 25 dollar p.p. en om vier uur zal men vertrekken vanaf het kantoor. We meldden ons op tijd voor de excursie, en we zijn met 12 personen, en worden naar het luxe resort Tabacon gebracht. Van hieruit kunnen we de vulkaan Arenal vanaf de andere zijde bekijken. Vanuit het dorp hadden we al een mooi overzicht over de enorme vulkaan, doch aan deze zijde kunnen we de lava zien stromen. We stappen dus uit bij het Tabacon Resort, en onze gids betaalt de entree voor het park (niet te vergelijken met de echte parken van CR) annex resort. We moeten dan een klein stukje lopen, eerst door het resort en daarna een stuk door de rimboe. We belandden dan op een soort open maanvlakte met het vulkanische gesteente en de lage weelderige begroeiing. Van hieruit hebben we een magnifiek uitzicht op de werkende vulkaan, en af en toe gaat een enorme portie rook vooraf aan het uittreden c.q. uitspuwen van de lava. Hoewel het maar kleine beetjes zijn, is het een mooi gezicht om dit gloeiende magma naar beneden te zien rollen. Onderweg naar beneden rollend, en uiteenvallend in honderden kleine stukjes. Het is een erg jonge vulkaan, ontstaan in 1968, tijdens een enorm natuurgeweld waarbij officieel 60 doden zijn gevallen. De vulkaan is opgerezen tussen twee enorme continentale platen, waarop zich de breuklijnen van de aarde bevinden, en er de nodige aardbevingen worden veroorzaakt door het over elkaar schuiven van deze platen. We zien dat, onder het genot van een ondergaande koperkleurige zon, de

Eerst nog dreigende rookwolken en even later rolt de lava van de vulkaanhelling af

lava nog steeds wordt uitgespuwd af en toe begeleidt door flinke rookwolken. We blijven allen lekker zitten, genietend van het natuurfenomeen, totdat het bijna echt donker is. De nodige foto’s zijn al gemaakt en we maken aanstalten om terug te lopen naar het resort. Met de uitgeleende zaklantaarns banen we een weg terug door het donker, waarbij de nodige insecten op ons c.q. onze verlichting afkomen. We komen dan weer aan bij het resort waar we een dikke twee uur mogen blijven relaxen in de verschillende warmwaterbronnen en een fiks aantal zwembaden annex whirlpools. Pieter is er al snel vandoor in zijn zwembroek, gewapend met fotocamera. Ik ga met enkele andere leden van de groep enkele bronnen uitproberen. Ik blijf er echter niet zo lang in, want het warme bronwater heeft voor mij toch een wat te hoge temperatuur. Ik ga dan nog even met de bijna heelhuids teruggekeerde Pieter, wat problemen met zijn grote rechtermiddenteen, nog enkele warmwaterbronnen af. Dan neem ik het verst af gelegen zwembad en nestel me daar languit liggend in het water. Met een prachtig uitzicht op de nog steeds lavaspuwende vulkaan Arenal, is dit dus echt genieten. Bij terugkomst in La Fortuna eten we nog wat vis en biefstuk in een soda en tegen 23.00 uur duiken we ons bed weer in. We reizen morgen dus meteen weer door naar de kust.

Zondag 14 november 1999

Tegen halfnegen ontbijten we wat, het zat in de prijs van onze kamer inbegrepen. Bij hotel Fortuna kost het verblijf voor een nacht dus 8$ p.p., het lijkt niet veel maar je krijgt er waardeloze bedden voor terug. Dan ruimen we onze spullen in en gaan nog even douchen. Om 11 uur gaan we onze kamer betalen en uitchecken. We gaan dan naar het pleintje van het dorp toe, en nestelen ons hier op twee bankjes in de verkoelende schaduw. Het is een pleintje bestaande uit een voetbalveld, met eromheen een weg en daarbij diverse bankjes onder de bomen, met aan de andere zijden van de weg diverse huizen, de kerk, en de nodige restaurantjes en winkeltjes. Na een tijdje arriveert er een motorclub, met ongeveer een 50 tal motoren. Een vrouw stapt uit de bezemwagen met een verbrande enkel. Tegen half twee gaan we dan op pad naar het kantoor van de toeristeninformatie, waar een busje ons naar Playa Tamarindo zal brengen. Er zitten 4 Amerikanen in, en even later stapt er ook nog een Duits meisje in. We rijden dan over hele slechte wegen naar Arenal, langs het gelijknamige prachtige stuwmeer. We komen dan ook langs Hotel Marina Club, een driesterren resort, aangeraden door Dirk en Magda. Deze mensen ken ik via internet, en de hoteleigenaar is een neef van Magda. In de verte zien we wel vervuiling van de horizon, doordat op de heuvelkam de vele windmolens van uit de verste verte zichtbaar zijn. Als we het dorp Arenal gepasseerd zijn, laten we het stuwmeer achter ons en komen we in een soort hoogvlakte waar heel veel haciënda’s staan, met in de afgebakende weiden vele koeien. In Tilara stoppen we en nemen we afscheid van de Amerikanen die hier op een ander busje zullen overstappen. Wij reizen dan verder naar Tamarindo en Pieter is voorin gaan zitten. Ik kan dan lekker wat babbelen met het Duitse meisje Gaby. Ze is hier vier weken, waarvan twee weken in San Jose en woont dan in bij een lokale familie. Ze gaat daar dan op Spaanse les en de andere twee weken gebruikt ze dus om Costa Rica te bezichtigen. Onderwijl gaat de hoogvlakte langzaam over in heuvels en tegen de tijd dat we de kust naderen, rijden we inmiddels op zeeniveau. Maar bij de kust aangekomen, rijzen de heuvels weer omhoog. We stoppen dan even bij een tankstation, waar een vrouwelijke gids van Suizo Travel met ons meerijdt naar Tamarindo. Ze woont daar, en is getrouwd met een Italiaanse surfer die hier is gebleven. Ze spreekt vloeiend Engels, Duits en Italiaans en heeft het hart niet op de tong liggen. Het is een leuke en actieve vrouw, die ons wat tips geeft voor Tamarindo en honderduit aan het vertellen is. Ze is een half jaar naar Europa geweest, en heeft o.a. Amsterdam en Rotterdam bezocht. We worden aan het einde van de rit afgezet bij een Best Western Hotel, en zoeken dan met zijn drietjes een slaapplaats. De meeste cabines zijn

Het strand van Playa Tamarindo met laat in de middag een prachtige zonsondergang in actie met de woeste golven

vol, doch een vrouwtje belt voor ons op en we hebben een slaapplaats. Daar aangekomen blijkt dat we een prachtige kamer hebben, met alles zo goed als nieuw en dat voor 11$ p.p. We gaan daarna heerlijk uit eten in een restaurantje, vlakbij de rivier en waar een jong hondje gaarne in ieders broekspijpen hapt. Er arriveert dan een groep van drie mannen en twee vrouwen, maar de vrije plaatsen in het restaurant bevallen hun niet. De eigenaar van het restaurant laat dan een Costaricaans stelletje voor hen plaatsmaken, maar de man is het hier niet zo mee eens. Hij komt dan bij ons wat steun zoeken, en we kunnen hem alleen maar gelijk geven. Maar de groep trekt zich er niets van aan en denkt dus alleen aan zichzelf. We kopen, als we teruglopen naar onze kamer, bij een nachtwinkel enkele blikjes bier en lopen zo langs het donkere strand naar het centrum van het dorp. We blijven dan, genietend van een verkoelende bries, op het strand zitten en zoeken vrij laat en ontspannen ons bed weer op.

 

MAANDAG 15 NOVEMBER 1999

Heerlijk geslapen in de bijna nieuwe kamers van pension annex Restaurant Frutas Tropicalas in Playa Tamarindo. We blijven nog even nadoezelen, en dan gaan we op pad om te kijken hoe laat en wanneer we weer met de bus verder kunnen trekken. We lopen dan naar het centrum van Tamarindo, maar dan wel langs het prachtige strand dat onderdeel uitmaakt van een nationaal park. Het is een breed strand, met voor de kust wat riffen zodat de enorme oceaangolven worden gebroken voordat ze het strand bereiken. Maar niettemin worden er tegen 3 uur in de middag redelijk hoge golven verwacht en zijn de meeste surfers dan ook in het water te vinden. Bij de rotonde van het dorp, die ligt in het centrum, staan de vertrektijden van de verschillende bussen aangegeven. We worden wel wat wijzer, maar of de gegevens betrouwbaar zijn is nog maar de vraag. Dan naar de bank waar we een hele procedure moeten doorlopen om onze travellercheques te kunnen verzilveren. Vanwege die bureaucratie is het dan ook een drukke bedoening op de werkvloer, maar er is airconditioning en televisie. We lopen dan terug naar ons pension en gaan hier lekker even lunchen. We zien tegenover het restaurantje dat het kantoor voor de toeristeninformatie open is en blijkt te worden bemand door twee Nederlands sprekende dames. We winnen de nodige informatie in omtrent de excursies en de bezienswaardigheden. Ik koop tevens enkele ansichtkaarten en postzegels. We lopen daarna op aanraden van de twee dames naar Hotel Diria, om daar bustickets te kopen voor de reis naar San José, maar we zullen onderweg al uitstappen op een kruising waar de bus naar Santa Elene/Monteverde langskomt. De receptie verwijst ons naar een paar deuren verder, doch dat reisbureau is pas om 14 uur weer open. Dus maken we gebruik van de resterende tijd om even te gaan zwemmen in de woeste branding van het goudgele langgerekte strand van Tamarindo. Om de beurt gaan we het water in, want we moeten onze waardevolle spullen (paspoorten, geld, travellercheques etc.) in de gaten houden. Het lukt me na talloze pogingen om twee keer met mijn goddelijke lichaam op een golf mee te surfen. Even na 15 uur lopen we via het strand weer terug naar het luxueuze hotel Diria (112 $ per kamer) en wachten bij het reisbureau op onze beurt. Als we aan de beurt zijn, vertelt het vrouwtje ons dat we nog enkele deuren verder moeten zijn, doch het is al 15 uur geweest en is dus gesloten. Dan stappen we maar gewoon in de bus en kopen het ticket in de bus zelf. Het nadeel hiervan is dat je geen gereserveerde stoel hebt en er dus de kans bestaat dat je de gehele trip zult moeten staan, hadden de twee dames van de toeristeninformatie ons verteld. We boeken dan bij de dames een avondexcursie naar de Leatherback Sea Turtles, die rond deze tijd iedere avond het nabijgelegen strand opkomen om daar hun eieren te leggen. Het strand maakt onderdeel uit van het PN Tamarindo National Wildlife Refuge, en is daarom dus beschermd gebied. De excursie zal vanavond om 20 uur vertrekken, tegenover ons pension. De rest van de middag wordt door Pieter besteed aan een lange strandwandeling. Ik blijf op de binnenplaats van het pension en ga nog even zwemmen. Als ik terugkom van het strand, lekker douchen en het zout afspoelen op de buitendouche van onze binnenplaats. Hierna kan ik lekker in de schaduw wat lezen en tevens het reisverslag weer eens bijwerken. Tegen zes uur is Pieter terug en gaan we naar hetzelfde restaurant als gisteren voor een heerlijk diner. We bestellen beiden weer een overheerlijk visgerecht, en ook onze Duitse buurvrouw van het pension, Gaby, komt naar het restaurant. Als dan plots een krokodil verschijnt aan het water c.q. de uitmondende rivier waar aan het restaurant ligt, neemt iedereen even een kijkje. De eigenaar gooit dan een stuk visafval naar de krokodil, doch deze schrikt enorm en neemt de kuierlatten. Dan gaan we terug naar het pension, waar we het reçuutje van de betaling van de excursie moeten zoeken. Het blijkt in Pieter zijn boxershort te zitten, waarmee hij de hele middag mee op het strand heeft geflaneerd! Dan gaan we met ongeveer 12 man op weg naar het strand. Eerst een stukje met een minibus en vervolgens moeten we even wachten voordat we de rivier met een bootje met buitenmotor kunnen oversteken.

Ook op deze stranden ontstaan er grote golven waarbij de surfers in hun element zijn

Ondertussen doen de vele muggen een aanval op ons, maar gelukkig hebben onze Amerikaanse medepassagiers een flinke spuitbus en krijgt iedereen wat spray overgespoten. Gelukkig heeft onze reisleider de man die de overtocht moet leiden, snel gevonden en kunnen we instappen. Onderweg horen we flink wat gerommel bij het anker van een van de boten die in het water liggen. Vermoedelijk is onze geschrokken krokodil nog niet helemaal hersteld van de schrik. Dan komen we op het aan de overkant gelegen zandstrand aan, en stappen vanuit de boot in het water van de branding. We lopen dan eerst een stukje door het bos. Het park beschermt hier het mangrovebos alsmede een van de meest belangrijke legplaatsen van de wereld, waar de grootste zeeschildpad haar eieren komt leggen. We moeten dan bij een hutje onze namen noteren, en na een uurtje wachten mogen we van de rangers aanlopen. We lopen dan verder over het strand wat af en toe wordt overspoeld door de branding van de oceaan, op weg naar de verschillende legplaatsen. Onze gids loopt voorop, en na een half uurtje zitten we rondom gehurkt bij een enorme schildpad. Ze is in trance met haar achterpoten aan het graven, en na een tijdje legt ze de nodige eieren. We moeten dan weer even weg om een andere groep de schildpad te laten bezichtigen. Na een tijdje mogen we weer terug, om te zien hoe de schildpad haar legplaats weer afdicht met zand, aangebracht met behulp van haar enorme achterpoten. De gids schijnt al die tijd bij met een zaklamp met een uitstraling van rood licht. Echt prachtig om dit wonder van de natuur zo nabij mee mogen te maken en met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Tegen 23 uur zijn we weer terug en gaan meteen slapen want morgen vroeg moeten we alweer om vijf uur op. De bussen vertrekken hier op vroege tijdstippen, en in tegenstelling tot ons vaderland vertrekken ze hier wel altijd op tijd.

 

DINSDAG 16 NOVEMBER 1999

Kwart voor vijf op, spullen in de rugzak en we sluiten onze kamer af. We maken de nachtportier wakker, die voor ons de poort moet openmaken en we lopen in de richting van hotel Diria. Van hieruit zal de bus vertrekken naar San José. Als de bus op het punt staat van vertrekken, blijkt dat er maar een stelletje de bustickets van tevoren heeft gekocht, en deze zijn dus verzekerd van een zitplaats gedurende de reis. De rest van de passagiers koopt nu allemaal zijn kaartje in de bus, en betalen dus direct aan de chauffeur. We gaan dan zover mogelijk achteraan in de bus zitten. We hebben geluk want onderweg stappen er nog veel mensen in, die in het bezit zijn van een busticket. Het gevolg daarvan is dat sommige mensen de gehele busrit moeten staan. Gelukkig is de weg niet zo slecht, en nadat we in Liberia zijn aangekomen, rijden we weer over de Interamericana. Hier valt het moeten staan in het gangpad van de bus reuze mee. In Santa Cruz stapt het merendeel van de lokale bevolking uit en kan iedereen weer beschikken over een zitplaats. Tegen halftwaalf worden we gedropt op het goede kruispunt. Het heeft al die tijd, dat we reizen met het openbaar vervoer, prima gegaan en nu hebben we alweer geluk. Toen we uitstapten op het goede kruispunt, met een mannetje of acht, komt de bus naar Monteverde net aanrijden. Onze chauffeur claxonneert en gebaart en probeert zijn collega duidelijk te maken dat we met zijn bus verder willen reizen. We droppen onze rugzakken weer in de zanderige opslagplaatsen onder in de bus en maken de luiken dicht. Binnen enkele minuten zijn we weer op weg. Ditmaal weer over de onverharde wegen en opnieuw banen we schokkend en schuddend ons een weg door het desondanks prachtige landschap van Costa Rica. De bussen in dit land hebben echt veel te lijden en heeft men dus

Toiletten bij de busstop waarbij we met deze bus in de richting van Santa Elena rijden

goede monteurs in dienst. Na een vijftal minuten stoppen we voor een lunchpauze van tien minuten bij een soda, en kan de chauffeur wat eten en daarna nog even zijn tanden poetsen. Wij nemen enkele empanadas en dan gaat de bus weer verder. We staan echt versteld hoe de bus over zulke hobbelige en steile wegen de bergen intrekt. Het uitzicht op de groene bossen en weilanden wordt steeds intenser. Echter al die tijd praat onze buschauffeur doodleuk met twee passagiers alsof hij een trein bestuurt. En dat terwijl we soms echt vlak langs afgronden rijden waar je U tegen zegt. Na dik twee uur rijden, belandden we in onze aankomstplaats Santa Elena. Bij uitstappen van de bus staan er weer een hele hoop mensen met kaartjes om hun pension te promoten. We komen het vrouwtje van pension El Tucan tegen, en volgens onze reisboeken een goed pension. De prijs is 7$ p.p.p.n. We worden niet in het pension zelf geplaatst, maar een enkele tientallen meters verderop in een aparte "lodge". Deze "lodge" bestaat uit drie kamers met een groot balkon ervoor, dat uitzicht geeft op een klein binnenplaatsje. Een oase van rust, en het lange balkon delen we met de andere kamergenoten en het is heerlijk toeven hier. Het is momenteel wel erg mistig, zo op het midden van de dag, en tijdens de busrit kwam de mist met vlagen door de geopende raampjes naar binnen. We bevinden ons momenteel op een hoogte van 1500 meter. Onze kamer is ruim, en we nemen nu de gelegenheid om als onze kleren eens te laten luchten en enkele spullen provisorisch te wassen. Doch door de hoge luchtvochtigheid en de wolken, drogen onze kleren vandaag niet zo snel. We eten dan een casado met een fresco naturel bij een soda. Dat wil zeggen, we pakken het gewone dagmenu van de lokale bevolking, oftewel rijst met zwarte bonen, wat salade en spaghetti en een kippeboutje of iets anders toe. En hierbij krijgen we dan een glas aanmaaklimonade bij geserveerd. We gaan dan wat informatie verzamelen bij een van de vele reisbureautjes en de meeste informatie gaat over de parken van Santa Elena en Monteverde. Doch een van de medewerkers van een reisbureau weet ons te vertellen dat het regenwoud van Santa Elena dan wel kleiner is dan dat van Monteverde, maar er is veel meer te zien omdat het niet zo druk wordt bezocht door de toeristen. Verder kan je nog een wandeling maken door de lucht, langs de toppen van de bomen van het regenwoud, een kaasfabriek bezoeken alsmede een ecologische boerderij en daar een trail bewandelen. Het gebied is vroeger ontwikkeld door de Quakers, die in 1952 vanuit de Verenigde Staten naar Costa Rica zijn geëmigreerd. Hieruit is o.a. ook de kaasfabriek ontstaan. We gaan eerst te voet naar de ecologische boerderij, maar dat zal niet meevallen. Het eerste gedeelte van de weg om het dorp uit te komen is wel erg steil. We lopen daar twee trails, eentje door het regenwoud waar we enkele kleine miereneters aantreffen. De andere wandelroute is minder eenvoudig, doch we krijgen enkele prachtige watervallen voorgeschoteld aan het einde van de wandeling. Het is soms wel erg steil en glad maar het uitzicht vergoedt veel. Terug gekomen bij de informatiepost

White nosed goati en het uitzichtspunt van een van de trails waarbij we onderweg een blik op een waterval kunnen werpen

van het park, hangt er wel een kilo klei aan mijn schoenen. We lopen dan een stuk verder in de richting van het park van Monteverde. Bij de kaasfabriek aangekomen loop ik alleen terug, want ik wil toch gaarne voor het donker weer bij onze kamer zijn. Pieter loopt nog een stukje door, en zal uiteindelijk tot de ingang van het park van Monteverde doorlopen. Onderweg wordt ik ingehaald en gegroet door een oude man te paard, begeleidt door zijn hond. Ik kan ze relatief makkelijk bijhouden en tegen kwart over vijf ben ik weer bij het pension. Lekker om mijn gemak wat ontspannen, wat lezen en het dagboek weer wat bijwerken. Onze Amerikaanse buurmeisjes komen ook een voor een binnendruppelen, en ik praat wat met ze. Ze zijn echte liefhebbers van wijn, en een van de meisjes is bezig met een cursus in de occulte sferen. Twee van hen blijken aan de westkust te wonen, en de liefhebster van de occulte is afkomstig van de oostkust van de Verenigde Staten. Ze zijn hier maar voor een tiental dagen, en dan gaan ze weer terug naar huis. Dus de Amerikanen komen hier voor korte tijd, maar besteden dan i.v.m. de Europeanen veel meer. In het donker, tegen halfzeven, komt Pieter weer terug, en op ons terras genieten we van een Nicaraguaanse rum met limoensmaak, die we in Panama hadden gekocht. Een kwartiertje later valt de elektriciteit uit in het dorp, en dan op zoek naar mijn zaklantaarn. We blijven nog even zitten, maar we hebben vanavond gereserveerd in het restaurant van ons pension. Op de afgesproken tijd, om halfacht, zitten we in het restaurant en krijgen we de menukaart voor ons. Er is niet veel keuze, alleen verschillende soorten casado’s. Pieter neemt een vegetarische schotel, en ik neem een schotel casado met varkensvlees. Het is een overheerlijk bordje eten met heerlijk warme verse groenten. Een gezond diner in een gezellige sfeer, want de electriciteit is nog steeds niet hersteld en onder het zicht van de kaarslichten brengen we onze tijd door. Ik vraag na het afrekenen, of de zoon van de eigenaresse nog enkele kaarsen voor ons op voorraad heeft. We krijgen enkele kaarsjes mee, en gaan dan weer terug naar ons balkon om daar o.a. een kaartje te leggen. Tegen halftien is de elektriciteitsvoorziening weer hersteld. Dit voorval deed ons weer terugdenken aan Chili 1996, toen we ons in San Pedro de Atacama bevonden temidden van de droogste woestijn van de wereld. Hier werd in de avond altijd standaard de elektriciteitsvoorziening uitgezet tussen 20 uur ’s avonds en 8 uur ’s morgens. Tegen 22 uur zoeken we ons bed weer op.

 

WOENSDAG 17 NOVEMBER 1999

Om zes uur zijn we opgestaan en toe eerst even wat empanadas gekocht bij de plaatselijke warme bakker. Het was ons bij het reisbureau aangeraden om een taxi te nemen die ons naar de ingang van het plaatselijke park, het mistwoud van Santa Elena, moest brengen. Deze taxi kostte 6,50 dollar en zodoende zijn we even voor 7 uur op de plek van bestemming. Onderweg hebben we toch enkele flinke bergachtige gedeeltes voor onze kiezen gehad en dat was reden voor ons om ons te laten brengen door een plaatselijke taxi. Met een grote Mitsubishi jeep rijden we weg, en af en toe wordt er flink gas gegeven om naar boven toe te kunnen komen. We moeten nog even wachten voor het park open gaat, en we zien de eerste kolibries al aan komen vliegen. Deze prachtige vogeltjes komen hun honger stillen door te drinken uit een plastic drinkbakje gevuld met een of andere zoete siroop. Dan maken de rangers het winkeltje open en we kopen weer een toegangsticket voor een van de nationale parken van Costa Rica voor 6 dollar p.p. We kunnen kiezen uit verschillende trails, doch we kiezen er nu voor om te starten met de kleinste trail want hier zit een uitkijktoren in de wandelroute. Onderweg eten we alvast enkele empanadas op. We lopen dan over het goed afgebakende, uitgezette wandelpad de vochtige jungle in. Het is klimmen en dalen tijdens de wandelroute. We belandden al snel bij de uitkijktoren, doch we kunnen door de aanwezige bewolking alleen maar de boomtoppen in

Onze trektocht door het mysterieuze regenwoud van Santa Elena en Monteverde was een van de hoogtepunten van onze trip

onze nabijheid aanschouwen. Hierna komen we weer bij het beginpunt en we besluiten om nu de langste trail te nemen. Door ons vroege vertrek uit Santa Elena, is het nu lekker rustig in het park en we hopen ook nog enkele dieren tegen te komen. Deze lange wandeling duurt ongeveer 3,5 uur en heeft een lengte van bijna 6 kilometer. We lopen op ons gemak de trail af, en wel zo rustig mogelijk om zodoende nog wat dieren te bewonderen. In de eerste helft van de trail horen we wel veel geluiden, maar we krijgen jammer genoeg niets te zien. Pas nadat we een riviertje voorbij zijn, kakelt de boel erop los. We zien eerst enkele aapjes en daarna een flink aantal vogels, waaronder de kleine doch razendsnelle kolibries. Hierna passeren we nog enkele steile afdalingen en riviertjes, en genieten onderweg van de schone natuur met zijn bijbehorende geluiden. We komen nu af en toe wel enkele wandelaars tegen, en tegen halfelf belandden we weer op het beginpunt. We eten de overgebleven empanadas op en gaan nog even naar de uitkijktoren van de kleinste trail. Helaas zien we nog steeds alleen de boomtoppen, en een stukje van het landschap beneden. De rest krijgen we niet te zien, en ook de vulkaan Arenal kunnen we door de vele bewolking dus niet aanschouwen. We lopen dan het park uit, en lopen dan te voet terug naar Santa Elena. Na ongeveer 3 kilometer komen we aan bij de skywalk, maar de bewolking is er nog steeds. De skywalk is een wandeling hoog door de bomen, over een aangelegde brug op een zodanige hoogte dat je het leven in de boomtoppen goed kan zien. Doch ze zijn met de reparatie bezig, en is dus niet de gehele route door de boomtoppen, maar ook op de grond. Bij het gebouw van de skywalk, vertrekt men ook voor de canopy-tour. Hier gaat men aan een soort minikabelbaan met een harnas, dat gekoppeld wordt en men zich langs een aantal kabels door het bos heen kan slingeren. De prijs slaat bijna alles, de lokale bevolking en de studenten moeten 20 dollar betalen doch de toerist kost dit grapje maar liefst 30 dollar. Dat ze voor de nationale parken een entree vragen van 1800 Colones voor toeristen kan nog door de beugel, terwijl de Costa Ricanen dan maar 200 Colones hoeven te betalen. Maar bij commercieel vermaak, maar liefst 10 dollar prijsverschil t.o.v. toeristen is echt van de gekke. We lopen daarna, onder een stralende zon en een verkoelende bries, de overige vier kilometer over een dalende en bergachtige weg terug naar Santa Elena. Tegen halfeen zijn we weer bij de soda in het midden van het dorp. Tijd voor een casado met enkele fresco’s naturel, oftewel de lokale vruchtensap. We eten liever gewoon wat eenvoudig eten met de locale bevolking, in plaats van het dure restaurant tegenover de soda en je kijkt er tegen de andere toeristen aan. De rest van de middag brengen we door op het grote balkon, waar we al snel van de gelegenheid gebruik maken om al onze natte spullen te drogen te hangen. Zoveel stralende zon als vandaag hebben we in Santa Elena nog niet gezien. We lezen weer de nodige documentatie door van Costa Rica om zodoende onze voorlaatste bestemming van onze vakantie te kunnen bepalen. We hadden Punta Arenas in gedachten, maar daar is blijkbaar niet zoveel te beleven. We zoeken wat in de richting van San José, de hoofdstad van Costa Rica. De keus valt op Alajuela, waar zich ook het internationale vliegveld bevindt. Ook is het nu tijd voor een heerlijke warme douche, zoveel warm water hebben we niet gehad deze vakantie. Tegen 7 uur gaan we weer eten bij het restaurantje van onze pensionhoudster. We krijgen weer een lekker diner voorgeschoteld, doch door de aanwezigheid van een groep toeristen raakt het restaurant snel door zijn voorraad van Imperial Bier heen. Zodoende krijgen we op het laatst nog een blikje Heineken bier voorgeschoteld, dat is gemaakt in Costa Rica en heeft een alcoholpercentage van 4%. We betalen de rekening en meteen ook de vier nachten die we in het pension doorbrengen. Het pension El Tucan kostte 7 dollar per persoon per nacht. Dan nog even naar een café in het dorpje. We vinden al snel wat van onze gading, voorzien van een zaaltje met enkele pooltafels. We zitten aan de bar flink op de tocht, dus besluiten we om onze toevlucht te zoeken onder in het poolhalletje. Hier kunnen we enige beschutting vinden tegen de wind. We raken hier in gesprek met een jongen, die twee jaar in Utrecht heeft gewerkt. Tegen 23 uur zoeken we ons bedje weer op, en morgen kunnen we uitslapen.

DONDERDAG 18 NOVEMBER 1999

We staan om negen uur op, en eerst nog wat ontbijten in de soda. We nemen enkele empanadas als ontbijt en stappen daarna in een taxi. De taxi brengt ons voor 800 Colones naar de kaasfabriek van de Quakers. Deze familie uit Alabama is hier naartoe geëmigreerd in 1952 en heeft o.a. deze kaasfabriek opgezet. We lopen de verkoopruimte van de kazen binnen en vragen waar de rondleiding begint. De verkoopster wijst naar een ruimte waarbij we vanachter het glas zien hoe het allemaal werkt in dit kaasfabriekje. Gelukkig kan Pieter mij een en ander uitleggen, want tenslotte was hij bij Gist Brocades in Delft een kaaskop… nee, sorry, een levensechte kaaskorstspecialist. We zien de verschillende facetten van de fabricage van kaas, zoals o.a. het homogeniseren van de melk. Verder staan er twee enorme bakken gevuld met wei en wrongel. De wei laten ze gewoon weglopen uit de bakken, terwijl men er in Nederland van die wei o.a. Taksi van maakt. De wrongel wordt dan verder gescheiden van de wei en tenslotte in bakjes afgewogen en geperst. De andere bak zit helemaal vol, en heeft waarschijnlijk al enkele uren gestaan. Deze bak wordt met twee messen met verticale en horizontale draden, drie keer gesneden en neemt de mixer de rest van het werk over van de fabrieksarbeiders. Zo hebben we na geduldig wachten, toch al enkele belangrijke facetten van

Quackers aan het werk in hun kaasfabriek en men vervaardigt hier de Monteverde kazen

de kaasbereiding kunnen bekijken. Na een uurtje lopen we de ruimte uit en kopen we enkele plakjes kaas voor onderweg. We lopen nu een anderhalve kilometer in de richting van Santa Elena, met wederom een stralende zon en een verkoelende bries. We gaan weer naar de ecologische farm terug, om daar de langste trail (ongeveer twee km) te lopen. De kaartjes van eergisteren zijn nog geldig, we komen dan de Nederlander uit de bus weer tegen. Ze hebben een tweetenige sloth oftewel luiaard gezien en wij zullen er op een bepaald gedeelte van de route ook naar uitkijken. We beginnen aan de trail, en blijkt erg goed begaanbaar te zijn mede dankzij het goede weer van de afgelopen twee dagen. Bij de drie verschillende uitkijkpunten van de wandeling kunnen we enkele mooie foto’s maken. We hebben o.a. prachtige vergezichten over de groene bossen en een canon met in de diepte een riviertje. Het laatste uitzicht is het mooist, we zien hier in de verte de golf van Nicoya en het schiereiland met dezelfde naam opdoemen. Hierna lopen we een gedeelte van de wandeling wat langzamer, om zo de tweetenige luiaard te kunnen ontdekken. Neen, helaas zien we niks wat op een luiaard lijkt en we moeten ons tevreden stellen met de enorme diversiteit aan vogels en geluiden. We zien o.a. een specht die aan het werk is op een van de vele boomstammen. Ook zien we enkele eekhoorns, vlinders en een grote hamster, genaamd guatsu. Dan zijn we tegen twee uur aan het einde van de trail en we lopen dan weer terug naar Santa Elena. We eten weer wat bij de soda en Pieter gaat weer een stukje bergaf wandelen. Ik dan alvast wat inkopen doen en daarna mijn rugzak alvast inpakken. Tegen 18 uur komt Pieter terug met een stokje kipsate en om 19 uur dineren we voor de laatste maal bij pension/restaurant El Tucan, met zijn karakteristieke handgemaakte prachtig gestikte tafelkleedjes en servetten. Hierin zijn namelijk twee vogels in verwerkt, de toekan en de quetzal. Hierna nog even wat lezen en kaarten op ons rustige balkon en morgen moeten we weer vroeg op. We vertrekken weer met de bus in de richting van San José.

VRIJDAG 19 NOVEMBER 1999

Om halfzes opgestaan, de laatste resten van de spullen nog inpakken en we kunnen op weg naar het busstationnetje. De bus vertrekt om halfzeven uit Monteverde en om 10 voor 7 kunnen we onze spullen onder in de bus deponeren. We krijgen weer een bergachtige rit per bus voorgeschoteld, met nog veel meer schokken en stof dan op de heenweg daar we nu voornamelijk afdalen. We krijgen vele mooie vergezichten te zien, maar men heeft al grote delen van het land ontgonnen. Vroeger was zeker 90% van Costa Rica regenwoud, maar dat aantal is flink teruggelopen naar 20% Nationale Parken en de laatste 5% van het regenwoud is onbeschermd. Toen we met de bus vertrokken, vanaf de top in Santa Elena, was het nog mistig. Doch tijdens de afdaling wordt het steeds helderder weer, en na pakweg twee uur horten en storten staan we wederom stil voor een pauze van tien minuten. Het is dezelfde stopplaats als op de heenweg, en hier kunnen we nog even naar het toilet en wat eten. Door het mooie en vooral droge weer van de laatste drie dagen was de weg erg stoffig. Er kwam dan ook een enorme hoeveelheid stof via de kieren in de achterdeur in de bus terecht. Nog een klein stukje onverharde weg en we belandden weer op de Interamericana. We zijn dan nog 131 kilometer verwijderd van San José. Het is al redelijk druk op deze hoofdweg, en onze bus is al de nodige vrachtwagens aan het inhalen omdat door het stijgen van het hellingpercentage van de weg steeds langzamer gaan rijden. Tegen half 12 komen we in de buurt van Alajuela, waarbij het groene landschap langzaam omslaat in een licht geïndustrialiseerde zone. We zien al een vliegtuig dat bezig is aan zijn landing op het internationale vliegveld van Costa Rica, dat zich dus bij Alajuela bevindt. We kunnen op een wegkruising in de buurt van het vliegveld uitstappen, terwijl onze bus doorrijdt naar San José. We nemen dan een locale bus naar het centrum van het stadje. We lopen eerst naar Hotel Real en Hostel Mango Verde, maar die zijn gesloten. Hierna komen we een Amerikaan tegen, die raadt ons aan om Hotel Charley’s maar eens te proberen en we moeten hier voor twee nachten 25$ per kamer per nacht betalen. We lopen eerst nog wat door het centrum, lunchen bij Macdonalds en pikken onze

Het openluchtzwembad Ojo de Aqaua waar het bad wordt gevoed met koel water uit een bron

zwemspullen op. We nemen dan een bus naar het zwemparadijs van Alajuela, genaamd Ojo de Aqua. Het is een groot zwembad op 6 kilometer van het stadje en het wordt continue gevoed met schoon water dat aangevoerd wordt door een ondergrondse waterbron. Als dit water dan door het zwembad is gestroomd, wordt het getransporteerd via een enorme pijpleiding naar het havenstadje Punta Arenas. In dit stadje hebben ze een enorm tekort aan schoon drinkwater en toentertijd zijn er daar verschillende ziekten uitgebroken, waaronder cholera. Het is een groot zwembad, een officieel wedstrijdbad van 50 meter met 3 duikplanken op verschillende hoogten. En verderop liggen nog 3 zwembaden die variëren in afmetingen en gebruikersdoeleinden, alsmede een watervalletje waarbij je op stenen richels kunt zitten en het omlaag komende water je rug kan masseren. We kleden ons om in de kleedhokjes en moeten weer een hele procedure ondergaan voordat we onze bagage hebben veiliggesteld bij de bewaking. Ik ga een paar keer van de duikplanken af en Pieter verpoost zich bij het watervalletje. We kwamen bij het zwembad aan, even voor drie uur en hebben nog maar de gelegenheid om een uurtje te zwemmen want dan gaat het zwembad alweer sluiten. Na sluitingstijd lopen we weer terug naar een bushalte, waar we bijna een uur moeten wachten voordat de goede bus voor ons weer langskomt. We maken van die gelegenheid gebruik om wat rond te kijken en het verkeer te aanschouwen. Vlakbij de bushalte ligt een voetbalveldje, waar de plaatselijke jeugd goed gebruik van maakt. Het gaat er ontspannen aan toe tijdens het partijtje en de teams worden continu uitgebreid met meer spelers. De bushalte ligt aan een drukke verkeersweg met enorm veel vrachtverkeer, maar dat kan ook niet anders met het internationale vliegveld vlak in de buurt. Op de terugweg komen we weer langs het vliegveld en zien dat er de nodige auto’s langs de weg staan geposteerd. Ook in Costa Rica zijn veel spotters om het landden en opstarten van de vliegtuigen te aanschouwen. We zijn binnen een klein uurtje weer terug in ons hotel, en hangen onze zwemspullen te drogen op het balkonnetje van de eerste verdieping. We kijken dan even naar de televisie, en zien wat sport bij ESPN. We gaan dan ’s avonds eten bij een Peruaans restaurant en we nemen hier tacu tacu. Het is de Peruaanse variant op de gewone Costa Ricaanse dagschotel die hier dus casado heet en in Panama comida. We wandelen dan nog even over het pleintje en besluiten de avond met een biertje voor de tv want zoveel is er in dit stadje niet te doen. Het is echt een uitvalsbasis voor de laatste nachten, want van hieruit kan men dus snel het vliegveld bereiken in het geval van een vroege vlucht. We lezen dan nog wat door onze reisboeken, om te kijken hoe we van hieruit het beste de vulkaan Poas kunnen bezoeken.

 

ZATERDAG 20 NOVEMBER 1999

Om halfacht opgestaan, warme kleding mee genomen omdat het boven bij de krater van vulkaan Poas soms erg koud kan zijn. Nog snel even een batterijtje halen voor het fototoestel van Pieter en dan op zoek naar de goede bus die ons naar een van onze laatste vakantiebestemmingen van dit jaar zal brengen. We lopen dan door het busstation heen, vragen naar de goede bus en vanuit welke halte hij vertrekt. Om tien over negen komt de bus aangereden vanuit San José en zal daarna direct doorrijden naar Vulkaan Poas. Er zitten veel toeristen in de bus, enkele Canadese studenten, een handjevol Amerikanen en ook het Italiaanse stelletje (van de excursie naar Vulkaan Arenal) zit in de bus. We krijgen tijdens de busrit omhoog een mooi vergezicht over de hoogvlakte waarin de verte San José opdoemt. De bergen worden hier voornamelijk gebruikt voor de veeteelt, koffie-, aardbeien- en bramenplantages. Na een bergachtige rit stoppen we even bij een verkoopkraampje langs de kant van de weg. Iedereen koopt wat fruit, of wat anders en we raken in gesprek met een Amerikaans koppeltje. Ze horen ons praten maar kunnen ons dus echt niet thuisbrengen. We vertellen hen dat we uit Nederland komen, en raden hen aan om enkele lychees te kopen. Ze kennen deze vruchten niet, zodoende kunnen we hen mooi uitleggen hoe het smaakt en hoe ze de vrucht open moeten breken. Wij kopen ook wat lychees en enkele druiven. De weg, naar de top van de vulkaan Poas, is in prima conditie en een half uurtje later staan we dan ook voor de ingang van Nationaal Park Volcano Poas. We betalen hier weer de gebruikelijke entree voor toeristen, namelijk 6 dollar. We worden dan een stukje verder afgezet bij het toegangsgebouw en kunnen dan op weg naar de krater. Via een goede weg lopen we in een half uurtje naar de krater van de vulkaan en zien hier een machtig schouwspel. We kunnen de krater en het groene meer prima zien (meestal is

De rokende krater van Vulkaan Poas, waar je niet zo lang bij mag blijven i.v.m. de zwavelhoudende rook

het zo bewolkt dat men niets kan zien) en er gaat continue zwavelhoudende rook omhoog uit het midden van de krater en de rand van het meer. Het is daarom verstandig om niet langer dan 20 minuten bij de krater te verblijven. Hierna nemen we de makkelijke trail terug naar het gebouw. De trail is soms niet makkelijk, voornamelijk vanwege de trappen die soms gepaard gaan met grote treden. Halverwege gaat de trail omhoog en komen we terecht bij een hoger gelegen meer en we moeten snel zijn. De wolken hebben hier wel enigszins vat op het mooie schouwspel. We gaan dan een stukje terug over dezelfde trail en dan lopen we weer in de richting van het startpunt bij het bezoekerscentrum. Onderweg nemen we weer een kleine trail, deze is goed begaanbaar en soms lopen we onder de luchtwortels van de bomen door. Bij het bezoekerscentrum aangekomen, bekijken we nog even een expositie met uitleg over o.a. het ontstaan van Costa Rica. Het land is ontstaan vanuit vulkanische oorsprong en daardoor Noord en Zuid-Amerika met elkaar heeft verbonden. Ook zien we een foto hangen van een andere vulkaan, namelijk vulkaan Osorno in Chili en deze vulkaan hebben we in 1996 bezocht. Dan gaan we nog even een bezoek brengen aan een insectententoonstelling waar we enkele mooie vlinders te zien krijgen, alsmede enorme kevers en zelfs de goudkever ontbreekt niet. Het lijkt wel een kever van metaal, maar het is toch echt een levend dier. Maar niet op de tentoonstelling, want deze bestaat uit allemaal opgezette insecten. Tegen twee uur lopen we naar de bus op het parkeerterrein, de chauffeur ligt achter in de bus te slapen. Als iedereen dan in de bus zit, rijden we een kwartiertje later weer in de richting van Alajuela. We rijden eerst nog een stukje in de wolken en dan zien we dat de bewolking zich over het hele gebied heeft doorgezet. Het zonnige weer van vanmorgen is dus verdwenen, maar gelukkig blijft het de hele dag droog. Tegen vier uur zijn we weer terug in het centrum van Alajuela en we lopen terug naar ons hotel, Charley’s Place. Helaas kunnen we nu onze kamer niet in, want ons slot in de schuifdeur heeft het begeven. Samen met de eigenaar probeer ik het slot weer open te krijgen, maar na een half uur van nutteloze pogingen geven we het op. De eigenaar forceert het slot met behulp van een paar schroevendraaiers. Na een tijdje gaan we even op het centrale plein van de stad zitten, om zo het leventje van alledag hier te kunnen aanschouwen. Daarna weer naar restaurant Peru voor een heerlijk dineetje, en we besluiten de dag met een ijsdessert op het centrale plein. We gaan dan op onze kamer nog wat lezen c.q. schrijven, en dan naar bed.

ZONDAG 21 NOVEMBER 1999

Om negen uur verlaten we het hotel en nemen een lokale bus naar het centrum van San José. Het is goed weer en geleidelijk aan wordt de bus steeds voller. We stappen uit bij een van de vele busstations die San José telt, en we belandden nu op Calle 10. We moeten dan nog dertien blokken lopen, voordat we weer bij Hotel Fleur de Lys aankomen, ons start- en eindpunt van de vakantie. Onderweg komen we weer bij ons favoriete restaurantje, de enige plek in de binnenstad met een buitenterras. Hier lunchen we voordat we weer verder lopen. We benutten de hele middag om op ons gemak de stad wat te verkennen en o.a. de lokale markt te bekijken. We kopen in een supermarkt de nodige koffie en koffielikeurtjes die zo kenmerkend zijn voor Costa Rica, en zodoende hebben we prima souvenirs voor het thuisfront. We gaan daarna even kijken bij een aantal bioscopen in de binnenstad welke film ze vanavond draaien. Helaas, de deuren van Bioscoop Rex zijn hermetisch afgesloten en dichtgetimmerd met enorme platen. Hier hebben we aan het begin van de vakantie nog een film (met Tom Cruise en Nicole Kidman) bezocht, maar helaas heeft deze bioscoop onze vakantie niet overleefd. Het is gezellig druk op de vele pleinen, het lijkt wel of de halve stad hier verpozing heeft gezocht. De kinderen voeren de duiven en sommige proberen ze zelfs te vangen. Andere mensen zijn dan weer aan het preken, of samen aan het zingen en daarbij kijkt en zingt dan soms het voltallige publiek vrolijk mee. We lopen nu via een andere weg weer terug naar ons hotel, waar Pieter een bad neemt. En dat is echt zeldzaam, dat men dus in Costa Rica een bad kan nemen. We hebben dat de afgelopen weken wel gemerkt, zelfs warm water kan hier worden beschouwd als een echte luxe. In die tijd kijk ik even naar ESPN, en ben zodoende weer wat op de hoogte van de verschillende voetbal- en sportuitslagen. Even voor 7 uur gaan we dan

Het einde van onze vakantie nadert met rasse schreden

met de bus naar San Pedro, een van de vele voorsteden van San José. Daar bevindt zich namelijk een enorm winkelcentrum, genaamd de San Pedro Mall. Hier bevindt zich ook een bioscoop met maar liefst 10 zalen, zodat we hopelijk een goede keuze kunnen maken uit het diverse aanbod van films. We kiezen voor een film van Brad Pitt, in plaats van een film met Bruce Willis. De film is alleen toegankelijk voor personen boven de 18 jaar, en heet "Fightclub" oftwel "Club de la Paella" op zijn Spaans. Een redelijk bloedige, gewelddadige en psychologische film waar aan ook Meat Loaf een bijdrage heeft geleverd. Voordat we echter de film om halftien kunnen bekijken, hebben we eerst nog wat te eten gepakt. We hebben hier de keuze uit wel 30 eetstandjes met alle bekende fastfood restaurants. Ook kunnen we kiezen uit Argentijns, Grieks of Chinees en ga zo maar door. We kiezen voor een wat duurdere Chinese maaltijd, maar het gerecht wordt dan ook ter plekke klaargemaakt in een wok. Het smaakt wonderlijk, als we na een tiental minuten wachten het gerecht krijgen geserveerd. Na afloop van de film nemen we een taxi terug naar het hotel, en laten ons afzetten op de Plaza de la Democratia. De laatste twee blokken naar ons hotel kunnen we best zelf lopen, en we besparen een hoop taxikosten. Dit komt doordat ook San José veel straten heeft met eenrichtingsverkeer en er daardoor soms veel omgereden moet worden. Dan is het 12 uur en wordt er met een Imperial, een van de fameuze bieren uit Costa Rica, geproost op mijn 35e verjaardag.

MAANDAG 22 NOVEMBER 1999

Onze laatste vakantiedag in Costa Rica. We slapen uit tot even na 9 uur, waarna we gaan ontbijten. Er zitten enkele Amerikanen aan een andere ontbijttafel en ze weten niet hoe ze moeten reageren op de ober met zijn ontbijtkaart. Hierna de stad in om wat redelijk mooie souvenirs te kopen. Vlakbij ons hotel ligt de Plaza de la Democracia, en hier lopen we langs een straatmarkt, twee lange rijen stalletjes die souvenirs verkopen. Daarna lopen we door het centrum van de stad en bezoeken enkele warenhuizen om te kijken of er mooie en niet al te duren boeken over Costa Rica en Panama alsmede hun prachtige natuur en wat er nog van over is. We kijken alleen naar de Engelstalige boeken, want zo vloeiend Spaans spreken laat staan lezen kunnen we ook al niet. Maar zoals overal, zijn de mooiste boeken ook de duurste. We kopen een paar mooie niet te dure boekjes die ons aanspreken en dan weer het centrum van de stad in.

Een kiekje van ons favoriete terrasje in San José

We gaan dan naar ons favoriete stekje met het buitenterras om daar een lekker bakje koffie met verjaardagsgebak te bestellen. Het is vandaag in het verkeer een flink stuk drukker dan gisteren. Vooral de straten met de bussen hebben te lijden onder het vele verkeer en de luchtvervuiling is daar dan ook enorm. We gaan dan weer even naar de centrale markt met allerlei spullen. Pieter koopt hier een complete set met kerststalfiguurtjes, en ik koop als souvenir groene sambaballen met de naam Costa Rica erin verwerkt. Zo wordt mijn dressoir steeds voller met al die specifieke souvenirs. We brengen dan de gekochte spullen, alsmede enkele T-shirts terug naar ons hotel en nemen onze boeken en het reisverslag mee de stad in. Hier bezoeken we voor de laatste maal het terras geven de xylofoonspeler een flinke fooi. De vorige keer was hij verdwenen zonder dat we een fooitje konden geven. We blijven hier de rest van de middag, en lezen op ons gemak wat in de boeken en bekijken het Costa Ricaanse leven wat aan ons voorbij trekt op een van de vele wandelpromenades in het centrum van de hoofdstad. Hierna eten we voor het laatst in een restaurant in Costa Rica en lopen we tegen 18.00 uur weer terug in de richting van ons hotel. We spelen hier nog wat spelletjes kaart, en pakken dan onze rugzakken in. Alleen wat we morgenvroeg nog nodig hebben, pakken we dan wel in. Om kwart over vier in de ochtend moeten we weer op, en een uur later dienen we alweer in te checken voor onze terugvlucht naar huis.

 DINSDAG 23 NOVEMBER 1999

We worden op tijd opgepikt door de taxichauffeur. We nemen afscheid van de bewaking en de medewerker aan de receptie van het hotel. We rijden door een lege stad met alleen maar werkende stoplichten, en verder is het rustig. Maar dat is maar schijn, want een stukje verderop zijn een hele boel marktkooplui al bezig om al het groente en fruit in hun marktkraampjes uit te stallen. We maken dan een soort omweg nar de snelweg toe, en waarschijnlijk om zo wat tijd uit te sparen. We komen dan even voor halfvijf aan bij het vliegveld nabij Alajuela en kopen eerst nog uitreisvisa voor 17 dollar. We kochten deze visa van "officiële" mensen, tenminste ze hadden een kostuum aan en je zou denken dat ze bij de luchthaven horen. Maar als je de zaak niet vertrouwt, bestaat er binnen op het vliegveld ook nog de mogelijkheid om daar het uitreisvisum te kopen. Je moet alleen dus die toeristenbelasting betalen in de vorm van een uitreisvisum mits je het land per vliegtuig verlaat. Bij de grensovergang van Paso Canas, hebben we maar een schijntje van dat bedrag betaald om Costa Rica te verlaten. We vertrekken op kwart voor zes in de richting van Mexico City. We vliegen voor het merendeel door de onbewolkte hemel, en kunnen vanuit ons raampje van de Airbus A320 een flink deel van Midden Amerika overzien. We landden in Mexico Stad om ongeveer kwart voor

Onze favoriete maatschappij United Airlines Foto's vanuit het vliegtuig, met twee flinke puisten van Mexico

negen. We mogen dan het vliegtuig niet uit, en ik praat wat met een steward en de piloot van het vliegtuig. Ruim twee uur later kiezen we weer het luchtruim dat dan nog onbewolkt is maar spoedig erna wordt het zo bewolkt dat we niets meer zien uit het raampje. We landden om net voor drie uur weer in bewolkt en nat Washington DC. We kunnen de klok hier weer een uur vooruit zetten, en dus is het nu tien minuten voor vier. We kijken of er nog wat van onze gading is te vinden in de tax-freeshop. Om kwart voor zes moeten we dan aan boord voor onze vlucht naar Amsterdam. We blijven nog een 20 tal minuten op de landingsbaan van internationaal vliegveld Dulles staan voordat we mogen opstijgen in een nu erg mistig Washington. We vliegen nu met een Boeing 777 en komen ruimschoots op tijd aan in Amsterdam ondanks alle vertraging. We worden hier weer opgepikt door onze ouders. Mams en Paps zijn er, en ook Betsie (Pieter’s moeder) is meegereisd om de verloren zonen weer op te halen. We rijden dan vanuit een nat Amsterdam weer terug naar het Brabantse platteland. Het zit er jammer genoeg weer op.

 

My Favorite Links

Begin reisverslag Costa Rica en Panama 1999
Reisverslag Florida Flydrive, november 1998
Reisverslag Argentinie en Chili, 1998
Reisverslag Argentinie, Bolivia en Chili, 1996
Reisverslag Rusland, China en Hongkong, 1997
Pieter's Homepage !!!!!!!!!!!!!!!!!!
Herpinia 4, Dreamteam of Holland
Diverse Andere Reisverhalen

Email: ton123@rocketmail.com