Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Begrippen

Vorige pagina Volgende pagina
Arquee
Vingerhouding waarbij het verst van de hand gelegen vingergewricht overstrekt is.

Blokken
Gaan hangen in het touw terwijl de zekeraar zo strak mogelijk zekert. Wordt gebruikt omdat een route niet lukt of omdat je wilt uitrusten bij het uitboulderen van een route. Je vraagt om een blok aan de zekeraar. Het vragen om een blok betekent automatisch dat je de route niet gehaald hebt.

Boulderen
Klimmen van korte, vaak dicht bij de grond gelegen, bewegingsproblemen. Ook: zomaar wat klimmen.

Een boulder
Een bewegingsprobleem, Amerikaans voor steen.

Een dynamo/dynamisch klimmen
In een snel uitgevoerde beweging naar een greep toegaan.

Flash-klimmen
Een onbekende route voorklimmen zonder te vallen of uit te rusten aan haken, setjes of in het touw, waarbij je een andere klimmer deze route al hebt zien klimmen, zodat het verloop van de route duidelijker voor je is.

No-hands-rest
Staan in de wand met losse handen. Rustpositie.

On-sight
Het voorklimmen van een onbekende route. De on-sight poging geldt als geslaagd, als zonder vallen en zonder uit te rusten aan een setje (of haak) of in het touw, de route wordt uitgeklommen. Je hebt de route dus niet on-sight geklommen als je de route niet gehaald hebt.

Positieve grepen
Grepen waar je je hand in kunt stoppen omdat de greep aan de bovenkant komvormig is.

Rotpunkt-klimmen
Een reeds bekende route voorklimmen, zonder te vallen of uit te rusten aan haken, setjes of in het touw.

Tang-greep
Een manier van vastpakken tijdens het klimmen waarbij de greep tussen duim en vingers gepakt wordt. De vingers staan tegenover de duim (oppositie).

Tendue
Greepwijze waarbij de vingers naar omlaag afhangen.

Uitboulderen van een route
Een route klimmen waarbij het er om gaat dat je de grepenvolgorde en de typische problemen van een route leert ontdekken. Het halen van die route is niet de bedoeling. Je vraagt steeds voordat je moe wordt om een 'blok'.