
De zwartkamdwergspanner (spanwijdte tot 19 mm)
heeft een mooie, maar erg onopvallende rode tekening.
Hoewel de vlinder over het algemeen klein is, zijn er
een aantal kenmerken die hem toch goed herkenbaar maken.
De vleugelvorm is zeer karakteristiek.
Zo zijn de voorvleugels zeer spits, vooral bij het mannetje.
Ook de kenmerken op de voorvleugels zijn karakteristiek,
met name het roodbruine veld in het bovenste gedeelte
tussen de golflijn en de buitenste dwarslijn.
Aan de binnenzijde van die buitenste dwarslijn bevindt zich
aan de voorrand een zwart 'kammetje'.
Dit is bijna altijd zichtbaar, ook bij afgevlogen dieren,
wat helaas al heel snel het geval is.
Ook de eerder genoemde roodbruine kleur is meestal
nog aanwezig bij vage exemplaren.
De soort heeft een zeer gerekte vliegtijd van 11 februari tot 9 december.
Het talrijkst is hij in de tweede helft van augustus.
Hij vliegt in 3 en soms zelfs 4 generaties.
De vlinder komt vooral op zandgronden en in loofbossen voor,
waar de soort soms heel talrijk kan zijn.
Ook wordt de zwartkamdwergspanner in tuinen en ruderale terreinen gevonden.
In de wintermaanden is hij ook wel binnenshuis aan te treffen.

De rupsen zijn zeer polyfaag en er is een grote lijst van voedselplanten op te voeren.
De voorkeur gaat uit naar struikheide, bosrank, leverkruid en dopheide,
maar ook struiken en bomen zoals lijsterbes staan op het menu, evenals tuinplanten.
De rupsen vreten aan bloemen, vruchtjes en bladeren.
Terug naar: