Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Zwart beertje

Atolmis rubricollis
Beervlinders

Dat het zwart beertje zwart is, zal geen verbazing wekken.
Deze soort vliegt zowel 's nachts als overdag,
maar je krijgt hem niet zo heel vaak te zien, omdat hij maar beperkt
op licht afkomt en bovendien vaak op grote hoogte vliegt.
Hij is wel zonnend aan te treffen op adelaarsvaren, grashalmen en lage kruiden.

De vlinder heeft een spanwijdte tot 36 mm.
De rode (soms gele) halskraag en de gele abdomen vallen op.
Roodkraagje is dan ook een goede tweede naam.
De hoofdvliegtijd ligt in de maanden juni en juli
met een flinke aanlooptijd in april en mei.
In die aanlooptijd gaat het echter maar om weinig exemplaren.
Er is jaarlijks maar één generatie.

Net als de larven van Eilema-soorten eten de rupsen van algen
en korstmossen die op bomen groeien.
De tot 15 mm lange rups heeft een donker grijs lijf met vage, gele tekentjes op de rug,
lange grijze haren en een grote zwarte plek op de top van segment 7.
De larven zijn te zien vanaf augustus en verpoppen in oktober of november.
Als pop wordt de winter doorgebracht in een zijden cocon
onder mos of in spleten.

Het zwart beertje is een soort van boomrijke gebieden en daar is hij soms heel gewoon.
Door de toename van korstmossen op daken van huizen wordt hij tegenwoordig
ook vaker in de stad gesignaleerd.
Vroeger deden ze dat niet, dus dit zou misschien
een recente aanpassing kunnen zijn.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen