
De hoofdvliegtijd van de zwartstipvlinder
ligt tussen begin september en half november.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
In ons land is het een vrij gewone vlinder
die op alle plaatsen met voldoende bomen kan worden waargenomen.
De spanwijdte bedraagt 33 – 40 mm.
De tekening is veelal als die van de geelbruine herfstuil,
echter de kleur is egaal grijs.
De booglijn en randen van vlekken zijn roodachtig.
Er zit een zwarte stip in de niervlek.
Het ei overwintert en de rups is te vinden van eind april tot juni.
Jonge rups zitten op katjes of tussen samengesponnen bladeren van wilg en populier.
Ook oudere rupsen vertoeven tussen de bladeren of in spleten van boombast.
De rupsonderkant is opvallend licht (witachtig grijs),
de bovenkant is donkerbruin met een tot punten gereduceerde ruglijn.
De rups verpopt in een aardholletje.

Terug naar: