
Over de vliegtijd van de zwarte-l-vlinder kan alleen
worden gezegd dat die in de zomer valt.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
Het is in ons land een zeldzame vlinder en slechts af en toe
is er een waarneming in het oosten van ons land.
Omdat de areaalgrens over ons land ligt wordt de vlinder
soms jaren achtereen niet waargenomen.
In 2000 werd deze soort vastgesteld in de Slangenburg.
De vlinder leeft verscholen bovenin bomen,
heeft zijdeachtige vleugels met daarop een zwarte L.
De spanwijdte bedraagt 35 – 45 mm.
De vlinder kan geen voedsel opnemen.
De overwinterende rups leeft van september tot mei op loofbomen en struiken.
Hij wordt tot 45 mm lang en heeft een grijsachtig lijf met groepjes
witte haren langs de zij en de rug op de segmenten 4, 5, 9 en 10.
De haren op segmenten 6 tot 8 zijn oranjeachtig bruin.
Er zijn oranje lijnen dorsaal en subdorsaal.
Zeer jonge rupsen eten vanaf de bovenkant veel kleine gaatjes in een blad.
Bij verstoring vluchten ze snel van het blad weg,
grotere rupsen vertonen dit vluchtgedrag niet meer.
De halfwas rups overwintert; hij ziet er dan wat rommelig uit
omdat hij voor de overwintering wat krimpt
en blijft zeer vast op het blad gekleefd zitten.
De rups verpopt in een spinsel op een blad.

Terug naar: