
De zomervlinder, die overigens ook wel groene zomermeter wordt genoemd,
is mooi groen van kleur en bovendien wel twee keer zo groot
als de gevlekte zomervlinder.
Met een spanwijdte tot wel 60 mm is het een grote soort te noemen.
Wanneer de vlinder wat ouder wordt verkleurt hij naar vuilgeel.
Het is een echt nachtdier dat vooral vliegt tussen middernacht en zonsopgang.
Toch kun je hem wel te zien krijgen, want hij komt dikwijls op licht af.
Het dier laat zich overdag nauwelijks opschrikken.

De vliegtijd is maar kort: van half juni tot begin augustus.
Hij vliegt in bosachtige streken, vooral op de zandgronden en in het krijtdistrict.
Hij is zo nu en dan ook in tuinen te vinden en ook in de duinen is hij vertegenwoordigd.
De eiafzetting vindt plaats in augustus.
De jonge rups overwintert vastgehecht met een spinseltje.
Hij wordt tot 30 mm lang en is door kleur en vorm zeer goed gecamoufleerd.
Zijn lijf is geelachtig groen en bedekt met kleine witte wratjes.
De kop heeft een groene spleet met een roodachtigbruine top.
Ook bevinden zich vier paar bultjes met roodachtig bruine top op de rug
en nog een enkelvoudige op het uiteinde van de rups.

Jonge rupsen zijn bruin en worden in de winter roodachtig bruin.
Pas na de overwintering kleuren ze groen.
Hoewel de rupsen ook wel op andere bomen zoals beuk worden gevonden,
zijn het vooral berkenbladeters.
De soort is in geheel Europa redelijk algemeen.
Terug naar: