Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Zilveren groenuil

Pseudoips prasinana
Visstaartjes

De zilveren groenuil komt in geheel Nederland voor op droge gronden.
Vooral in beuken- en eikenbossen, houtwallen en heggen.
Op vliegplaatsen is hij vrij gewoon, maar helaas
zijn er niet zoveel van die vliegplaatsen.
De soort heeft 1 generatie per jaar; soms een gedeeltelijke tweede.

De vlinder vliegt van half april tot half augustus.
Hij heeft een spanwijdte van 30 – 35 mm en is daarmee
kleiner dan de grote groenuil.
De voorvleugels zijn groen met gelige rand en 2 tot 3
vaak onduidelijke, witte dwarsbanden.
Het aantal dwarslijnen is niet betrouwbaar (geslachts- en generatiedimorfie).
De achtervleugels zijn bij mannetje geel, bij vrouwtje wit.
Overdag zit de vlinder rustend met dakvormig opgevouwen vleugels
tegen de onderkant van bladeren.

De eieren zijn opvallend vlak en rond, met radiale ribbels
en met een centrale roodachtige vlek; later kleuren ze meer rood
en dan lijken ze een bladgalletje.
Ze worden per stuk afgezet.

De volwassen rups is goed herkenbaar.
Hij is ongeveer 4 cm lang en groen van kleur.
De achterkant loopt uit op een punt, hij heeft lange buikpoten
met een typische vormgeving en een krachtige naschuiver
met opvallend rode streep aan de zijkant.
Hij is aangekleed met een geel kraagje achter de kop en geelwitte subdorsale lijnen.
De rups leeft op loofbomen, o.a. beuk, eik, berk, hazelaar en haagbeuk.
Hij verpopt in een canovormige perkamentachtige cocon
in een opgerold blad van zijn voedselplant of in een schorsspleet.
De pop overwintert.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen