
De zesstreepuil vliegt tussen begin juli en half september in één generatie.
Het is in het hele land een ongewone en verspreid voorkomende vlinder
die in flinke gebieden schaars is of helemaal ontbreekt.
Het is een weinig variabele soort met een spanwijdte van ongeveer 38 mm.
Hij heeft zes donkere aderlijnen op de roodbruine voorvleugel.
In de nacht komt hij op distels e.a. planten en ook op
door moederkoren bezette grassen (daar komt suikerhoudende stof bij vrij).
De vlinder is verwisselbaar met de vierkantvlekuil.
De overwinterende rups is te vinden van september tot april
maar hij wordt zelden geregistreerd.
Lage planten en grassen vormen et voedsel.
De rups is niet van die van de vierkantvlekuil te onderscheiden.
Terug naar: