
De vliegtijd van het zandhalmuiltje ligt tussen begin juni en half september.
Hierbij is er één generatie.
In vrijwel heel Nederland is het een gewone soort.
Deze zeer variabele vlinder heeft een spanwijdte van 22 – 28 mm.
De vlinders uit het westen zijn veelal lichter dan die uit het binnenland.
T.o.v. andere halmuiltjes heeft hij een slank lichaam en smalle voorvleugels.
Bij alle varianten is een tweedeling van de voorvleugelkleur
kenmerkend (vroeger was de naam bicoloria).
De vlinder bezoekt bloemen van clematis en buddleja.
Overdag zit hij vaak rustend in de kruidlaag,
maar ook staat hij wel als dagactief bekend.
De eiafzetting vindt waarschijnlijk plaats in de bladschede van grassen.
Rupsen verlaten de halm alleen om van halm te wisselen.
Ze verpoppen in licht spinsel op de grond of tussen plantendelen.
Terug naar: