
De witte-l-uil kan van mei tot september worden waargenomen.
De meeste waarnemingen vinden plaats in september
en de vlinder vliegt in twee generaties.
De soort komt nagenoeg niet voor in de noordelijke helft van ons land.
Ook in de zuidelijke helft is hij zeker niet gewoon met concentraties
in het zuiden van Zuid-Holland en in de provincie Limburg.
De vlinder vliegt in de schemering en komt op bloeiende grassen
(moederkoren) en op bloeiende planten.
Hij heeft een spanwijdte van 30 – 35 mm.
De rups overwintert en wordt vooral gezien van begin april tot midden mei.
Hij leeft op harde grassoorten.
Terug naar: