
De wilgenwespvlinder is een dagactieve nachtvlinder
vliegend tussen eind mei en eind juli.
Hierbij is er één generatie.
Het is een vlinder die meer in het westen dan in het oosten voorkomt.
In het westelijke rivierengebied en op
de Waddeneilanden (met wilgenbestanden) is hij wat gewoner.
Het is een glanzend zwarte, slanke wespvlinder met een rode achterlijfsring.
De vleugels hebben rode en zwarte schubpatronen en een blauwe glans.
De spanwijdte bedraagt ongeveer 20 mm.
De vlinder bezoekt bloemen van akkerdistel.
In rust/zonhouding zijn de vleugels in V-vorm opgericht
en steekt het achterlijf omhoog.
De eitjes worden afgezet in bastspleten van wilgen.
De rups ontwikkelt zich in wilgenscheuten van vooral
smalbladige wilgensoorten (in de duinen kruipwilg).
Hij zou voorkeur hebben voor twijgen van (bijna) dode wilgen en voor woekerplekken.
Er worden soms diepe gangen gemaakt, niet alleen in zachte delen
maar ook in het hout.
Terug naar: