
De hoofdvliegtijd van de wilgenschorsvlinder ligt tussen
begin juni en half augustus waarbij er één generatie is.
Het is in het hele land een schaarse vlinder.
Lichte concentraties bevinden zich in het zuiden van Zuid-Holland
en in de duinen bij IJmuiden/Bloemendaal.
De zwarte tekening tussen de vlekken en de streep in het middenveld
zijn kenmerkend evenals de vleugelvorm.
Door het vele bruin is hij niet altijd makkelijk op naam te brengen.
De vlinder bezoekt soms bloemen en overdag
is hij wel rustend op stammen aan te treffen.
Het ei overwintert.
De rups is te vinden van april tot juni.
Hij voedt zich met wilg en populier en zit overdag
in scheuren en rimpels van de boombast.
Jonge rupsen leven in samengesponnen bladeren.
Grotere rupsen verbergen zich overdag op de stam van vooral
oudere bomen, soms in groepen bij elkaar.
In de avond wandelen ze omhoog tot bij de jonge blaadjes.
In de morgen gaan ze weer terug.
Terug naar: