Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Wederikdwergspanner

Anticollix sparsata
Spanners

De wederikdwergspanner vliegt van half mei tot begin september in 2 generaties.
Hij komt vooral voor op niet te droge zandgronden met bosachtig terrein.
De soort is plaatselijk gewoon, maar schaars in het westen
en gebonden aan groeiplaatsen van wederik.

De vlinder heeft een spanwijdte van 20 – 26 mm.
Kenmerkend voor deze vlinder is de gegolfde rand van de achtervleugels.
De naam sparsata (Latijn sparsatus=bestrooid)
slaat op de vele zwarte puntjes op de vleugels.
De vlinder is in rust op boomstammen te vinden,
maar is daar toch goed gecamoufleerd.

Het rupsje (juli tot september) leeft op bladeren van de waardplant (wederik)
en rust overdag met de kop naar beneden gericht tegen stengels
of op onderkanten van bladeren.
Het vraatbeeld bestaat uit kenmerkende gaten in de bladeren.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen