
De vuursteenvlinder komt in het gehele land voor in bosgebieden
waarbij braamstruweel het voorkomen bepaald.
In veel boomrijke gebieden is het een gewone verschijning
maar ook in de duinen en op de Waddeneilanden.
De soort heeft 1 generatie en vliegt van mei tot augustus.
Soms is er een kleine tweede generatie in september.
Deze nachtvlinder, die door licht wordt aangetrokken, heeft een spanwijdte tot 40 mm.
De voorvleugels zijn bruin gemarmerd en de combinatie
van grijs, wit en roodbruin maken hem tot een atractieve soort.
De rups leeft aan het einde van de zomer op framboos en braam.
Hij is nachtactief en wordt zelden gezien.
Toch is de rups onmiskenbaar.
Zijn lijf is warm roodachtig bruin met een duidelijke, geelachtig witte vlek
op beide zijkanten van segment 4 en kleiner vlekje op segment 5.
De dorsale lijn is donkerder bruin en de kop juist lichter.
De rups wordt tot 35 mm lang.
Hij verpopt in de strooisellaag of onder mos
in een cocon waarin aarde is verwerkt.
De pop overwintert.

Terug naar: