
De viervlakvlinder is een zeldzame trekvlinder die zich
soms enige jaren in ons land kan handhaven.
De waarnemingen komen met name uit de zuidoostelijke helft
van ons land en de aantallen per jaar variëren sterk.
Zo werden er in 2000 een flink aantal gerapporteerd uit Noord-Brabant.
De hoofdvliegtijd van de vlinder ligt tussen eind juni en eind augustus
maar er wordt ook wel eerder en later gevlogen.
Er is jaarlijks één generatie.
De vlinder heeft een spanwijdte van 35 – 55 mm waarbij het mannetje
iets kleiner is dan het vrouwtje.
In tegenstelling tot het vrouwtje heeft hij geen blauwzwarte stippen,
is hij minder geel en heeft hij een staalachtig grijze gloed.
Overdag zit hij rustend op stammen.

De rups leeft van korstmossen op bomen.
Hij is te vinden vanaf september tot juni van het volgende jaar.
Zijn lijf is zwart met een voornamelijk geelachtig wit dorsaal gebied
waarin opvallende oranje pinacula en flinke zwarte vlekken
op de segmenten 3, 7 en 11.
De kop is zwart en de beharing vooral grijsachtig.
Het is een kleurige rups die tot 35 mm lang wordt.
Hij verpopt meestal onder stenen in een wit spinsel.
Terug naar: