
De vliegtijd van het vierstipbeertje ligt tussen eind mei en half augustus.
Hierbij is er één generatie.
De vlinder is een typische soort van zandgronden.
Toch worden af en toe ook waarnemingen gedaan buiten deze zandgebieden.
Ook op de Waddeneilanden en in de duinen behoort het vierstipbeertje
tot de gewonere (dagactieve) nachtvlinders.
De vlinder vliegt ook in de avondschemering en is makkelijk
te verstoren uit heide en struikjes.
De gewone vorm is wit maar er komen ook vaak (dotter-)gele vlinders voor.
Beide vormen hebben vier zwarte stippen en geeloranje kop en vleugelranden.
In rust zijn er echter maar drie stippen de zien,
de vierde zit verscholen onder de overlappende voorvleugel.
De spanwijdte is 25 – 33 mm.

De overwinterende rups is te vinden van augustus tot mei.
Hij heeft een zeer kenmerkende 'rastalook' , waarbij de zwarte
of bruine haren in groepjes zijn samengekleefd.
De rups wordt tot 25 mm lang en heeft een zwart lijf.
Als voedsel heeft hij korstmossen.
Terug naar: