
De vierbandspanner komt voor in rivierbossen, beekdalen,
rivierdalen, langs bosranden, in tuinen en in parken.
Hij is in het hele land gewoon maar minder talrijk
dan de bruine vierbandspanner.
De beide soorten lijken veel op elkaar en het onderscheid
is alleen bij het mannetje te maken door het beoordelen
van de valven aan het achterlijf.
Daarnaast zijn vlinders met een gelijkmatig
zwartachtig gevuld middenveld ferrugata's.
Verder heeft de vlinder grijze tot bruingrijze voorvleugels.
De spanwijdte bedraagt 18 – 22 mm en daarmee is hij
een stuk kleiner dan de grote vierbandspanner.

De soort heeft 2 generaties per jaar en vliegt van april tot juni en in augustus.
De rups leeft in juni/juli en augustus/september
op lage planten, zoals muur.
Hij verpopt in een spinsel in de grond.
De pop overwintert.
Terug naar: