
Deze ernstig bedreigde vlinder vliegt op droge, kruidenrijke
en schrale ruigten en graslanden.
Nu is er nog maar één kleine, zwakke populatie op een kanaaldijk
bij Echt (waarschijnlijk behoort dit nu ook tot het verleden).
Af en toe worden nog wel vlinders gezien, met name in Limburg.
Het is een honkvaste soort.
De vlinder vliegt van half april tot eind juli in één generatie.
De vlinder heeft een spanwijdte van 33 – 40 mm.
De bovenzijde van de vleugels is geelrood
met een zwarte zigzagtekening in samenhangend patroon.
De achtervleugels hebben een stippenband die parallel loopt met de vleugelzoom.
Alleen deze soort heeft zulke vlekken.
De onderkant van de achtervleugel is witgeel met oranje banden
en zwarte strepen en vlekken.
De tekening is vrij eenvoudig en een band langs
de buitenrand van de vleugels ontbreekt.

De eieren worden in hoopjes afgezet op de bladeren van de voedselplant.
De zwarte rups heeft een opvallende, rode kop.
Hij leeft vooral op een aantal soorten weegbree
en overwintert in groepen in de strooisellaag.
De groeiperiode valt in de zomer en in de daaropvolgende lente
maar de rups is een trage groeier.
De pop hangt aan stenen of in de lage vegetatie van kruidachtige planten.
Terug naar: