
De hoofdvliegtijd van de veldgrasuil ligt tussen half mei en half juni.
Ook daarna wordt er nog wel gevlogen tot eind augustus (uitzonderlijk).
Er is jaarlijks één generatie.
De vlinder is vrij gewoon op de Waddeneilanden
en in de duinen van Noord-Holland.
Op de zandgronden in het binnenland is hij zeer schaars
en de weinige waarnemingen daar liggen ver uit elkaar.
Overal elders is hij helemaal ontbrekend.
Door de onduidelijke tekening, vooral bij afgevlogen exemplaren,
wordt hij wel met andere soorten verwisselt, zoals de grauwe grasuil.
Hij heeft een spanwijdte van 35 – 40 mm.
De vlinder is schemerings- en nachtsactief en wordt aangetrokken door licht.
Ook wordt hij wel zuigend op grashalmen aangetroffen.
De rups leeft zeer verborgen en wordt zelden gevonden.
Hij voedt zich met grassen.
Terug naar: