Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Veelvraat

Macrothylacia rubi
Spinners

De veelvraat komt voor langs bosranden en in houtwallen en struweel.
Ook in kalkgraslanden en op heiden op de zandgronden
en in de duinen is hij wel te vinden.
De soort heeft 1 generatie per jaar die vliegt van begin mei tot eind juni.

Het roodbruine mannetje vliegt overdag met grote snelheid in de zon.
Het wat grijzer gekleurde vrouwtje vliegt alleen 's nachts.
De spanwijdte varieert van 40 – 65 mm waarbij het vrouwtje
groter is dan het mannetje.

De vlinder is wat zijn leefgebied betreft niet kritisch
maar bestrijdingsmiddelen en grasbeheer maken het hem toch moeilijk.
Hij kan geen voedsel opnemen en sterft kort na de paring resp. eiafzetting.
De relatief grote en harde eieren worden in klonten tussen het gras geplakt.

De vlinder heet naar de rups, die zijn naam eer aandoet
op lage planten (o.a. klaversoorten) en struiken
(o.a. struikheide, bramen, gagel en bosbes).
Hij is te zien van augustus tot april en overwintert als volwassen rups.
De rups is tot 70 mm lang.
Zij lijf is bezet met lange, donker bruine haren; op de rug zijn de haren
korter en roodachtig bruin en langs de flanken zitten ook grijze haren.
De rupsharen kunnen jeuk veroorzaken.
De jonge rups is zwart van kleur met gele dwarsstrepen en kort behaard.

In het voorjaar is de rups soms nog kort te zien
maar hij neemt dan geen voedsel meer op.
Hij verpopt zich al vrij snel in een ijle losse cocon
waarin lichaamsharen zijn verwerkt.
De cocon bevindt zich tussen de vegetatie laag boven de grond.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen