
De hoofdvliegtijd van de variabele herfstuil
ligt tussen begin september en eind oktober.
De vlinder vliegt in één generatie.
Het is in ons land een vrij ongewone verschijning.
Noordelijk van de lijn IJmuiden - Zwolle waren slechts een paar
recente waarnemingen en dan nog vooral op de Waddeneilanden.
Zuidelijk van de lijn IJmuiden - Zwolle is hij veel gewoner en verbreid voorkomend
maar er zijn opvallend weinig meldingen uit Noord-Brabant.
De grondkleur van de vleugels (spanwijdte 30 – 35 mm) is zeer variabel.
De ronde vlek heeft de vorm van een spleetoog.
Er bestaat veel gelijkenis met de maansikkeluil die ook een variabel uiterlijk heeft.
De vlinder wordt 's nachts aangetrokken door bloemen
en zit overdag tegen stammen of tussen afgevallen blad.
De eitjes, afgezet in groepen, overwinteren.
De rupsen worden gevonden van midden mei tot midden juni.
Eerst leven ze op loofbomen, later ook op lage planten.
Ze zijn nachtactief.
Jonge rupsen zitten tussen samengesponnen bladeren,
later verschuilen ze zich overdag tussen planten.
De grondkleur van de rups is groen tot bruin.
Hij heeft een gele flankstreep en achter iedere stigma een zwarte stip.
Hij verpopt in een aardcocon.
Terug naar: