
De hoofdvliegtijd van de variabele eikenuil ligt tussen eind april
en half september, maar er wordt ook al in maart gevlogen
en soms zijn er nog vlinders in december te zien (uitzonderlijk).
Jaarlijks zijn er twee generaties.
Het is zeker geen gewone soort, die verspreid voorkomt op de zandgronden
en in de duinen, maar alleen als er voldoende eiken groeien.
De vlinder is variabel in kleur en tekening en heeft een spanwijdte tot 25 mm.
De vleugelhouding in rust is óf vlak op de ondergrond óf,
tegen een takje zittend, om het lichaam gevouwen.
De vlinders die in oktober/november nog vliegen overwinteren.
Ze hebben een goed ontwikkelde zuigsnuit en de voedingsstoffen
zijn dan ook hard nodig voor langlevende overwinteraars.
Direct na de winterpauze worden de eitjes gelegd.

De groene rups heeft op kop en lijf dunne, witte haren.
Hij leeft verborgen in een spinsel tussen eikenbladeren.
Hij verpopt in een wittig tot gelig spinsel
in de vorm van een bootje op of onder bladeren.
Terug naar: