
Elke vlinder die een kleinere of grotere afstand aflegt
is in feite een trekvlinder.
Toch worden niet alle soorten
die zich verplaatsen tot de trekvlinders gerekend.
Zoals vaker geldt voor menselijke indelingen, is niet altijd duidelijk
wanneer een soort tot de trekvlinders behoort en wanneer niet.
Sommige inheemse soorten bijvoorbeeld migreren binnen hun areaal,
maar omdat de afgelegde afstand per individu verschilt
en niet alle individuen van een populatie aan de trek deelnemen,
worden deze soorten gemakshalve niet tot de trekvlinders gerekend.
Over vlindertrek is nog relatief weinig bekend.
Zo is het nog steeds onduidelijk wat vlinders ertoe beweegt
om te gaan trekken, waarom bepaalde soorten migreren en andere niet,
waarom slechts een deel van een vlinderpopulatie aan de trek deelneemt
en waarom de afgelegde afstand per individu verschilt.
Jarenlang onderzoek aan dagvlinders heeft uitgewezen dat
de meeste vlinders in het voorjaar van de tropen wegtrekken naar de polen.
Dit betekent dus dat ons land passerende trekvlinders in het voorjaar
altijd de trekrichting noord of noordwest hebben.
In het najaar slaat de trekrichting om.
Veel vlinders die hier zijn opgegroeid (het nageslacht) gaan dan zuidwaarts.
Dit fenomeen staat bekend als remigratie of terugtrek.
De aanzet tot deze massale verhuizingen wordt vermoedelijk ingegeven
door een verandering van de nachtlengte en (minimum)temperatuur.
Dit geldt waarschijnlijk voor zowel dag- als nachtvlinders.

Tot onze bekendste migranten behoren ongetwijfeld
de atalanta en de distelvlinder.
Samen met het gamma-uiltje zijn zij verantwoordelijk
voor een groot deel van de jaarlijkse migrantenstroom.
Hoewel de aantallen per jaar sterk uiteenlopen,
worden jaarlijks ongeveer enkele duizenden atalanta's
en meestal een kleiner aantal distelvlinders waargenomen.
Het gamma-uiltje is in Nederland per jaar met gemiddeld
15.000 tot 20.000 vlinders vertegenwoordigd.
Sommige trekvlinders worden alleen in gunstige jaren
in groten getale gezien.
De gele- en oranje luzernevlinder bijvoorbeeld worden elk jaar
in ons land waargenomen, maar ware invasies
treden alleen in goede jaren op.
Opvallend hierbij is dat goede jaren van de oranje luzernevlinder
niet samenvallen met goede jaren van de gele luzernevlinder.
