
De hoofdvliegtijd van de stippelsnuituil ligt tussen begin juni en eind juli.
Jaarlijks is er één generatie.
Het is een vrij ongewone vlinder van de duinen en de zandgronden.
Lichte concentraties bevinden zich op Terschelling,
in het zuidoosten van Friesland en aansluitend
in de kop van Overijssel en in de Peel/Noord-Limburg.
De vlinder heeft een spanwijdte van 27 – 30 mm.
De rups leeft van grassen en overwintert.
Hij verpopt in een licht spinsel bij de grond.
Terug naar: