Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Spitsvleugelgrasuil

Mythimna straminea
Uilen

De hoofdvliegtijd van de spitsvleugelgrasuil ligt tussen half juni en eind augustus.
Hierbij wordt er gevlogen in één en soms twee generaties.
Het is een gewone vlinder in de noordwestelijke helft van ons land.
In de zuidoostelijke helft daarentegen is hij ongewoon en zeer verspreid.
Rietvegetatie is een voorwaarde voor het voorkomen van de spitsvleugelgrasuil,
zo komen van b.v. de Veluwe nauwelijks of geen waarnemingen.

De vlinder heeft een spanwijdte van 32 – 40 mm.
Hij heeft zwarte stippen op de onder- en meestal ook op de bovenzijde.
Ook de vleugelvorm (spits uitgerekte vleugelpunt) is kenmerkend,
vooral bij verse vlinders.
De vlinder is 's nachts zuigend op grasbloei aan te treffen.

Ook de rups is nachtactief.
Jonge rupsen vreten aan rietbladeren op kenmerkende wijze:
iedere nacht wordt een ander rietblad aan een kant bevreten
en om de vraat ontstaat een bruine rand.
Overdag rusten ze in droge, zich oprollende bladeren.
In de herfst maakt de rups in een losliggend rietstengeldeel
een spinsel en overwintert daarin.
Hij is dan halfvolwassen en gaat in het voorjaar door met vreten tot mei/juni.
De rups is geelachtig tot roodachtig bruin
met een zwakke donkerder tekening.
Hij verpopt in nog overeindstaande rietstoppels.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen