Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Sleedoornpage

Thecla betulae
Blauwtjes

man

De sleedoornpage is een bedreigde vlinder die voorkomt
in het oosten en zuiden van het land.
Hij vliegt lokaal in open landschappen met struwelen en bosranden.
Steeds vaker echter verschijnt hij ook in tuinen en parken.
Net als de eikenpage houdt hij zich bij voorkeur hoog op
in de kruinen van bomen en struiken en wordt daarom
ook bij hogere dichtheden vrij schaars waargenomen.
Populaties bevinden zich langs de rand van de Veluwe en in Zuid-Limburg.
Deze honkvaste soort heeft 1 generatie per jaar
en vliegt van midden juli tot half oktober met een piek in augustus.

De vleugelspanwijdte is 32 – 37 mm.
Hiermee is het één van de grootste Europese, kleine pages.
De onderkant van de vleugels is lichtbruin tot oranje
met een oranje band over de achtervleugels.
De achtervleugels hebben oranje gekleurde, kleine staartjes.
De vrouwtjes, die groter zijn dan de mannetjes, hebben op de bovenkant
van de voorvleugels een niervormige oranje vlek.
De mannetjes zijn bijna egaal bruin zonder vlekken.

links vrouw           rechts onderzijde

De eitjes, die overwinteren, zijn wit en plat en hebben een ribbelpatroon.
Ze zijn vooral in de winter en het vroege voorjaar te vinden
op de grens van oud en jong hout in de oksels van takken van de voedselplanten.
Ze komen uit op het tijdstip dat de knoppen uitlopen.
De jonge rups verblijft eerst in de knop en verhuist later naar de bladeren.

De rups leeft op sleedoorn en andere Prunus-soorten, zelden op berk en hazelaar.
Hij wordt tot 20 mm lang, heeft een bleek witachtig-groen lijf
met dunne schuine witte strepen op de flanken.
Het hele lijf is bezet met een fijne beharing.
De rug bij de kop is afgeplat en vormt zo een driehoek.
De kop is klein en zwart.
De groei van de rups vindt plaats in lente en voorzomer.
Hij verpopt meestal op de grond.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen