Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Sleedoorndwergspanner

Rhinoprora chloerata
Spanners

De waarnemingen van de sleedoorndwergspanner liggen tussen 1 mei
en 28 juni, de meeste in de eerste helft van mei.
De vlinder vliegt in één generatie.
De soort is pas sinds 1976 in ons land bekend
en sindsdien zijn slechts 80 exemplaren waargenomen.
Het is beslist een soort die lokaal en zeldzaam is.
Mogelijk breidt de vlinder zijn areaal uit
en wordt hij in de toekomst meer gezien.
Van de thans bekende vindplaatsen is het opvallend
dat ze vooral langs de grote rivieren zijn gelegen.
Een waarneming in Zeeland was op een wel zeer merkwaardig geïsoleerde vindplaats.
Mogelijk dat gericht zoeken van de rupsen (op sleedoorn)
meer informatie kan verschaffen over aanvullende vindplaatsen.

Afgezien van de kenmerkende donkere banden op de onderzijde
van de vleugels, is deze soort weinig opvallend.
Ook is er nauwelijks enige kleur te onderscheiden,
vaak is de vlinder donkergrijs of zelfs bijna zwart,
maar soms ook met een donkergroene tint.
De buitenste dwarslijn op de voorvleugels bezit geen duidelijke
stompe tanden, maar is meestal licht golvend of gewoon gebogen.
In het middenveld is meestal een stigmavlek zichtbaar.
De genoemde donkere dwarsbanden op onderzijde van de vleugels
is het gemeenschappelijke kenmerk van de Rhinoprora's.

Het ei overwintert.
De rups leeft van april tot mei in de bloemknoppen
en in samengesponnen bloemen van vooral sleedoorn,
waar hij ook wel van de jonge vruchtjes vreet.
Ook is de rups aangetroffen op het krentenboompje.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen