
De hoofdvliegtijd van de russenuil ligt tussen eind juni
en eind augustus waarbij er gevlogen wordt in één generatie.
Het is een gewone vlinder in het zuidoosten van Friesland en in de Peel.
Overal elders is hij schaars en verspreid voorkomend of helemaal ontbrekend.
Door de geringe afmetingen (spanwijdte 22 – 25 mm) wordt deze
dagactieve nachtvlinder waarschijnlijk vaak over het hoofd gezien.
De mannetjes zwermen in de avond na zonsondergang;
de vrouwtjes vliegen nauwelijks.
Bij verstoring laten ze zich vallen en houden zich dood.
Later in de nacht komt de vlinder matig op licht.
De eiafzetting is bijzonder: het vrouwtje heeft
op segment 8 (achterlijf) twee lange, spitse punten.
Daarmee maakt ze een lengtekerf in de stengel van de rus (voedselplant).
Met de punten spreidt ze de kerf open en legt ze
in de vrijkomende ruimte drie tot acht eieren.
Daarna sluit de kerf zich weer en de legplaats
is dan eigenlijk niet meer te vinden.
De rups leeft van augustus tot eind mei van het volgende jaar.
De jonge rupsjes vreten in de stengel en overwinteren daar als groep.
Na de winter gaan ze uit elkaar en gaan op nieuwe russen over.
Ze klimmen daarbij aan de buitenzijde omhoog, boren zich in de rus,
vreten zich naar onder en bij de wortel komen ze er weer uit
om een nieuwe rus te beklimmen.
De pop wordt gevormd midden juni/juli en van tevoren
wordt het uitkruipgat voorbereid.
Voor het verpoppen boort de rups zich weer
onderin in een plant en verpopt daar.
Dat kan ook onder water zijn.
Terug naar: