
De rouwspanner is een dagactieve nachtvlinder vliegend in juni en juli.
Het is bij ons een zeldzame zwerver die slechts af en toe
wordt waargenomen, en dan met name in het oosten van het land.
Het liefst vliegt hij op grazige, vochtige plaatsen,
vaak bij water, maar ook op droge kalkgraslanden komt hij wel voor.
De vlinder is zeer schuw, vliegt nooit ver
en laat zich bij verontrusting in het gras vallen.
De vlinder vliegt in de zon, maar ook bij lichte regen en bezoekt graag bloemen.
De vleugels zijn eerst pikzwart met een lichte metaalglans,
en alleen de vleugeltip heeft een smalle, witte rand.
Later verkleuren de vleugels naar bruin.
De spanwijdte bedraagt 23 – 27 mm.

De eieren worden uitgestrooid en overwinteren.
De groene rups is lang en slank en heeft een donkere ruglijn.
Hij is in mei en juni te vinden op de bloemen van aardkastanje
en andere kleine schermbloemigen, zoals dolle kervel.
Terug naar: