Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Rouwmantel

Nymphalis antiopa
Aurelia’s

Sinds 1980 wordt de rouwmantel weer wat vaker waargenomen dan de 30 jaar daarvoor.
Er zijn echter grote aantalschommelingen.
Soms overwinteren ze hier zelfs.
Er was sprake van een ware invasie in 1995 (vanaf begin augustus),
maar tot een vestiging heeft dit echter niet geleid.
Ze houden zich op langs bosranden,
open plekken en brede wegen in bossen.
Het is een zwerflustige soort.

De rouwmantel is een stevig gebouwd, oranje-bruine vlinder
met een kop die even breed is als het borststuk.
Hij heeft een vleugellengte van 30-35 mm.
De bovenkant van de vleugels is donkerroodbruin met een lichtgele rand
en hierlangs een rij lichtblauwe vlekken.
De onderzijde is effen donker en aan de basis ruig behaard.

Hij viegt altijd in één generatie vanaf eind maart tot midden september.
Vaak zijn ze te vinden in de buurt van braam.
De vlinder overwintert in holle bomen, grotten e.d.
Bij vlinders die overwinterd hebben is de buitenrand meestal wit uitgebleekt.
Voor de overwintering worden de rouwmantels vaak drinkend bij sapstromen op berken gezien.
Na de overwintering doen zij dat in het vroege voorjaar vooral op wilgen.
De rouwmantel leidt in de zomer een verborgen leven
en houdt in de warmste periode waarschijnlijk zelfs een zomerslaap,
zoals veel overwinterende vlinders dat doen.

Voor de eileg heeft het vrouwtje een voorkeur voor geïsoleerde
wilgenstruiken op vochtige plaatsen langs bosranden.
De eieren worden in grote groepen van rond de 250 gelegd
als een manchet om een takje.
De zwarte rups heeft fijne witte stipjes op zijn lichaam
en roodachtig bruine vlekken op de rugzijde.
De doorns zijn lang en zwart en de buikpoten roodachtig bruin.

De rupsen leven in grote groepen bijeen in rupsennesten.
Volwassen rupsen leven solitair.
Zij worden naast de wilg ook op een aantal soorten berken en populieren gevonden.
Opvallend zijn de vraatsporen van de rupsen.
De meestal vrijstaande bomen zijn door de kaalvraat bij de kruin (bij berk)
of door de skeletvraat van het gehele gebladerte (bij wilg)
al op grote afstand als een voedselplaats van de rouwmantel te herkennen.
De pop hangt in rotsspleten of in de lage vegetetie,
vaak op grote afstand van de voedselplant verwijderd.
De nieuwe generatie vlinders komen meestal in juli uit de pop.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen