
De hoofdvliegtijd van de roomkleurige stipspanner
ligt tussen begin mei en begin augustus.
Er wordt gevlogen in één generatie.
Het is een soort van de zandgronden,
van de duinen en van de Waddeneilanden.
Op de vliegplaatsen is hij soms gewoon.
De vleugels, met een spanwijdte tot 33 mm, zijn heel licht bestoven
maar geven toch een heldere indruk.
Soms zijn er een discaalstip en stipjes langs de vleugelrand aanwezig.
De buitenste dwarslijn is getand.
De vlinder is minder roestig bestoven dan de crème stipspanner.
Overdag zit hij rustend op de bovenzijde van bladeren.
De rups, die tot 30 mm lang wordt, heeft een bleek okerkleurig lijf
dat op de zijkanten overgaat naar okerachtig bruin op de rug.
De licht bruine kop is gekerfd en heeft een zwarte tekening.
De rups voedt zich met lage planten.
Terug naar: