
De roodbruine vlekuil is op de Waddeneilanden
en in de noordelijke duinen een vrij gewone vlinder.
Maar op de zandgronden en in de overige duinen is hij ongewoon en verspreid voorkomend.
Er is één generatie vliegend tussen begin juli en eind september.
De vlinder is met een spanwijdte van 29 – 34 mm klein tot middelgroot.
Hij is breedvleugelig en lijkt gedrongen.
De grondkleur is meestal donker roodbruin maar vormen met een witte
of gele niervlek op oranjebruine grondkleur komen ook regelmatig voor.
De niervlek variëert in kleur en grootte.
Amphipoea-soorten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Ze zijn variabel in kleur en tekening en daarnaast
is er een geografische variatie.
De vlinder wordt in de nacht aangetrokken door bloemen,
maar hij wordt ook overdag gezien tijdens bloemenbezoek.
De eieren worden in de bladscheden afgezet en overwinteren daar.
De rups leeft van april tot juni.
Hij voedt zich met grassen en lage planten en is te vinden
bij onderste stengeldelen en bij de wortels.
Terug naar: