
De vliegtijd van de roodachtige herfstuil ligt tussen
begin september en begin november.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
Het is in ons land een gewone soort van bosachtige gebieden
in de duinen en op de zandgronden.
Op de kleigronden is hij helemaal afwezig.
De vlinder heeft een spanwijdte van 30 – 35 mm.
Het ei overwintert.
De rupsen zijn te vinden van begin mei tot midden juni.
Eerst zitten ze alleen in loofbomen maar later voeden ze zich
ook met lage planten en bosbes.
Ze verstoppen zich overdag en zijn actief in de nacht.
De rups is bruin met een witte flankstreep.
Er is een wekenlange praepupa in de gesponnen cocon.
Hij verpopt in een stevige aardcocon.
Terug naar: