Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Roesje

Scoliopteryx libatrix
Uilen

Als je in de schuur of in je kelder een overwinterend uiltje aantreft,
dan is dat heel vaak het roesje.
Hij brengt de winter door op vochtige plaatsen onder dozen, tussen papier
en ander opgeslagen materiaal; vaak met meerderen bij elkaar.

Deze vlinder is iets groter dan het gamma-uiltje,
donkerbruin met een paar roodbruine vlekjes
die de ene keer opvallender zijn dan de andere keer.
Ook heeft hij een dubbele witte dwarslijn over de voorvleugels.
Het roesje is heel gemakkelijk te herkennen aan zijn flink gekartelde,
of beter gezegd diep ingesneden vleugels.
De grondkleur is roze-bruin met roestbruine tekeningen
en 2 dicht tegen elkaar lopende witte lijnen.
Hij bereikt een spanwijdte tot 45 mm.

Sommige roesjes leven wel een heel jaar en dat is voor vlinders vrij uniek.
Het hoogtepunt ligt echter in juni.
Met hun zuigsnuit kunnen ze vruchten aansteken en in de nacht zijn ze vaak
te zien zuigend aan bramen, bessen van gelderse roos of jeneverbes.

Overal waar wilg groeit is het een gewone soort die jaarlijks twee generaties heeft.
De eitjes worden op twijgen en bladeren van de voedselplant afgezet
en na een week verschijnen de rupsen.
Deze leven op wilgen- maar ook op populierenbladeren
en zijn te zien van mei tot september.
Bij voorkeur zitten ze aan de twijguiteinden.
Ze hebben een langgerekt lichaam dat eenkleurig groen is
met een lichte en donkere zijlijnen.
De soort verpopt zich tussen samengesponnen bladeren
van de waardplant of in de kruidlaag.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen