Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Ringspikkelspanner

Hypomecis punctinalis
Spanners

De ringspikkelspanner is met een spanwijdte tot maximaal 55 mm
meestal iets groter dan de taxusspikkelspanner.
Hij verschijnt vaak al in mei en kan een tweede generatie produceren
die dan doorvliegt tot in september.
De soort komt graag op licht af.

De vleugels zijn witgrijs, vaak bruin gespikkeld en zwartachtig bestoven.
Beide vleugels hebben een halfmondvormige, donker omrande middenvlek.
De zwarte, sterk getande buitendwarslijn over beide vleugels
is bruin en loopt parallel met de vleugelzoom.
Hij kan van zijn neefjes worden onderscheiden aan de onderkant
van de voorvleugel, waar hij in de hoek geen geel vlekje heeft
en aan het feit dat de punten aan de voorzijde van de achtervleugel
vaak zijn omcirkeld, al is dat lang niet altijd even duidelijk te zien.
De onderzijde van de vleugels is lichtgrijs.

De rupsen zijn te vinden op loofbomen en struiken
met een voorkeur voor eik en berk.
Maar ook op fruitbomen, sleedoorn bosbes en zelfs sparren is hij wel te vinden.
De pop overwintert.

De vlinder is vooral te vinden in bosgebieden en dan vooral op zandgronden,
maar ook buiten dit biotoopkomt hij wel voor.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen