Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Purperbeer

Rhyparia purpurata
Beervlinders

De hoofdvliegtijd van de purperbeer ligt tussen eind mei en begin augustus.
Hierbij vliegt deze dagactieve nachtvlinder in één generatie.
Het verspreidingsgebied was vroeger uitgebreider dan nu.
Tegenwoordig bevindt zich alleen nog een flinke concentratie in het zuidoosten
van de Veluwe en verder nog een paar verspreide lokale waarnemingsplaatsen.
In 1999 werden vlinders gemeld uit de Peel.

De voorvleugels (spanwijdte 40 – 55 mm) zijn geel met 5 dwarsrijen
van matgrijze tot bruinige vlekken, die naar de voorrand toe in grootte toenemen.
De achtervleugels zijn diep purperrood met ongeveer 3 grotere,
zwarte vlekken in het midden en een dwarsrij van kleinere,
zwarte vlekken in de buurt van de vleugelbasis.
Aan de vleugelranden zit een gele franje.
De onderzijde is licht okergeel en de voorvleugels
zijn licht purper bestoven bij voor- en buitenrand.
De voorvleugels van het vrouwtje hebben een intensievere geelkleuring
en haar achtervleugels zijn krachtiger rood
dan die van het mannetje.

De voelsprieten zijn geelgrijs, bij het mannetje lang gekamd, bij vrouwtje gezaagd.
Kop en borststuk zijn citroengeel, het achterlijf is okergeel.
Daarnaast heeft de vlinder een zwarte rug en zijvlekken.
De mannetjes vliegen vaak overdag op zoek naar vrouwtjes.
De vlinder kan geen voedsel opnemen.

De donkergrijze rups met fluweelzwarte ringen en dichte,
grijze en roestkleurige beharing is polyfaag.
Zij leeft vooral op kruidachtige planten en struiken, zoals heidebremsoorten
en ook op walstro-achtigen, bijvoet, prunus-soorten,
brem, druif, kaasjeskruidachtigen en wilgen.
De rups overwintert en is te vinden van augustus tot juni.
Hij verpopt in een los spinsel op de grond.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen