
In ons land is de pruimenpage een onregelmatige standvlinder.
De recentste waarneming dateert uit 1971 nabij Roermond.
Met name is hij te vinden langs bosranden, heggen en struwelen.
Hij vliegt van half juni tot half augustus, altijd in één generatie.
De bovenzijde van de vleugels is donkerbruin, de onderzijde is eveneens bruin.
Langs de achterrand van de onderkant van de achtervleugel bevindt zich
een heldere, oranje band die aan de binnenzijde
met opvallende zwarte vlekken is afgezet.
De oranje vlekken zijn geen duidelijke halve manen.
Bij het staartje bevinden zich een of twee blauwe vlekjes.
De witte lijn op de onderkant van de achtervleugel lijkt soms op een W.
Deze W is dan echter niet duidelijk en heeft gebogen zijkanten.
De vrouwtjes hebben op de bovenkant van de voorvleugels
een oranje veeg die bij de mannetjes ontbreekt.
De vlinder heeft een spanwijdte van 25 – 28 mm.
De eieren overwinteren aan twijgen van de waardplant en de groene rups
ontwikkelt zich op sleedoorn, kroosjes en andere pruimensoorten.
Hij wordt tot 18 mm lang en heeft een helder groen lijf
met op de rug vijf dubbele ribbels die vaak een purperrode top hebben.
Er bevinden zich korte witte haartjes op het lichaam.
Jonge rupsen zijn bruin met een bleke rug.
Kleine rupsen eten bloemen en knoppen, grotere rupsen eten de bladeren.
De rups groeit in lente en voorzomer.
De grijze gordelpop met witte vlekken vertoont mimicry met vogelpoepje.

Terug naar: