
De vliegtijd van de prachtstipspanner ligt tussen half mei en eind september.
Hierbij vliegt hij in twee generaties.
Het is zeker geen gewone vlinder; in de oostelijke helft
van ons land is hij zelfs zeldzaam.
In het zuidwesten is de soort wat gewoner en in de duinen
tussen Den Haag en Vlissingen zelfs gewoon.
In grote delen van het land echter ontbreekt deze soort.
De soort heeft zowel een dondere als een lichtere vorm.
De latijnse naam verwijst naar stipjes langs vleugelrand.
De vlinder heeft een getande dwarslijn met stippen
op vleugeladers en donkere vlekken langs voorvleugelrand.
De spanwijdte bedraagt 25 – 28 mm.
Hij is gemakkelijk te verstoren.
De rups rust in 'takjeshouding'.
Hij wordt tot 30 mm lang, heeft een okerkleurig lijf
met op de rug een dubbele bruine middenlijn
die steviger naar voren komt op de laatste drie segmenten.
Als voedsel dienen lage planten.
Terug naar: