Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Phegeavlinder

Amata phegea
Beervlinders

De hoofdvliegtijd van de phegeavlinder ligt tussen begin juni
en eind juli waarbij er in één generatie gevlogen wordt.
Met name langs warme bosranden en in lichte bossen
in een bloemrijk biotoop is hij te vinden.
De verspreiding van deze overdag vliegende nachtvlinder concentreert zich
in de noordelijke helft van Limburg en het aansluitende deel van Noord-Brabant.
Ook in de buurt van Bergen op Zoom is een populatie aanwezig.
Verder treft men af en toe buiten bekende populaties zwervers aan,
soms op grote afstand van de genoemde gebieden.

De vlinder heeft een spanwijdte van 35 – 40 mm.
De voor- en achtervleugels zijn zwartblauw met witte vlekken
waarbij de vlekken bij het vrouwtje groter zijn dan die van het mannetje.
Op het achterlijf bevinden zich twee gele banden.
De vlinder heeft een zeer lichte zweefvlucht.

De eieren worden op stenen en plantendelen afgezet.
De rups lijkt sprekend op een beerrups en is donkerbruin,
kort behaard en heeft een rode kop.
Hij is te vinden vanaf augustus tot in mei van het volgende jaar,
en vaak overwintert hij tweemaal.
Hij leeft in groepen in een spinsel op verschillende
lage kruidachtige planten, zoals weegbree en dovenetel.
Hierbij schijnt hij een voorkeur te hebben voor verwelkte planten.
De bodempop bevindt zich in een cocon waarin de haren van de rups zijn verwerkt.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen