
De perzikkruiduil komt door geheel Nederland voor in tal van biotopen:
vooral in parken en tuinen, maar ook langs bosranden en in rivierbossen.
Het is een cultuurvolger die buiten de cultuurgebieden schaars te noemen is.
De soort heeft 1 generatie per jaar.
De vlinder vliegt van eind mei tot eind augustus.
De spanwijdte bedraagt 37 – 40 mm.
De kalkwitte niervlek is vaak lichtbruin opgevuld.
Deze niervlek is niet altijd echt opvallend.
De rups leeft van juli tot begin oktober op tal van lage (tuin)planten,
groenten, vlier, wilg, sleedoorn, framboos, enz.
Hij wordt tot 45 mm lang.
De kleur van het lijf varieert van groen tot bruin
met een duidelijk donkerder deel achter de kop
dat doorsneden wordt door de bleke dorsale lijn.
Hij heeft een schuine tekening op de rug tot net boven
de witte stigma's en tegengesteld schuine lijnen daar onder.
De kop is meestal bleek bruin en er bevindt zich
een bubbel op segment 11.
De soort overwintert als pop in een losse cocon in de grond.

Terug naar: