
De vliegtijd van de peppel-orvlinder ligt tussen begin mei
en half augustus waarbij er in één generatie gevlogen wordt.
De soort komt in het hele land voor op plaatsen
waar voldoende (ratel-)populier groeien.
Het is een variabele soort met een spanwijdte van 32 – 38 mm.
Verse vlinders hebben vaak een paarsachtige gloed over de bruinachtige grondkleur.
In de witte vlek op de vleugel is beter 'or' te lezen dan bij de orvlinder.
De vlinder komt op licht en leeft vooral bovenin bomen.
In rust worden de vleugels als een kokertje om het lichaam gerold.
De rups leeft tussen samengesponnen bladeren van (ratel-)populieren.
Zowel eieren als rupsen en poppen worden zelden gezien.

Terug naar: