
Qua grootte is de oranje wortelboorder een nogal variabele soort:
de spanwijdte kan variëren van 32 tot 48 mm.
De voorvleugels van het mannetje zijn licht roodbruin,
bij het vrouwtje meer grijsbruin met gelige,
scheve strepen en donkere vlekken.
De vlinders vliegen van juli tot eind september in één generatie.
Hij komt in het hele land voor in vele biotopen,
in feite is het de gewoonste wortelboorder.
De oranje wortelboorder vliegt in de avondschemering.
Het mannetje zoekt actief vliegend naar een in het gras zittend
en met wapperende vleugels lokstof verspreidend vrouwtje.
Bij de paring hangt het mannetje los aan het vrouwtje
dat stevig een plant vast heeft.

De rups leeft twee jaar in of bij de wortels van adelaarsvaren,
paardebloemen, zuring en vele andere planten.
De vrouwtjes springen niet erg zorgvuldig met de eitjes om:
tijdens de vlucht worden ze in de buurt van een waardplant gedropt.
Jonge rupsen vinden hun weg naar de voedselplant en kruipen daar de grond in.
De rups is wit of gelig, lijkt een keverlarve
en loopt makkelijk achteruit.
Hij verpopt ook in de grond in een lang, buisvormig spinsel.
Een verdikking van het achterlijf helpt de pop
het grondoppervlak te bereiken.
Terug naar: