
De oranje dwergspanner vliegt tussen 19 mei en 8 oktober,
maar het hoogtepunt van de vliegtijd ligt in de eerste helft van augustus.
Er is jaarlijks één generatie.
De vlinder heeft een duidelijke voorkeur voor zandgronden,
maar hij wordt nu en dan ook in andere terreinen waargenomen.
Het is een zeer herkenbare soort, zelfs als de vlinder enigszins is afgevlogen.
De oranje kleur op de voorvleugel is onmiskenbaar.
De variabiliteit is gering, al komen er soms exemplaren voor waarbij het
oranje veld doorkruist wordt door golflijnen, waardoor de vlinder donkerder lijkt.
De vleugelspanwijdte is ongeveer 22 mm.
De oranje dwergspanner komt goed op licht.
De naam icterata is afgeleid van het Grieks en betekent 'geelzucht'
en dat slaat op de kleurmix van de voorvleugel.
De eiafzetting vindt per stuk plaats onderin de plant van duizendblad.
De rups heeft een voorkeur voor gewoon duizendblad, maar is in principe polyfaag
op enkele andere kruiden zoals bijvoet, zilverdistel en boerenwormkruid.
De rupsen houden zich overdag verborgen onder of tussen
de bloemen van de voedselplant.
Ze vreten vooral de bovenste bladeren tot de middennerf kaal.
De rupsjes zijn 's nachts soms in aantal op de waardplant te vinden.
Bij grote aantallen treedt parasitering op.
De rups heeft een donkere, brede ruglijn met daarop een rij donkere ruiten
en lijkt veel op de rups van witvlakdwergspanner, die vooral op bijvoet leeft.
Terug naar: